Wessel ten Boom
vrijdag 10 augustus 12:15
Wie uitgekeken raakt op een wijze van theologie bedrijven waarbij God en mens het uitstekend met elkaar kunnen vinden, kan zijn hart ophalen aan het boek Provocatie. Over de zin van God en geloof. Laten we ons nog door God provoceren?
Enige tijd geleden baarde ds. Willem Maarten Dekker nogal opzien met zijn stelling dat de kerk geroepen is zichzelf ten grave te dragen. Foto: RD
Wat gebeurt er als we midden op de kermis bij de schiettent opeens Jezus zien, op een schietschijf afgebeeld, alsof hij wil zeggen: schiet maar op mij los. Mijn hart 50 punten, hoofd en lendenen 40, armen en benen 25.
We zouden vermoedelijk onthutst ons gezicht van hem afkeren; in het uiterste geval stappen we naar de rechter. Toch is dit precies de manier waarop de hemelse Rechter zich aan ons openbaart, zo wordt betoogd in het onlangs verschenen boek
Provocatie. Over de zin van God en geloof.
De hervormde predikant
Willem Maarten Dekker uit Mastenbroek (Overijssel) heeft dertien preken omgewerkt en gebundeld, voorzien van een ‘voorzang’, een ‘tussenzang’ en een ‘slotzang’ (die een eigen gedicht behelst). Samen willen deze preken, grotendeels bij oudtestamentische teksten gehouden, stilstaan bij de vreemdheid van de God van Israël, de vreemdheid van Jezus Christus, die ons in zijn ‘onmogelijke werkelijkheid’ tegemoet komt, en ons, als het goed is, eerder in ‘ontzetting’ brengt dan in ‘gerustheid’.
Wat weten we nog van de dwaasheid van het kruis voor Joden en heidenen, die wij mensen zijn? Ergert God ons nog, laten we ons door Hem nog provoceren? Of hebben we Hem ook al op de grote hoop van de menselijke religies gegooid en zo onschadelijk gemaakt?
Lauw
Enige tijd geleden baarde Dekker nogal opzien met zijn stelling dat de kerk geroepen is zichzelf ten grave te dragen. Niet uit ongeloof, maar uit geloof: als een boetedoening voor haar lauwheid en falen en in vertrouwen op haar Heer.
Een gewaagde stelling die niet overal werd begrepen - of misschien toch juist wel, omdat nu pas goed de pijn van onze krimpende kerk gevoeld werd? Dit nieuwe boek is te lezen als een doordenking en nadere uitleg van zijn gedachten, en dus ook van de pijn die God ons toebrengt, en daarin veel van ons vraagt.
Beproeving
Mooi is het eerste hoofdstuk over de beproeving van Abraham. Hoe kan Abraham de opdracht van God om zijn zoon te offeren ooit rijmen met de belofte vader te worden van een groot volk? Botst dit tweede woord van God, zijn gebod, niet volop op het eerste, zijn belofte? Dekker haalt dan Luther aan; deze is meer nog dan de Deense filosoof Kierkegaard of de theoloog Karl Barth hier zijn lievelingsgetuige.
Luther zegt dat op het moment dat God dit tot Abraham sprak, zijn woord niet te onderscheiden was van het woord van de satan. Maar zo is God: Hij vraagt het onmogelijke.
Dekker: ‘Dat is ook de vraag die God aan ons stelt: Durf je met Mij de nacht in waarin geen toekomst meer is?’ Abraham heeft het gedurfd, en is zo de vader van alle gelovigen geworden. Maar ook wij worden dus zo door God bevraagd. Het mogelijke verwachten is geen kunst. Het eeuwige verwachten is al iets meer. Maar het onmogelijke verwachten, dat is wat van ons wordt gevraagd.
Vuurvaste gemeente
In een preek over Daniël en zijn vrienden in de oven spreekt Dekker over de ‘vuurvaste gemeente’. Het laat zien hoe de schrijver begaafd is om in rake beelden te spreken. Ook dat maakt het tot een indringend, soms ook wat verleidelijk boek.
Maar het toont ook dat het de schrijver menens is. Want achter dit beeld dringt zich natuurlijk wel een rauwe werkelijkheid op van een beproeving door vuur waar God ons aan blootstelt, maar waarin Hij ons ook bewaart.
