Het goede leven
zaterdag 15 september 10:05
Predikanten in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) blijven steeds langer in een gemeente. Eind 2011 was een kwart van de predikanten tien jaar of langer werkzaam in dezelfde plaats.
Dat blijkt uit cijfers van het Mobiliteitsbureau Predikanten en Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk in Nederland. In de PKN waren eind vorig jaar 2014 gemeentepredikanten werkzaam. Vooral voor predikanten in de middengroep - 45 tot 55 jaar -wordt het steeds moeilijker om van gemeente te wisselen, blijkt uit de praktijk.
Werkende partner
,,Je ziet langzamerhand de termijn toenemen’’, aldus Jan Oortgiesen, hoofd van het Mobiliteitsbureau en de landelijk adviseur voor het beroepingswerk in de PKN. De tendens is dat predikanten zelf ook langer in één gemeente willen blijven. ,,Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het feit dat ze een werkende partner hebben. Ook de gedachte ‘ik weet wat ik heb, niet wat ik krijg’ speelt mee. Een bepaalde zekerheid willen hebben, speelt ook mee. De derde reden is dat ze gebonden zijn aan de regio door schoolgaande kinderen.’’
De doorstroming van het aantal predikanten in de kerk is niet anders dan voorheen, ,,al hoewel dat gevoel en die beleving er wel is bij mensen’’, zo zegt Oortgiesen. Gemiddeld 10 procent van de gemeentepredikanten gaat per jaar naar een andere gemeente. ,,Dat is al zeker een decennium het geval.’’
Doorstroming
De beste doorstroming zit ,,onderaan bij jonge predikanten en helemaal boven in’’ als het gaat om de leeftijd van predikanten. Moeilijk is het voor de middencategorie. Gemeenten zijn huiverig om een predikant van tussen de 45 en 55 jaar te beroepen. Omdat ze bang zijn dat een predikant in een gemeente blijft tot het pensioen of ,,dat er mogelijk een soort van sleetsheid ontstaat en men ‘op elkaar raakt uitgekeken’, maar niet meer van elkaar af kan’’. Tegelijkertijd is de middencategorie - om eerder genoemde redenen - zelf ook meer honkvast.
Pas afgestudeerde jonge predikanten kunnen op dit moment ,,nog redelijk gemakkelijk’’ een gemeente vinden. De groep die het echter moeilijk heeft zijn de zij-instromers; iemand die eerst een ander beroep heeft gehad en op latere leeftijd zich beroepbaar stelt als predikant.
Volgens Oortgiesen maakt het niet uit hoe lang iemand aan een gemeente verbonden is, mits er maar nog steeds sprake is van goede verhoudingen en voldoende uitdaging. ,,Als er sleetsheid optreedt -wat na een periode van tien jaar heel normaal is -en je doet daar niks aan en de vitaliteit en uitdaging in jezelf verdwijnt, dat moeten signalen zijn waar je op moet inspelen.’’