Het goede leven
vrijdag 05 oktober 13:00
De Wet maatschappelijk ondersteuning heeft kerken meer zichtbaar gemaakt in de lokale samenleving.
Dat is een van de conclusies van dr Herman Noordegraaf, hoogleraar diaconaat aan de
PthU, in zijn onderzoek naar de rol voor kerken in de Wmo. Het onderzoek is gebaseerd op interviews met kerkelijke sleutelfiguren, analyse van overheidsnota’s en de Wmo-ervaringen tussen 2007 en 2011 van een zevental gemeenten.
Hij presenteerde dit onderzoek vanmorgen op de jaarlijkse studiedag
‘Kerken en Wmo’ van Kerk in Actie. De Wmo, ingevoerd in, 2007 is de basis voor de zorg en bijstand in Nederland.
Betekenisvol
Hoewel de kerken in de Wmo wel een betekenisvolle rol kunnen vervullen, is deze vanuit het grote geheel gezien bescheiden, is een andere conclusie. Het gemeentebestuur, verantwoordelijk voor de Wmo, ziet kerken één van de vele organisaties op het terrein van zorg en welzijn naast professionele organisaties en belangenorganisaties.
Bovendien is kennis over de kerken vaak beperkt. Het is dan ook geen vanzelfsprekendheid dat kerken bij de Wmo betrokken worden. Volgens Noordegraaf betekent dat, dat kerken zichtbaar moeten maken wie ze zijn en wat ze doen.
Kerken blijken voor de overheid wel interessant te zijn vanwege de maatschappelijke betekenis van hun activiteiten en de kwaliteit van hun werk, de groepen die zij bereiken en de vrijwilligers en, in mindere mate, de gebouwen waarover zij beschikken. Gemeenten nodigen kerken ook uit zitting in de Wmo-asviesraad te nemen.
Ook ontvangen ze subsidiëring voor bepaalde Wmo-gerelateerde activiteiten. Het betreft dan projecten waarin de inzet van vrijwilligers prominent aanwezig is en die gericht zijn op het versterken van de sociale samenhang en de leefbaarheid in wijk of buurt.
Bredere samenwerking
Een ander positief effect van de de Wmo voor de kerken is dat het de interkerkelijke samenwerking bevordert bijvoorbeeld in de Diaconale Platforms. Deze brede forums, van reformatorisch, ‘gewone’oecumene tot evangelicaal, ontstonden mede uit de behoefte goed met de gemeente te kunnen communiceren. In één geval is ook samenwerking met een moskeevereniging.
Door deze samenwerking ontstonden ook gezamenlijke projecten, bijvoorbeeld in samenwerking met HIP of schuldhulpmaatjesprojecten.
De Wmo heeft volgens Noordegraaf ook het denken van diaconieën beïnvloed. Er is meer oog voor het ontwikkelen en versterken van netwerken, het werken vanuit concrete praktijken en samenwerking met andere groepen en organisaties.
Naast deze positieve punten is het niet altijd gelukt de Wmo in het hele brede kerkelijk veld te laten landen, ook niet bij diaconieën. Het vereist volgens Noordegraaf toch een vertaalslag om kerkelijk werk met de Wmo te verbinden. Daarbij komt dat lokale kerken krimpen en dus minder mensen en geld hebben om alles aan te pakken. Ondersteuning vanuit het bovenlokale en lokale kerkelijk apparaat blijft daarom nodig.
Het rapport is te downloaden via de website van de Stichting Rotterdam.