Over hetgoedeleven.com: Het goede leven wil een ontmoetingsplaats zijn voor christenen. Op onze site bieden wij nieuws en achtergronden over geloof en samenleving. U kunt reageren op verhalen of  zelf discussies starten.
 Lees Verder

Geloven
Ontmoeten Forum
vrijdag 18 januari 12:28
Mijn gegevens zijn zo volledig mogelijk. Face-to-face komt het ook niet bij me op om een pseuoniem te hanteren en via mijn naam zijn mijn adresgegevens ook makkelijk genoeg te achterhalen. Waarom zou ik dat in cyberspace anders doen? Het is voor mij een kwestie van integriteit en komt in mijn ervaring het gevoel van veiligheid in uitwisselingen op internet ten goede (ik vermijd het woord 'discussi...
vrijdag 18 januari 12:17
Ik krijg graag feedback op de website www.nationalesynode.nl/geloofsgesprekken die vandaag gestart is. Zie ook het artikel "Geloofsgesprekken op huiskamerschaal". Met vVriendengroet, Wim Nusselder
dinsdag 27 november 11:13
Zaterdag 27 oktober poneerde Ton Rombouts op het CDA-congres dat de C minder geprononceerd moet worden. De reacties op Rombouts abrupte pleidooi vergroten de verwarring. De meest recente kwam afgelopen zaterdag van Sybrand Buma via het Nederlands Dagblad. Het zou volgens hem Rombouts slechts gaan om religieuze rituelen bij het openen van een vergadering. Vervolgens maakt Buma ruimte om de C te r...
Levensbeschrijving in de lijn van Geert Mak
Nels Fahner
maandag 06 augustus 11:45
Kees de Bruijne schreef met De weg van mijn grootvader een portret van de predikant Cornelis Lindeboom (1872-1938) en gaf twee reisverslagen van zijn grootvader uit. Het tijdsbeeld is fascinerend, maar Lindeboom zelf blijkt moeilijk grijpbaar.
Levensbeschrijving in de lijn van Geert Mak
Vrouwen brengen hun stem uit in een boksschool in Amsterdam. Cornelis Lindeboom (1872-1938) had al progressieve standpunten inzake het kiesrecht voor vrouwen. In 1919 kregen vrouwen actief kiesrecht in ons land. Foto: ANP

De weg van mijn grootvader draait om twee eind negentiende-eeuwse reisverslagen van Cornelis Lindeboom (1872-1938). Maar het duurt even voordat het boek daarop focust. De weg van mijn grootvader begint met een uitgebreide biografische schets, van de hand van kleinzoon Cornelis (Kees) de Bruijne.

Druk maatschappelijk leven

Cornelis Lindeboom had in zijn jeugd niet alleen een goede pen, hij had daarna ook druk maatschappelijk leven, als gereformeerd predikant en voorzitter van het doveninstituut Effatha en de psychiatrische instelling Vogelenzang. Daarmee bouwde hij voort op het gedachtegoed van zijn vader, de bekende hoogleraar en filantroop Lucas Lindeboom.

Lindeboom sr. richtte in 1884 de Vereeniging tot Christelijke verzorging van Geestes- en zenuwzieken op. Veel ook nu nog bekende instellingen kwamen uit die vereniging voort: Veldwijk te Ermelo werd gesticht in 1886, Bloemendaal in Loosduinen in 1892, in 1937 volgde Wolfheze.

Een andere instelling, Vogelenzang in Bennebroek werd opgericht in 1927, en vanaf dat moment was Cornelis, als zoon van Lucas, voorzitter van Vogelenzang. Hij zou dat tot zijn dood blijven.

Roerselen

Het verhaal van Kees de Bruijne, die zijn grootvader zelf niet heeft meegemaakt, heeft zeker aan het begin een sterk opsommend karakter; over de persoonlijke roerselen van Cornelis komen we niet veel te weten. Misschien is dat omdat er maar weinig bronnen zijn overgebleven. Misschien ook omdat de schrijver niet te suggestief met zijn eigen familiegeschiedenis wil omgaan.

De Bruijne suggereert wel dat de voetreizen die Cornelis Lindeboom ondernam wellicht een ontsnapping waren aan een niet zo gelukkige jeugd. Elders haalt hij jeugdvriend Bas Wielenga aan, die dat beeld bevestigt en tegelijkertijd ontkracht: ‘Cornelis werd, zo meldde zijn vriend, door zijn vader nogal streng opgevoed. Soms werden de teugels wel erg strak aan getrokken. Dat verhinderde echter niet, zo blijkt uit diverse brieven, dat er een blijvende band van waardering tussen vader en zoon bestond.’

