Het goede leven
donderdag 16 augustus 13:00
In Berlijn heeft morgen een speciale kerkdienst plaats ter gelegenheid van het feit dat Wolfgang Huber, oud-raadsvoorzitter van de Evangelische Kirche Deutschland (EKD), zondag zeventig wordt.
Wolfgang Huber schuwt het publieke debat nog steeds niet. Foto: EPA
De dienst wordt gehouden in de Französische Friedrichstadtkirche in Berlijn, zo maakte de
EKD bekend. Sprekers zullen zijn bisschop Markus Dröge, voormalig bondskanselier Gerhard Schröder, de huidige EKD-preses Nikolaus Schneider en de rooms-katholieke bisschop van Mainz, kardinaal Lehman.
Zes jaar lang, van 2003 tot en met 2009, was bisschop Wolfgang Huber (1942) raadsvoorzitter van de EKD, de grootste protestantse kerk van het land, met – op dit moment – bijna 24 miljoen leden. Daarmee vormde hij zo’n beetje het gezicht van het protestantisme in Duitsland. Ook was hij bisschop van Berlijn-Brandenburg-schlesische Oberlausitz. Eind 2009 ging hij met pensioen.
Dialoog
In een gelukwens noemde preses Schneider het vrijdag ‘een geluk’ voor de EKD dat Huber in 1994 niet de politiek in is gegaan, maar zich voor de kerk ging inzetten. Schneider herinnert onder andere aan het belang dat Huber hechtte aan de dialoog met andere religies en andere stromingen binnen het christendom, met name de Rooms-Katholieke Kerk.
Ook wijst hij op het zogeheten impulsdocument uit 2006, waarmee (met name) Huber een discussie over de toekomst van de protestantse kerk in Duitsland in gang zette. Overigens riep dit hervormingsdocument behalve instemming ook felle kritiek op.
Huber, aldus Schneider verder, behoorde jarenlang tot de ‘toonaangevende en richtingwijzende intellectuelen in de Bondsrepubliek Duitsland’.
Het publieke debat
Overigens schuwt Wolfgang Huber het publieke debat nog steeds niet. Nog onlangs mengde hij zich, als lid van de Ethiekraad, in de strijd die in Duitsland is uitgebroken over een wetsvoorstel waarin alleen beroepsmatige betrokkenen bij euthanasie – artsen, verplegend personeel – strafbaar worden gesteld, maar familie of vrienden niet.
„Het moet helder zijn dat artsen en verpleegkundigen zich niet met actieve stervenshulp bezighouden”, zo zei Huber in Bild. „Hier mogen geen achterdeuren worden geopend, al helemaal niet met zulke vage begrippen als ‘nahestehend’ (nabijstaand, oftewel familie of vrienden; red.).”
Biografie
Recent verscheen een biografie over de oud-raadsvoorzitter van de EKD, van de hand van Philipp Gessler, journalist bij de Berlijnse krant Taz-die Tageszeitung. De titel luidt
Wolfgang Huber – Ein Leben für Protestantismus und Politik (uitgeverij Kreuz). Een biografie die ‘bijna 24 uur lang zo goed als zeker een bestseller scheen te worden over de nieuwe bondspresident, wiens leven tot dusver niet uitvoeriger geschilderd was’, schrijft Gessler, zelf rooms-katholiek, in zijn voorwoord.
‘Wolfgang Huber, voormalig bisschop van Berlijn-Brandenburg en raadsvoorzitter van de Evangelische Kirche in Deutschland (EKD), was half februari 2012 een van de uiteindelijk nog slechts drie kandidaten die door de fracties in de bondsdag – uitgezonderd de Linkspartei – werden beschouwd als mogelijke presidenten na het vertrek van Christian Wulff.’ Maar de theoloog en kerkleider Wolfgang Huber is het niet geworden – wat Gessler ‘zeer betreurt’.
Vader
In 279 bladzijden beschrijft de auteur Hubers levensgang. Geregeld keert daarin terug dat diens vader, de briljante jurist Ernst Rudolf Huber een prominent nazi was. Hubers vader blijkt een bepaald niet-geringe rol te hebben gespeeld in Hitler-Duitsland. Gepromoveerd bij de omstreden jurist Carl Schmitt stelt hij in 1937 een Verfassung, zeg maar grondwet, op voor het nieuwe regime.
Twee jaar later laat hij een tweede, geactualiseerde uitgave het licht zien, onder de titel Verfassungsrecht des Grossdeutschen Reiches. Ernst Rudolf Huber, constateert Gessler, gaf daarmee een politiek met als doel de miljoenenvoudige moord op de Joden in Duitsland en later Europa als geheel een ‘schijnbaar legale façade’.
Echt afstand genomen van zijn naziverleden heeft Huber sr. nooit. Wolfgang heeft zich evenmin ooit ronduit gedistantieerd van het verleden van zijn vader, die in 1990 overleed. Op een vraag van een redacteur van het tijdschrift Chrismon, in 2006, kwam hij niet verder dan: „Ik kon hem als persoon achten en als vader liefhebben, hoewel ik ten opzichte van zijn weg in Hitler-Duitsland niet positief kon staan.”