Thijs Caspers
zaterdag 11 augustus 10:00
Wat is ‘katholiek sociaal denken’? Wat heeft het ons te vertellen en is het nog relevant in onze moderne maatschappij? In een korte serie artikelen neemt theoloog Thijs Caspers de komende weken het katholiek sociaal denken onder de loep. Deel 4 de centrale plaats van onderlinge betrokkenheid.
Als het gaat om veiligheid, dan houden burgers geregeld zelf een oogje in het zeil als het om de leefbaarheid in hun woonwijk gaat. Foto: ANP
Een goede samenleving is een gelukkige samenleving, aldus het katholiek sociaal denken. Deze samenleving ontwikkelt zich doordat wij gezamenlijk bouwen aan onze leefomgeving en ons onderling afstemmen op elkaar. Het inbrengen van onze overtuigingen en verlangens vormt dag in dag uit de brandstof voor een zoekproces. Een proces dat ons stimuleert te werken aan een plek waar wij ons thuis voelen en gezien weten.
Beginselen als ‘solidariteit’ en ‘menselijke waardigheid’ kunnen ons bij deze onderneming praktisch helpen. Ze krijgen hun volle betekenis als wij ze in ons dagelijks verkeer tot zeggingskracht brengen.
Als wij deze abstracte woorden ‘doen’. Als wij, om bijvoorbeeld met het evangelisch dubbelgebod te spreken, heel concreet proberen ‘onze naaste lief te hebben als onszelf’. Iets wat natuurlijk lang niet altijd even gemakkelijk gaat, maar desalniettemin voor het katholiek sociaal denken als baken aan de horizon staat.
Voortgaande oefening
Dit maakt goed samenleven tot een voortgaande oefening. Richtingwijzers als ‘solidariteit’ en ‘menselijke waardigheid’ zijn in deze oefening concrete werkwoorden. Werkwoorden die van grote waarde zijn voor een betrokken samenleving.
Toch zijn deze werkwoorden op zichzelf niet genoeg volgens het katholiek sociaal denken. Daarom onderstreept dit denken het belang van ‘subsidiariteit’. Het subsidiariteitsbeginsel brengt maatschappelijke ordening aan. Het schept een structuur die het gemakkelijker maakt voor mensen om goed te doen en goed te zijn.
In het katholiek sociaal denken komt ‘subsidiariteit’ voor het eerst naar voren in de rondzendbrief (=encycliek) Quadragesimo anno. In deze tweede sociale encycliek uit 1931 onderzoekt paus Pius XI (1922-1939) hoe dit principe kan bijdragen aan een goede maatschappelijke ordening. Toentertijd werd dit principe gezien als belangrijk voor een ‘derde weg’. Een katholieke visie die verschilde van het socialisme en het liberalisme van zijn tijd.
Betrokken
Maar wat is subsidiariteit nou eigenlijk precies? En wat heeft het onze eigen maatschappij te vertellen? Je kunt zeggen dat dit principe in de kern gaat om juiste maatschappelijke verhoudingen.
Dit principe bewaart het inzicht dat verantwoordelijkheid zo laag mogelijk hoort te liggen in de samenleving. Dat betekent concreet dat wat personen zelf kunnen doen, hen niet uit handen moet worden genomen. Op deze wijze worden mensen het meest aangesproken op hun kunnen en betrokken bij de ‘publieke zaak’.
Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar een thema als ‘veiligheid’, dan zie je dat burgers geregeld zelf een oogje in het zeil houden als het om de leefbaarheid in hun woonwijk gaat. Zo kunnen initiatieven tot ‘buurtpreventie’ zorgen voor een gezonde vorm van sociale controle en betrokkenheid van mensen bij hun directe leefomgeving. Mogelijke problemen kunnen daarbij in een tijdig stadium gesignaleerd worden en waar mogelijk worden opgelost.
