Dirk Zwart
vrijdag 12 oktober 10:00
In veel protestantse kerken wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe muzikale vormen en liederen. Dat zorgt voor nieuw elan, maar ook voor vervreemding. Kerkmusicus Dirk Zwart breekt een lans voor het klassieke kerklied. Hij ergert zich aan het selectieve gebruik van begrippen als eigentijds, laagdrempelig en missionair. Deel 3 in een serie over kerkmuziek.
Is alleen popmuziek laagdrempelig? André Rieu werd met zijn licht-klassieke muziek mateloos populair. Foto: ANP Marcel van Hoorn
De meeste discussies over muziek in de kerk leiden nergens toe. De standpunten liggen van tevoren al vast, eenmaal ingenomen stellingen worden zelden verlaten.
Dat heeft iets onbevredigends. Zeker wanneer over en weer karikaturen en valse tegenstellingen worden gehanteerd. Ik wil hier vier begrippen bespreken die vaak worden ingezet bij het gesprek over kerkmuziek, vooral door tegenstanders van het traditionele kerklied c.q. voorstanders van popmuziek in de kerk.
Eigentijds
Dat kerkmuziek eigentijds moet zijn, lijkt me evident, zoals ook de prediking eigentijds moet zijn. Daarnaast kent de kerk een traditie die ‘levend’ gehouden moet worden door haar door te geven èn voortdurend te blijven vernieuwen.
Maar het is niet zo dat alleen popmuziek eigentijds is. Ook de klassieke kerkmuziek vernieuwt zich - zij het minder snel dan de popmuziek waar de nieuwe trends elkaar snel opvolgen. Het Liedboek van 1973 is heel anders dan de gezangenbundel van 1938, en het nieuwe liedboek, dat in mei 2013 verschijnt, zal wéér anders zijn. En intussen wordt er dagelijks door talloze componisten nieuwe klassieke kerkmuziek gecomponeerd en in de kerk gebruikt.
Dat neemt niet weg dat de kerken ook steeds, in meer of mindere mate, blijven putten uit een schat aan eeuwenoude liederen die zich ‘bewezen’ hebben. Waaronder de psalmen op de Geneefse melodieën. Daar zitten heel toegankelijke tussen, maar ook melodieën die voor ons nu wat vreemd aanvoelen.
Naast die oude psalmmelodieën zal het nieuwe liedboek ook psalmen in andere muzikale vormen bevatten, zoals beurtzangen en reciteerpsalmen. En wellicht ook enkele Psalmen voor Nu, voorzover die geschikt zijn voor gemeentezang - waarvoor ze niet in eerste instantie waren bedoeld.
Laagdrempelig
Popmuziek zou laagdrempeliger zijn dan het traditionele kerklied. Het kan zijn dat een Geneefse psalm bij een gemiddelde cafébezoeker saai en op zijn minst vreemd overkomt maar hoogdrempelig wordt hij daarmee nog niet.
Alle soorten mensen in onze maatschappij zijn vertrouwd met klassieke klanken: André Rieu verslaat zijn honderdduizenden, bij grote publieksfilms klinkt vaak ‘zware’ klassieke muziek, in het voetbalstadion brult iedereen de melodieën van het Wilhelmus of van Land of hope and glory mee.
Anderzijds is popmuziek (en niet alleen de heftigere varianten) voor groepen mensen afschrikwekkend. Willen we in de kerk een soort muziek horen die voor iedereen acceptabel is, dan vermoed ik dat de grootste gemene deler op muziekgebied toch eerder de (licht-)klassieke kant opgaat dan de populaire.
Daarbij komt nog dat het klassieke kerklied per definitie eenvoudig is om aan te leren, wat zeker niet geldt voor de vaak ingewikkeld syncopische popmelodietjes, die alleen door veelvuldig naar cd’s te luisteren zijn te memoriseren.