Op welke manier werden de teugels dan strak aangetrokken? Hoe kwam het dat de twee toch waardering voor elkaar kregen? De Bruijne graaft niet verder.

Eigen mening

Cornelis hield zich als jonge predikant met van alles en nog wat bezig. Hij stond maatschappelijk gezien duidelijk in de schaduw van zijn vader, maar dat betekende niet dat hij geen eigen mening of drive had. Het is boeiend om te zien hoe hij zich als plaatselijke predikant mengde in de politiek door bijvoorbeeld de situatie van de scheepsarbeiders in Bolnes, zijn eerste gemeente, te kritiseren.

Op theologisch gebied stond hij ook zijn mannetje; hij dacht na over de groeiende aandacht voor het boeddhisme onder intellectuelen en hoopte dat ze zouden inzien dat het christendom meer te bieden had.

Cornelis’ standpunten over het kiesrecht voor vrouwen waren opmerkelijk progressief voor zijn tijd. Zijn vrouw Anthonia (Tho) de Jong had evenals hij een goede opleiding genoten en ontwikkelde zich tot een bij protestanten geliefde schrijfster: ze schreef onder de naam Anthonia Margaretha boeken als God zal zorgen. Een ware geschiedenis (1914) en Waar woont het geluk? (1922).

Reizen

Het vervolg van De weg van mijn grootvader, dat de verslagen van twee reizen bevat, met mooie tekeningen erbij is de spreekwoordelijke goede wijn die voor het laatst bewaard is. Hoogtepunt is het eerste verslag uit 1893, over een tocht door Gelderland en Utrecht die Cornelis samen met zijn vriend Bas Wielenga, die net als hij predikant in Amsterdam zou worden, maakte. De twee jongens van ongeveer twintig reisden in de Paasvakantie, te voet, want fietsen konden ze nog niet.

Cornelis Lindeboom had beslist schrijftalent, want ook na meer dan honderd jaar boeit zijn stijl nog steeds. Als het tweetal na vertrek uit Utrecht in Doorn is aangekomen, blijven ze te lang plakken bij de plaatselijke predikant, zodat ze er te laat achterkomen dat het logement verderop geen gasten ontvangt.

De gastvrouw doet de schoonmaak, en even een bed neerleggen vindt ze niet goed genoeg voor de jongens. ‘Het gebeurt niet, hoor je. Meen je dat ik de goeje naam van men Loziement in opspraak wil brengen?’

Typeren

Lindeboom is goed in het typeren van mensen, hun spraak maar ook hun voorkomen en de manier waarop ze met elkaar omgaan. De weg van mijn grootvader doet als tijdsdocument denken aan het door Geert Mak bekend geworden De zomer van 1823 van Jacob van Lennep. Er zit zo’n zeventig jaar tussen, maar op dezelfde manier prikkelt Lindebooms verslag om de plaatsen die worden aangedaan nu met andere ogen te bezien.

Humoristisch is Lindeboom ook. Nadat de jongens in Doorn geen bed hebben gevonden worden ze naar Amerongen gestuurd. Het is al laat en in de duisternis komen ze af en toe een beschonken boer tegen, op de terugweg van een feest: ‘Uit de verte schenen zij ons dwaallichten toe. Want we zagen niets anders dan ’t vuur der brandende sigaar, dat zich voor onze oogen van den eenen naar den anderen kant bewoog.’

Het tweede reisverslag is van een treinreis door Duitsland en Zwitserland; de toon van het verslag is ernstiger, de observaties zijn minder scherp. Dat is jammer maar ligt misschien ook aan het vervoermiddel, dat goed kijken moeilijker maakt.

Psalm

De preek over psalm 84 waarmee De weg van mijn grootvader besluit, probeert de geestelijke kant van Cornelis Lindeboom met de avontuurlijke die vooral zijn jeugd kenmerkte, naar elkaar toe te trekken. Dat doet wat gekunsteld aan. Maar anderzijds, het is ook moeilijk meer voor te stellen dat het gewone, het intellectuele én het geestelijke leven zo in elkaars verlengde lagen als toen.

De boekpresentatie is op zaterdag 18 augustus op Landgoed Ermerlo-Veldwijk. Prof. dr. George Harinck, directeur van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme zal het eerste exemplaar in ontvangst nemen.
Delen via:
Schrijf als eerste een reactie!
Login om te kunnen reageren
Uw emailadres
Uw wachtwoord