David Renkema
zaterdag 08 september 15:00
Op welke partij kun je het beste stemmen als je christelijke naastenliefde bij de keuze wilt betrekken? Onderzoeker David Renkema ontwikkelde de Diaconale VerkiezingsWijzer 2012. Niet als een simpel lijstje wie de beste is, wel om de politieke gewetens te scherpen.
Op wie stem je? Sommige mensen beslissen pas in het stemhokje. Foto ANP
Wie niet weet op welke partij hij moet stemmen, wordt op zijn wenken bediend met Stemwijzer, Kieskompas en allerlei andere meer en minder serieuze kieswijzers. Daarnaast zorgen politieke debatten voor informatie. Maar hoe betrek je je geloof bij je politieke keuze?
In de 20e eeuw werd op deze vraag op zeker drie manieren antwoord gegeven, en dat levert drie modellen op. Deze zijn in de 21e eeuw zeker niet helemaal verdampt maar ze lijken wel af te nemen in betekenis.
Macht
In het eerste model is de vraag onzinnig. Politiek heeft in dit model van doen met een visie op de markt, de samenleving en de overheid. Politiek gaat over de uitoefening van macht in de publieke ruimte. Geloven speelt zich af in een andere - persoonlijke - sfeer. Geloven uit zich in gebed, rituelen, muziek, kunst, stilte en bijbellezing. Dit alles in de beslotenheid van de eigen kamer, de kerk, het klooster of de kapel.
Het is voor beide domeinen (publiek en privé) een risico om ze in elkaar te laten overlopen. Dit model is herkenbaar in de terughoudendheid van Mark Rutte om iets te vertellen over zijn geloof. Maar ook de vermoede aversie van Jozias van Aartsen om kerkgebouwen als stemlokalen te gebruiken sluit hierbij aan.
Traditie
Het tweede model reikt het traditionele antwoord aan. Christenen stemmen op christelijke politieke partijen. De verzuiling is zo een historische reactie op de erkenning van secularisatie. Religie is niet meer allesbepalend, maar een domein naast andere. De kerk kan en wil als zodanig geen invloed uitoefenen op die andere domeinen. Maar christenen kunnen wel via eigen organisaties de gang van zaken beïnvloeden. Zij nemen immers actief deel aan de politiek en de economie, als kiezer en gekozene, consument en producent, enzovoort.
Tussenpositie
Het derde model beschrijft een tussenpositie. Christelijk geloof is van betekenis voor de samenleving, voor individuen en voor gemeenschappen. Maar dit uit zich niet in een keuze voor een christelijke politieke partij. Partijvorming op christelijke grondslag wordt binnen deze benadering principieel en praktisch afgewezen. Principieel omdat men hier een misbruik van het woord ‘christelijk’ vermoedt; praktisch omdat men zich niet herkent in de standpunten van christelijke politieke partijen.
Deze ‘doorbraak-christenen’ lijken zich vooral op te houden in en rond de Partij van de Arbeid, GroenLinks en gemeenschappen als De Linker Wang en het Trefpunt voor Socialisme en Levensbeschouwing.
Deze drie modellen zijn typische producten van de 19e en 20e eeuw. Vandaag de dag zijn ze nog wel op de achtergrond aanwezig maar ze zijn zeker niet meer herkenbaar voor jongere generaties.
Kracht
De kracht van het eerste model (religie is een privézaak) is dat het aansluit bij de behoefte aan zelfontplooiing en zelfstandigheid. Dit model komt ook tegemoet aan hedendaagse vormen van spiritualiteit. Maar tegelijkertijd legt dit model geen relatie tussen christelijke spiritualiteit en de individuele politieke opstelling.
Het tweede model doet dat wel. De kracht van de verzuiling was dat de eendracht in het religieuze domein zich vertaalde in gezamenlijk optreden in andere domeinen, waaronder het politieke. Dit model lijdt onder de ontkerkelijking: een steeds kleiner deel van de bevolking is betrokken bij één van de kerken. Bovendien is het voor christenen steeds minder vanzelfsprekend geworden zich te bekennen tot christelijke politiek.
Het derde model heeft als kracht dat het veel christenen heeft bevrijd van de veronderstelde keuze voor een christelijke politieke partij. In die zin komt dit model tegemoet aan de individuele vrijheid. De praktijk van de doorbraak was overigens dat die keuze ‘links’ uitpakte. Een keuze voor een rechtse of ‘christelijke’ partij lag waarschijnlijk moeilijk in de kringen van de doorbraak.
Diaconale bril
We kunnen aannemen dat - empirisch gezien - christenen verspreid zijn over het gehele politieke spectrum. De drie modellen met hun (impliciete) voorkeur voor liberale, christendemocratische, respectievelijk sociaaldemocratische partijen passen dus niet meer op die werkelijkheid.
Idealiter biedt een kerkelijke gemeenschap de tijd en de ruimte elkaar te bevragen op die verschillende politieke keuzes. In een dergelijk gesprek zal het niet gaan om een oordeel over een politieke partij maar om het bevragen van elkaar op drijfveren, angsten en verlangens. Toch komt dit vaak niet van de grond.
Maar een kerk raakt ook op een andere manier aan de politiek. In pastoraat, diaconaat, wereldwinkels, voedselbanken, vluchtelingenwerk en maaltijdprojecten komen ambtsdragers en kerkelijke vrijwilligers in aanraking met de verhalen van allerlei mensen. Hoop en wanhoop, verdriet en vreugde, verzet en overgave komen in die verhalen samen en zorgen voor betrokkenheid, compassie en soms ook teleurstellingen. Dat alles maakt deel uit van diezelfde wereld waar ook de politiek een rol speelt.
Met die ervaringen in het achterhoofd heeft Stichting Oikos de verkiezingsprogramma’s gelezen. Niet objectief, niet volledig, wel met een diaconale bril en met een aantal diaconale ervaringen en waarden in gedachten.
Rangorde
Deze oefening leidde niet tot een simpel schema met plusjes en minnetjes. Deze oefening leidde ook niet tot een rangorde van politieke partijen, van zeer diaconaal tot antidiaconaal. Zo eenvoudig is de wereld niet. Maar Kerk in Actie wil de resultaten van deze oefening wel delen met haar achterban, omdat ook die diaconale ervaringen van waarde zijn om de politieke gewetens te scherpen. Het resultaat is de Diaconale Verkiezingswijzer 2012
Ir. D.L. Renkema is werkzaam bij de stichting Oikos.