Pieter Bliek
zaterdag 18 augustus 11:00
Groenland en IJsland: ijsschotsen smelten er door opwarming van de aarde. Ook het geestelijk leven in deze christelijke naties is aan veranderingen onderhevig. Een impressie van Pieter Bliek die deze landen onlangs bezocht. Vandaag: IJsland.
Een kerkje in het zuiden van IJsland. Foto: Pieter Bliek
IJsland staat te boek als het meest seculiere land ter wereld. Minder dan 2 procent van de inwoners bezoekt nog regelmatig een kerk, blijkt uit onderzoek van de godsdienstsocioloog
Rodney Stark.
Ondanks de ontkerkelijking worden nog wel vrijwel alle huwelijken in de kerk voltrokken en is het grootste deel van de bevolking in de kerk gedoopt. Opvallend is dat het aantal mensen dat zich gelovig noemt op dit vulkanisch actieve eiland vele malen hoger is dan het aantal kerkbezoekers.
Seculiere maatschappij?
81 procent van de IJslanders gelooft in een leven na de dood en 82 procent bidt geregeld. Slechts 2,4 procent noemt zich atheïst. Je vraagt je af: is dit werkelijk wat er wordt bedoeld met een seculiere maatschappij?
Volgens de Rodney Stark is er geen hard bewijs voor secularisatie in noordelijke landen als IJsland en Groenland. De wetenschapper meent dat religieuze participatie in het hoge noorden altijd al laag is geweest. Volgens Stark is het dan ook vreemd om deze landen seculier te noemen.
De wieg van de IJslandse bevolking stond in de negende eeuw in Noorwegen dat toen uit verscheidene koninkrijkjes bestond, die vaak onderling met elkaar overhoop lagen. Als gevolg van het vele geweld besloten veel Vikingen hun heil elders te zoeken. Onder hen de Noorman Flóki Vilgerdarson die met zijn familie en veestapel rond 865 na Christus op een koude lentedag in een fjord vol drijfijs op dit vulkaaneiland strandde, en het volgens de legende daarom tot IJsland omdoopte.
Rookbaai
Volgens een andere legende gaven de eerste bewoners hun land de naam IJsland, omdat ze niet te veel toeloop wilden hebben. Vilgerdarson bleef echter niet lang in het beloofde land. Tijdens de strenge winter die volgde, stierf al zijn vee door gebrek aan voedsel. Verbitterd keerde hij terug naar zijn vaderland.
De eerste Viking die zich hier permanent vestigde was Ingólfur Arnarson. Op het moment dat hij land in zicht kreeg, gooide Arnarson naar oud Noors gebruik de met heilige voorstellingen versierde pilaren, die aan weerszijden van zijn troon stonden, overboord in de stellige overtuiging dat de goden ze zouden doen aanspoelen op een geschikte vestigingsplaats.
De heilige pilaren werden teruggevonden in een baai in het zuidwesten, waar Arnarson en zijn gevolg zich in 877 definitief vestigden om hun geluk op de door de goden aangewezen plek te beproeven. Omdat er door warme bronnen overal rookpluimen uit de grond kwamen, wijdde hij deze vestigingsplaats tot Reykjavik, wat rookbaai betekent.
Het eiland rond
Met een auto is dit vulkanische paradijs met zijn ruige natuur en rijke historie goed te bewonderen. In twee weken tijd kun je via de ringweg het eiland rond rijden. De geothermische gebieden Krysuvik ten zuiden van Reykjavik en Hverir in het noorden zijn bijzonder indrukwekkend. De dampen van de zwavelbronnen en kokende modderpoelen hebben de berghellingen er rondom, met alle kleuren van de regenboog beschilderd.
Tijdens een wandeling over het nog dampende lavaveld Krafla waan je je op de planeet Mars. Een bezoek aan het beroemde ijsbergenmeer Jökulsárlon hoort ook in het rijtje van hoogtepunten thuis.
En niet over te slaan is de bulderende waterval Gullfoss en IJslands bekendste springbron Geysir waar alle andere geisers in de wereld, inclusief keuken- en badgeisertjes, naar zijn vernoemd. Geysir zelf is in ruste, maar zijn grote broer Strokkur spuit met tussenpozen van vier tot acht minuten een kokende waterstraal tien tot twintig meter richting de hemel.
Vuurmis
De waterval Godafoss in het noordoosten heeft een bijzondere geschiedenis. Deze waterval dankt zijn naam aan het feit dat de Vikingen in het jaar 1000 hun afgodsbeelden hier in het water gooiden, nadat ze tijdens een vergadering officieel hadden besloten tot het christendom over te gaan. De warme bron Vígdalaug in het zuidwesten diende als doopvont bij de bekering tot het christendom.
De vulkanische activiteit en het lava werden als vanzelfsprekend in de IJslandse christelijke geschiedenis geïntegreerd. Een treffend voorbeeld hiervan is de zogenaamde ‘vuurmis’ in 1783, vernoemd naar een lavastroom die tijdens de dienst vlak voor een dorpje in Zuid-IJsland tot stilstand kwam. In de kerk van Husavik is een altaarstuk te bezichtigen waar Jezus met zijn discipelen tussen lava staat afgebeeld, met op de achtergrond Jeruzalem.
IJslandse Bijbel
De kathedraal in Hólar, gebouwd halverwege de achttiende eeuw, is de oudste stenen kerk van IJsland. Historisch gezien is deze plaats belangrijk voor het christendom in IJsland. Van 1106 tot 1802 zetelden hier enkele bisschoppen en werd er de eerste IJslandse Bijbel gedrukt.
Een andere bijzondere kerk staat in Pingeyrar. In de Middeleeuwen stond hier een Benedictijner klooster. Na de Reformatie verdween dit echter. Nu staat er een stenen kerkje uit de negentiende eeuw dat een uitgebreide collectie aan religieuze kunstschatten herbergt, waaronder een zeventiende-eeuwse zeshoekige preekstoel met houtsneden van Jezus uit Nederland.