Tjerk de Reus
zaterdag 13 oktober 11:18
Het eerste deel van het Verzameld Werk van de theoloog J.H. Gunning jr. werd gisteren gepresenteerd tijdens een klein symposium aan de Vrije Universiteit.
Volgens prof. Jan Muis, voorzitter van de bijeenkomst, vormt Gunnings oeuvre nog altijd een uitdaging voor de hedendaagse theologie. Gunning (1829-1905) signaleerde in zijn tijd een sterk toenemende spanning tussen geloof en wetenschap. ,,Gunning leed daaraan”, zei Muis. ,,Hij wilde per se de wetenschap niet opofferen voor het geloof, maar ook niet andersom.”
Actueel
Die kwestie is nog altijd actueel, aldus Muis: ,,Het fundament van zijn denken ligt in de persoon van Jezus Christus, in wie God en mensen verenigd zijn. Daarom kan er volgens Gunning uiteindelijk geen tegenstelling blijven tussen geloof en wetenschap.”
Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, onderstreepte dat Gunning een kerkelijk geöriënteerde theoloog was, die niet ver boven het gewone volk zweefde. ,,Hij wist zich verbonden met het geloof van de gemeente. Dat gaf hem inspiratie.”
Belangrijk is volgens Plaisier ook het missionaire karakter van Gunnings theologie. ,,Hij zocht het gesprek met de cultuur, waarbij hij oog had voor wat de kerk en de cultuur samenbindt. Maar hij wees ook op scherpe tegenstellingen tussen beide.”
Volgens Plaisier cirkelt de theologie van Gunning om de levende Heer. ,,Zo’n theologie hebben we vandaag hard nodig.”
Leo Mietus gaf een blik in de ‘werkplaats’ van het
Verzameld Werk, legde uit hoe hij te werk ging en welke moeilijkheden hij had moeten overwinnen, bijvoorbeeld met de ingewikkelde handschriften van Gunning. Mietus werd bij zijn werk terzijde gestaan door dr. Nico den Bok, dr. Albert de Lange (Gunningbiograaf) en anderen.
Kleinering
In drie toespraken werd het werk van Gunning inhoudelijk belicht. Prof. H.W. de Knijff sprak over de betekenis van de persoonlijkheid bij Gunning, in het licht van de oprukkende, materialistische wetenschap. Gunning voorzag de ‘kleinering’ van de mens wiens geestelijke dimensie miskend werd. Zelf onderstreepte Gunning vol overtuiging de geestelijke werkelijkheid, legde De Knijff uit. ,,De persoonlijkheid zweeft niet ergens boven de werkelijkheid, maar is de drager van de menselijke roeping Gods Geest na te volgen.”
Volgens De Knijff raakt Gunning hier aan een actueel debat: vandaag zien we de geruisloze afschaffing van de geest als grond van de menselijke geschiedenis. Het huidige wetenschapsgeloof is daarvan het bewijs, evenals Dick Swaab met zijn bestseller Wij zijn ons brein. De Knijff: ,,Gunning zou ook vandaag roepen: te wapen! Daarbij zijn Gunnings denkmiddelen wel eigentijds gekleurd, maar niet verouderd.”
Prof. J. de Bruijn en dr. A. de Lange legden de focus bij Gunnings politieke denkbeelden en de spanningen die Gunning heeft ervaren in zijn contact met Abraham Kuyper. De discussie tussen hen is beroemd: Gunning noemde ooit de geboorteverhalen over Jezus ‘heilige legenden’, waarop Kuyper hem te vuur en te zwaard bestreed.
Ware leiders
Volgens De Lange ging het in die discussie eigenlijk om iets anders. De wig die hen uiteendreef, betrof hun verschillende visies op de politiek. Gunning was een voorstander van een aristocratische politiek, wat inhield dat een kleine groep charismatische mensen het land leidde, gevoed door de geest van Christus.
Kuyper zag daar niets in; hij wilde op het veld van de democratie streven naar macht en invloed. Daarmee miskende hij het principe van de zelfverloochening, meende Gunning. In zijn ogen zouden aristocratische leiders zichzelf moeten wegcijferen om ware leiders van het volk te zijn.