Het goede leven
zaterdag 22 september 12:00
De uitslag van de verkiezingen -met opnieuw een dreun voor het CDA- heeft voor de nodige verwarring gezorgd. Velen vragen zich af of we het einde van christelijke politiek meemaken, tenminste van christelijke politieke partijen die door hun omvang en inhoud wezenlijk bijdragen aan de kwaliteit van de Nederlandse samenleving.
De verhouding geloof en politiek bevindt zich in een crisis. Foto ANP Koen van Weel
De aantallen liegen er niet om. Van een van de belangrijkste machtsfactoren is het CDA een partij geworden die in omvang vergelijkbaar is met D66 en nota bene kleiner is geworden dan de PVV. De partij is er niet in geslaagd haar achterban tevreden te houden; evenmin is het gelukt nieuwe kiezers te trekken. Duidelijk is geworden dat er steeds minder sprake is van een groep natuurlijke kiezers.
Die groep bestond ooit uit mensen die op grond van hun levensovertuiging op het CDA stemden. Dat hun aantal kleiner is geworden kan worden verklaard uit de veronderstelling dat geloof en politiek steeds minder met elkaar te maken hebben, naast het feit dat er minder actieve christenen in ons land zijn dan, bijvoorbeeld, dertig jaar geleden.
Tegelijkertijd kan worden verondersteld dat het CDA er niet in is geslaagd door zijn programma en uitstraling mensen uit de niet-natuurlijke achterban te trekken.
Veren
De verhouding geloof en politiek bevindt zich in zekere zin in een crisis. Daar zitten meerdere aspecten aan: het geloof is voor veel mensen steeds minder belangrijk geworden voor hun dagelijks en maatschappelijk leven. Een ander aspect is dat het CDA steeds minder herkenbaar is als partij van christenen.
Die ontwikkeling is nadrukkelijk beleid; de ideologische veren zijn als strategie en als politieke praktijk steeds meer afgeschud. Weer een ander aspect is de verschuiving in betekenis van een politieke partij.
Die is niet meer belichaming van een instrument voor een gemeenschappelijk doel, maar ze is er vooral om het particuliere belang te dienen: wat doet de partij voor míj?
Medaille
Het fletser worden van het CDA als christelijke partij en de in kracht afgenomen koppeling tussen geloof en politiek zijn waarschijnlijk twee kanten van dezelfde medaille: het verlies aan betekenis van het geloof.
De zondag -als metafoor voor het christelijke -is bijna een dag als alle andere geworden. Christenen kopen dezelfde dingen als niet-christenen, kijken dezelfde televisieprogramma’s, geven wel meer aan goede doelen, maar zijn overigens nauwelijks herkenbaar. Het is logisch dat die ontwikkeling zichtbaar wordt in het politieke denken en doen.
Lauw
De vraag naar de crisis van de christelijke politiek is uiteindelijk óók een geestelijke vraag: wat betekent het christen-zijn voor mijn (publieke) leven? Het antwoord is lastig, gelet op de genoemde gelijkaardigheid in gedrag van christenen en niet-christenen. Het begin van het antwoord ligt in de vraag naar het geestelijke. Hebben we nog een ‘geestelijkheid’ waarin de vraag naar God, mij en de wereld wordt gesteld?
Bezinning op die vraag leidt niet noodzakelijkerwijs tot de keuze voor een christelijke politieke partij -denk aan de navolgers van de doorbraak-christenen -maar hopelijk wel tot verlevendiging van het innerlijk leven en tot een bewuste keuze. De afkalving van het CDA lijkt nu vooral het gevolg te zijn van ‘lauwheid’ en dat is een toestand van grote crisis.