Wie uitgekeken raakt op een wijze van theologie bedrijven waarbij God en mens het uitstekend met elkaar kunnen vinden, waar er zogezegd voor de mens geen vuiltje aan de lucht is (en die indruk krijg je vandaag de dag wel eens), kan zijn hart ophalen aan dit boek. Bij Dekker zitten God en mens niet in hetzelfde schuitje, maar staan recht tegenover elkaar, als in de doodstrijd van Jacob aan de Jabbok (Genesis 32) met elkaar verwikkeld.
Met de billen bloot
De mens wordt tot het uiterste geprovoceerd, tevoorschijn geroepen, in zijn nieren geproefd. In gewoon Hollands: hij moet met de billen bloot. Het is duidelijk dat Dekker hiermee diep reformatorische tonen aanslaat.
Dat wij met lege handen staan voor God, van wie wij alles hebben te verwachten, in zijn oordeel en in zijn genade, is dan ook de vanzelfsprekende sfeer van deze preken. Niet de moderne religieuze mens, met zijn gaven en verlangens, staat in het centrum, maar God door wie wij in onze verkeerdheid ‘ontdekt’ worden, en die Luther een ‘brandende oven vol van liefde’ noemt.
Dat juist dan theologie ook weer echt spannend wordt laat dit boekje duidelijk zien. God is nooit zomaar de God die wij al lang kennen. Ook Hij laat zich ontdekken. De mooiste gedeelten uit dit boek zijn de korte en kernachtige uitspraken van Dekker over God; deze leerstukken van God lijken rijker en dieper doorleefd te zijn dan zijn spreken over de kerk en de wereld.
Berouw
Mooi is bijvoorbeeld hoe God ook werkelijk berouw heeft en zich zelf van zijn tweede woord, zijn grote ‘nee’ tegen deze wereld, bekeert. Deze bekering ‘valt geheel buiten de causaliteit van deze wereld’; ze past er kortom niet in, noch als oorzaak, noch als gevolg. Nee, Gods geschiedenis met zichzelf is als de witregel in een gedicht waaraan alles hangt.
Het kan niet anders of een theologie die zo leeft van het absurde en het onmogelijke van God, en tegelijk van het failliet van de mens en zijn geschiedenis (‘sinds Golgotha kan ik geen humanist meer zijn’) moet tot diepe gedachten over Hem komen.
En het is verfrissend om te zien hoe iemand uit de theologisch rechterflank alle eigen reformatorische gemoedelijkheid hier hardhandig van zich schudt. Van een protestants-christelijke cultuur moeten we het niet meer hebben, maar van God en zijn vuurvaste schotel.
God als provocateur?
Dit boek is hartstochtelijk, doorleefd en moedig. Het laat tot slot één grote vraag achter: is God een provocateur? Wie provoceert drijft een ander in het nauw. Hij lokt hem uit de grens te overschrijden en tot de aanval over te gaan, en zo zijn zonde te tonen. Wie provoceert doet dus aan opruiing, hoezeer hij ook bereid is daarvoor zelf de klappen te ontvangen.
Is God nu ook een provocateur, in die zin dat Hij ons opruit, dat Hij wil schokken en uitdagen, opdat wij ons laten gaan en tonen wie wij zijn? God is toch niet alleen tegenover ons blijven staan, maar is ook naast ons komen staan. Nog beslissender lijkt me de vraag hierachter: elke provocateur wil de tegenstander door zijn uitdagend gedrag dwingen. Maar is het zo dat God ons tot geloof dwingt?
Vrijspraak
Dat de schrijver zichzelf geprovoceerd weet door de bijbelse getuigen; dat hij zich geprovoceerd weet door een God aan het kruis die zegt: schiet maar, en dat hij daarop met vallen en opstaan wil ingaan is zonneklaar.
Toch kan de lezer zich niet aan de indruk onttrekken dat juist deze God, die op zo een vreemde wijze God is, als een Vreemde Vrijspraak, om het in de woorden van de theoloog Miskotte (1894-1976) te zeggen, bij Dekker wel iets heel dwingends heeft. Maar is het dan de schietschijf die ons dwingt tot geloof? Is het niet veeleer zo dat we het geloof ontvangen om niet, en dat ons dat zelfs provoceert tot het... goede?
Dr. W.H. ten Boom is predikant van de Protestantse Gemeente in wording te Burum, Warfstermolen, Munnekezijl.