Freek van der Veen
zaterdag 06 oktober 9:00
Na zijn zoektocht naar pleisterplaatsen in Nederland trekt Freek van der Veen de grens over om op pelgrimsreis te gaan. Om de week doet hij verslag. Deze keer raakt hij in gesprek met iemand die hem zijn levensverhaal vertelt.
Portaal van de abdijkerk in Sorde-l’Abbaye. Foto: Freek van der Veen
Ieder heeft zo zijn of haar reden om op pelgrimsreis te gaan. Onderweg hoor je de verhalen. Een bijzonder verhaal is dat van Piet. Zijn vrouw overleed anderhalf jaar terug, na een lang ziekbed. Sindsdien is niets meer voor hem hetzelfde en mist hij zijn oriëntatie.
Dat begon er mee toen hij definitief zijn horloge afdeed. ‘Want’, zei hij, ‘wat is tijd, ik leef van dag tot dag’. Zo lang mogelijk had hij zijn vrouw verzorgd. Helemaal alleen, tot het niet meer kon en ze opgenomen moest worden. ‘Toen ze eenmaal was vertrokken, overleed ze binnen veertien dagen’.
Meer dan honderd procent
Piet is zo’n man die zich altijd voor meer dan honderd procent heeft ingezet, voor zijn baas, voor zijn werk. De verantwoordelijkheid die hij kreeg nam hij heel serieus. Als het nodig was ging hij door, werkte hij over, lette hij niet meer op de tijd, want het werk moest goed, moest af.
Toen zijn vrouw ziek werd zei z’n baas dat hij niet meer hoefde te werken. ‘Zorg jij nu maar voor je vrouw, wij zorgen voor je werk. Maak je maar niet ongerust, je krijgt doorbetaald tot je pensioen. Je hebt genoeg gedaan voor het bedrijf, dit heb je gewoon verdiend’, had hij gezegd. En zo was het gegaan. Hij had zijn baan vaarwel gezegd en was mantelzorger geworden voor zijn vrouw.
En toen ze overleed was voor hem alles voorbij. Zijn leven dat hij nu alleen moest leiden, en zijn tijd. Die tijd deed er niet meer toe, daarom had hij sindsdien geen horloge meer nodig.
Misbruik en ziekte
En dan zijn tweede ‘kruis’ dat hij te dragen kreeg. Zijn dochter was toen ze zes was maandenlang misbruikt door een neef. Nooit hebben ze daar iets van gemerkt, tot ze toen ze zo’n 16 jaar was het verhaal vertelde. Inmiddels lijdt ze, naast het trauma van het misbruik aan een borderline-stoornis.
Piet legt een verband tussen misbruik en ziekte. In een jaar tijd heeft zijn dochter acht maal geprobeerd zich van het leven te beroven. En in de andere jaren ook meerdere keren door een overdosis medicijnen in te nemen. Zijn vrouw en hij gingen hier al die tijd zwaar onder gebukt.
Ondanks alle hulp en de nodige medicijnen blijft de situatie eigenlijk onveranderd: het kan zo weer gebeuren. Hoe wordt zijn dochter (inmiddels in de dertig, getrouwd, twee kinderen) dan gevonden?
Maar Piet heeft nu voor zichzelf gekozen. Hij wil de tocht maken naar Santiago de Compostela, ook al protesteert zijn dochter en zal ze misschien ‘iets’ doen, hij is vastbesloten om te gaan. ‘Ik heb mijn eigen leven’, had hij gezegd. Met zijn pelgrimstocht wil hij een nieuwe start maken, wil hij het overlijden van zijn vrouw een plek geven in zijn leven.
Sorde-l’Abbaye
Het is vooral het 12e eeuwse portaal van de abdijkerk dat een bezoek aan het gebouw zo bijzonder maakt. Het oude pelgrimsplaatsje Sorde-l’Abbaye waar de kerk zich bevindt is min of meer ontstaan en gebouwd rond de Benedictijner abdij dat hier ooit, vlakbij de rivier de Béarn, heeft gestaan. Om aan de overzijde van deze rivier de tocht voort te zetten, moesten de pelgrims met bootjes worden overgevaren.
De veerlui die dit verzorgden vroegen veel geld voor hun diensten. Ook is bekend dat zij er niet voor terugschrokken om een volle, overladen boot te laten omslaan zodat de pelgrims verdronken. Hun bezittingen lieten ze door handlangers verderop uit het water vissen.
Resten
Van de abdij zelf zijn nog slechts overblijfselen te vinden. De toren van de romaanse abdijkerk is ouder dan de kerk zelf, deze stamt uit de 10e eeuw en is ooit gebouwd op de fundamenten van een Romeinse villa uit de 4e eeuw.
Resten van deze villa - in de vorm van een mozaïek - zijn te vinden binnen achter het koor van de kerk. Ook de thermen van het gebouw zijn in de loop der jaren blootgelegd. Vele duizenden langstrekkende pelgrims vonden in de loop der eeuwen onderdak in het klooster.
Ieder krijgt in het leven het nodige te dragen. Soms is dat ondragelijk veel, lijkend op bergen waar je maar nauwelijks overheen kunt komen. Daarover meer in het volgende verslag.