Missionair
Eén van de modewoorden van onze tijd is missionair. Alle kerken moeten tegenwoordig missionair zijn, dus toenemen in ledental. En als de bestaande kerk dat niet doet, moet er een nieuwe kerk ‘geplant’ worden, of dat nu een huisgemeente-achtige groep is of een theatraal opgezette event-kerk.
Maar de kerk als zodanig is naar zijn aard helemaal niet missionair. Het evangelie is missionair, en de christenen zijn missionair ingesteld. Maar de kerk is een gemeenschap van gelovigen, en de eredienst is bestemd voor de gelovigen: om onderwezen en gevoed te worden, om elkaar te bemoedigen en samen God te eren. Om daarná weer ‘gezondenen’ te kunnen zijn, missionair.
Afgezien van speciale evangelisatiediensten zou men dus over die missionaire focus van de eredienst wat meer ontspannen kunnen zijn. Open en gastvrij zijn is iets anders dan je helemaal aan te passen aan (eventuele) gasten. Dat werkt een verkleutering en (kerkmuzikale en liturgische) verplatting in de hand die de kerken alleen maar meehelpt verder leeg te lopen.
En met de muziekkeuze staat of valt het niet. Iedere soort (kerk)muziek kent z’n liefhebbers. De één houdt van de stevige popband, de ander van mooie oude gezangen. De één wil meegesleept worden op een opzwepende beat, de ander zoekt juist verstilling en meditatieve eenvoud. Ook de cantatediensten en jaarlijkse Matteüs-uitvoeringen verslaan hun tienduizenden. Iedere soort kerkmuziek kan een missionaire uitstraling hebben.
Jongeren
Nog zo’n sjibbolet: jongeren. Dat we hen erbij moeten zien te houden, is evident, dus ook dat we rekening met hen moeten houden en hen moeten ‘aanspreken’. Maar dat begint al met aandacht voor de kinderen in de kerk. En het kan ook niet zonder dat die jongeren een band hebben met hun gelovige ouders, een vertrouwensband en een gezagsrelatie. En een band met anderen (jong en oud) uit de gemeente.
Dan nog zullen de meeste tieners echt geen zin hebben om naar de kerk te gaan, zoals ik dat vroeger ook niet had. Zoals ze ook geen zin hebben om naar school te gaan, hun huiswerk te maken of hun kamer op te ruimen. Maar als de familie-, vrienden- en gemeenschapsbanden goed genoeg zijn, komen ze die pubertijd wel te boven, en gaan ze hun geloofsopvoeding internaliseren, weer meedraaien, belijdenis doen hopelijk.
Maar als die context van een doorleefd geloof en geloofsopvoeding in het gezin ontbreekt, als de kerk dat helemaal alleen moet doen, dan wordt het lastig. Want hoe leuk of cool moeten we het in de kerk dàn maken om te concurreren met alles wat daarbuiten te vinden is aan popmuziek, amusement en events? Volgens mij verwachten jongeren dat ook helemaal niet van de kerk. Laat die maar gewoon authentiek zichzelf zijn.
Waardevol
Ik ben ervan overtuigd dat de traditie van het klassieke kerklied - zeg maar: van Geneefse psalm tot en met Oosterhuis en Sytze de Vries - nog vitaal genoeg is om te functioneren en zich voortdurend te vernieuwen. Daarbij denk ik ook dat het klassieke kerklied doorgaans meer muzikale en tekstuele diepgang en esthetische kwaliteit vertoont dan het Opwekkingslied of de gemiddelde Psalm voor Nu.
Zeker: smaken verschillen, maar het zou in de kerk niet moeten gaan om smaak maar om kwaliteit en diepgang. Het is in deze tijd, waarin het ‘vind ik leuk’ de dominante norm lijkt te zijn, de uitdaging ons te richten op wat waardevol is.
Dirk Zwart (1962) is kerkmusicus en componist. Onlangs verscheen zijn liedbundel Gij die ons zingen doet, met 84 nieuwe liederen voor de gemeente op teksten van Ria Borkent, Martin de Geus en anderen. Zie www.dirkzwart.com. Daarnaast beheert hij de website www.kerkmuziek.nu.