Niet zelden voorkomt het dat kleine kwesties grote problemen worden. Dit maakt ingrijpen van hogere instanties als de politie of justitie minder vaak nodig. Door het aanpakken van problemen op het juiste niveau stimuleer je mensen samen te werken aan oplossingen. Tegelijkertijd bespaart het energie en kosten omdat ‘hogere niveaus’ niet – of minder – worden ingezet.
Subsidiariteitsbeginsel
De verschillende niveaus in de samenleving ondersteunen elkaar daarnaast volgens het subsidiariteitsbeginsel. Daarbij heeft ieder niveau zijn eigen unieke mogelijkheden en inbreng.
Heel mooi valt dit te illustreren aan de hand van een ander voorbeeld. Wederom staat de wijk centraal. Om verandering teweeg te brengen in een wijk die geplaagd wordt door hangjongeren moet heel praktisch op de straat begonnen worden, met aanwezigheid. Dit kan goed in de vorm van straatcoaches. Door aanwezig te zijn en te luisteren naar de jongeren ontstaat er contact.
Daadwerkelijk contact zorgt voor respect, gedragsverandering en het gevoel bij de jongeren gezien en gehoord te worden. Straatcoaches hebben in dit proces een sleutelrol te vervullen. Zij kunnen namelijk iets wat gemeenten of grotere zorginstanties niet lukt: ze staan bij de jongeren en niet op een afstandje boven hen. Het ‘lagere’, in dit geval de straatcoaches, ondersteunen zo het ‘hogere’.
Tegelijkertijd ondersteunen gemeente en hogere overheden het werk van straatcoaches met geld en eventuele wetgeving. Dit stelt de straatcoaches op hun beurt in staat hun werk op een goede manier te kunnen doen.
Ordening
Onze samenleving getuigt van talloze voorbeelden waarin de ordening van het subsidiariteitsbeginsel verborgen ligt. Dit maakt onze samenleving in strikte zin natuurlijk niet ‘impliciet rooms-katholiek’.
Enige kennis van dit ordeningsprincipe kan ons echter wél helpen om gemakkelijker ons leven te structureren en goed te doen. Daarom is het van blijvend belang om gedachten over een gezonde maatschappelijke ordening keer op keer in te brengen in het publieke domein: in het onderwijs, de zorg en op straat.
Omdat subsidiariteit klein begint, doet het recht aan de veelkleurige inzet van mensen. Het geeft mensen de ruimte om vanuit hun eigen overtuigingen en verlangens bij te dragen aan een goede samenleving. Een betrokken, niet onverschillige inzet, zorgt soms ook voor discussie en strijd. Juist als het menens is en écht over iets gaat zijn botsingen soms onvermijdelijk.
Gericht op elkaar
Deze botsingen ontstaan echter wel vanuit een betrokkenheid op elkaar. Hier komt het onderliggende mensbeeld van het katholiek sociaal denken weer ten volle omhoog: mensen zijn ‘van nature’ gericht op elkaar. Ze zijn geen afgesloten en op zichzelf staande wezens die geïsoleerd gelukkig worden. Integendeel, mét elkaar realiseren mensen zichzelf.
Juist omdat subsidiariteit het inzicht bewaart dat het goede van klein naar groot groeit, doet het bij uitstek recht aan mensen. Vanuit de overtuiging dat ieders talenten er toe doen draagt subsidiariteit eraan bij dat mensen worden gezien. Ze worden gezien en aangesproken op hun kunnen.
Dit stimuleert eigenwaarde en het daadwerkelijke gevoel iets zinvols in te brengen te hebben. Op deze wijze werken wij in gezamenlijkheid aan een land waarin mensen het gevoel hebben er ten volste toe te doen.
In de volgende aflevering: Een kleine geschiedenis van het katholiek sociaal denken.
Thijs Caspers, werkzaam bij VKMO-Katholiek Netwerk, publiceerde onlangs Proeven van goed samenleven, een inleiding in het katholiek sociaal denken.