Roger Wind
vrijdag 31 augustus 11:45
Psychiatrische patiënten hebben veel met verlies te maken. Toch is voor de pijn van het verlies nauwelijks aandacht. Hanneke Muthert pleit in haar boek Ruimte voor verlies voor meer systematische aandacht voor rouw bij psychiatrische patiënten.
Demonstranten protesteren op het Malieveld in Den Haag tegen de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg. Die hebben ook impact op de geestelijke verzorging. Foto: ANP
Vijf jaar geleden promoveerde Hanneke Muthert als geestelijk verzorger bij GGZ Drenthe aan de RU Groningen op het onderwerp ‘Verliesverwerking bij mensen met schizofrenie’. Zij stelde dat er in de psychiatrische hulpverlening structureel te weinig aandacht is voor zingeving, verlieservaring en levensvisie.
In haar laatste publicatie Ruimte voor verlies. Geestelijke verzorging in de Psychiatrie, vat zij deze kritiek nog eens samen en geeft ze een behandelmodel om met deze verlieservaringen om te gaan.
Psychiatrische patiënten, en zeker langdurig psychiatrisch patiënten, zoals mensen met schizofrenie of persoonlijkheidsstoornissen, zijn verliezers ‘pur sang’. Muthert somt alle soorten van verlies op: niet alleen het verlies van gezondheid (psychisch gehandicapt), van sociale contacten (eenzaamheid), van zelfrespect en van het ‘zelf’ (minderwaardigheidsgevoel) en van maatschappelijk perspectief (kansarm), maar ook het verlies van hoop, van dromen en verwachtingen (wanhoop) en van zin en levensbeschouwelijk perspectief (zinloosheid) spelen een rol bij langdurig psychiatrische patiënten. En daar is in de behandeling geen of weinig aandacht voor.
Geen geld
Dat komt volgens Muthert vooral doordat behandelaren denken vanuit het organische defect van de patiënt en dat instrumenteel proberen op te lossen. Evidence based (wetenschappelijk bewezen) behandelmethoden zijn daarbij maatgevend; voor existentiële vragen is geen geld en dus geen aandacht.
Juist daar zou de geestelijk verzorger van grote waarde kunnen zijn, niet alleen omdat hij een lacune vult in de hulpverlening als geschoolde en getrainde professional, maar ook omdat hij de andere hulpverleners zoals verpleegkundigen, kan leren omgaan met existentiële vragen van patiënten.
Dikwijls voelen hulpverleners in de langdurige psychiatrie zich machteloos ten opzichte van levensvragen van patiënten. Zo wordt in de rehabilitatiemethode vooral de nadruk gelegd op wat de patiënt nog wel kan, waarbij geen echte aandacht is voor de pijn van het verlies. De geestelijk verzorger is toegerust om de pijn en het verdriet te horen en op te nemen, én om met eigen taalveld en symboliek iets aan te reiken waarmee de ander weer verder kan.
Thomas Attig
Muthert maakt daarbij gebruik van de theorie van de filosoof Thomas Attig, die de zoektocht na een verlies indeelt in drie lagen: begrijpen, respecteren en realiseren. Attig noemt dat ‘het opnieuw leren kennen van de wereld’, typerend voor het proces van zingeving wat het domein is van de geestelijke verzorging. ‘Kenmerkend voor die beroepsgroep is immers de affectieve relatie als belangrijkste instrument.’ (p.50)
Muthert legt in dit kleine boekje van iets meer dan honderd bladzijden op helder wijze uit hoe de geestelijke verzorging een essentiële bijdrage kan leveren in de psychiatrische hulpverlening. En hoe hulpverleners veel meer dan tot nu toe hun voordeel kunnen doen met de expertise en de eigen inbreng van de geestelijke verzorging. Zij doet dat met een aantal zeer tot de verbeelding sprekende voorbeelden uit de praktijk en op een heldere en niet polemische wijze.
Het is te hopen dat dit boek niet alleen door geestelijk verzorgers en patiënten en hun familie wordt gelezen (want die wisten het meeste al), maar ook door beleidsmakers en zorgverzekeraars.
Ruimte voor Verlies. Hanneke Muthert. KSVG Tilburg, 19,50 euro
Ds. R.P.Wind is coördinator geestelijke verzorging GGZ Friesland