Jan van Butselaar
dinsdag 31 juli 13:45
Een Indonesische kijk op de rol van kerk en christendom in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie levert verrassende resultaten op, ontdekte Jan van Butselaar. De kerk had wel degelijk oog voor de plaatselijke bevolking.
Een reconstructie van VOC-schip de Batavia. Foto: ANP
De relatie Nederland-Indonesië is weer volop in het nieuws. Ik bedoel nu niet de kwestie van de levering van tanks aan dat land, maar vooral de hernieuwde belangstelling voor het recente verleden, de rol van Nederlandse soldaten ten tijde van de politionele acties.
Eigen kijk
Verschillende instituten willen daar nieuw onderzoek naar doen. Of dat nodig is, wil ik hier niet beoordelen. Wel valt me op dat in de veronderstellingen over barre Nederlandse oorlogsmisdaden een Indonesische stem tot nu toe ontbrak. Het lijkt me wel erg koloniaal als zo'n project helemaal door Nederlanders wordt opgezet. Indonesiërs moeten zélf hun geschiedenis beschrijven en waarderen en daar eventueel Nederlanders bij uitnodigen.
Dat zo'n eigen Indonesische kijk nog wel eens verrassende resultaten kan opleveren, bewijst de recente
publicatie van Yusak Soleiman over kerk en christendom in de tijd van de
Verenigde Oost-Indische Compagnie, de door sommige politici zo geroemde VOC.
Soleiman heeft zich diep ingegraven in de archieven over de kerk op Java aan het eind van de 18e eeuw, de tijd dat de VOC op haar laatste benen liep. Er is altijd een beetje meesmuilend gedaan over de kerk en haar zending in die tijd in Nederlands-Indië.
Kerk en overheid
Het zou maar een slap zaakje zijn geweest, een instituut dat geheel onder het gezag van de koloniale machthebbers zou hebben gestaan en zich aan het geestelijk heil van de plaatselijke bevolking weinig gelegen hebben laten liggen.
Soleiman betwist dat en schetst een ander beeld. Natuurlijk was er een andere verhouding tussen kerk en overheid dan vandaag het geval is in Nederland: er was bepaald geen sprake van scheiding tussen beide instituten.
Dat had niet alleen te maken met de opstelling van de VOC, maar ook met de belijdenis van de kerk: artikel 36, waarin staat dat de overheid de ware godsdienst moet beschermen (een zinnetje dat de 'gereformeerden' later tussen haakjes zouden plaatsen) werd door de kerk toen serieus genomen.
Samenspraak
Aanstelling van kerkelijk personeel voor Java en elders in de archipel gebeurde dan ook in nauwe samenspraak van kerk en staat. Sommige 'lagere' bedienaren kwamen zelfs direct in overheidsdienst. Dat betekende niet dat de kerk zich liet muilkorven, integendeel. Ze vatte haar taak royaal op, ten dienste van de Nederlanders in den vreemde en allerlei andere groepen.
Het valt op dat de kerk op Java in die tijd een zeer multiculti karakter had: er waren diensten in het Portugees en in het Maleis, er was zelfs een plan voor diensten in het Arabisch... Bij het personeel van de kerk, vooral onder de 'ziekentroosters', een soort hulppredikers die buiten de steden het leeuwendeel van het werk deden, waren lieden van veel verschillende nationaliteiten te vinden, uit Europa en uit Azië. Het was dus geen duffe Nederlandse aangelegenheid, die kerk op Java.
Zorg
Twee karaktertrekken van de kerk vielen me in het onderzoek van Soleiman, waarop hij aan de VU promoveerde, bijzonder op. De eerste was wel de grote aandacht voor de armenzorg. Veel kolonialen (of hun nabestaanden...) kwamen in bittere armoede terecht. De kerk, de diaconie, zorgde er dan voor dat het leven mogelijk bleef of organiseerde zelfs een boottocht terug naar Europa. Dat zal op Java voor velen een verkondiging-in-daden zijn geweest.
Een tweede aspect was de zorg voor de wezen. Weeshuizen werden opgericht, die vaak bevolkt werden door halfbloedkinderen. Nederlanders in de koloniën gedroegen zich kennelijk even bronstig als andere kolonialen die ver van huis en haard hun normen en waarden nogal eens lieten voor wat ze waren. Het resultaat was overal zichtbaar.
De kerk gedroeg zich royaal tegenover deze kinderen en hun moeders, zeker als de vaders hun paterniteit hadden erkend. De kinderen en hun moeders konden worden gedoopt; dat leverde hun in de koloniale samenleving een betere status op.
Er waren op een gegeven ogenblik zoveel van deze 'natuurlijke' (…) kinderen, dat de weeshuizen overvol raakten. Daarop besloten kerk en overheid dat VOC-personeel dat verantwoordelijk was voor deze kinderen Nederlands-Indië niet mocht verlaten alvorens een goede regeling voor hen te treffen.
Ambivalentie
Soleiman heeft grondig onderzoek gedaan; de vele tabellen in het boek zijn er een bewijs van. Opmerkelijk is dat zijn conclusie over de koloniale kerk op Java nergens veroordelend is, niet goedkoop meedeint op de golven van ons morele oordeel over mensen en situaties van lang geleden.
Hij verbergt niets van de ambivalentie van een kerk die steeds haar plaats zeker moet stellen onder koloniaal bewind. Toch is de balans uiteindelijk positief. De kerk op Java aan het van de 18e eeuw had wel degelijk oog voor de plaatselijke bevolking, zeker daar waar de koloniale en de lokale samenleving elkaar ontmoetten of op elkaar botsten.
Je vraagt je af of een eventueel onderzoek naar de rol van de Nederlanders in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië net zo onbevooroordeeld zal kunnen worden uitgevoerd, na alles wat daar nu al over gezegd en geschreven is... Misschien is Soleiman nog beschikbaar?