Henk van der Waal. Foto: Tjerk de Reus
Vijf flinterdunne boekjes – gedichtenbundels – telt het oeuvre van Henk van der Waal (1960), plus een wat dikker boek dat hij met iemand anders schreef, óver poëzie. Nu voegt hij een ruim driehonderd pagina’s tellend filosofisch boek aan het rijtje toe:
Denken op de plaats rust. Opeens iets heel anders.
,,Dit boek was een soort corvee voor mij”, grinnikt Van der Waal. ,,Het is een poging om in redelijke en begrijpelijke taal op te helderen wat aan de basis ligt van mijn poëzie. Ik vond gewoon dat dit een keer moest. In gedichten kun je iets mooi verwoorden, met beelden tastbaar maken, maar de portee van wat je ter sprake brengt, vervluchtigt soms snel. Dat ongrijpbare hoort natuurlijk ook bij de poëzie, daar doe ik niets aan af.”
,,Poëzie wil ‘het onbestemde’ voelbaar maken en dat betekent dat je er nooit precies de vinger op kunt leggen. Maar ik vond toch dat ook in niet-poëtische taal mijn thematiek aan de orde moest kunnen komen, met name mijn kijk op ‘het onbestemde’. Als een soort rechtvaardiging, met redelijke argumenten. Hoewel ik mij geen prediker van een nieuwe waarheid voel, koester ik wel een paar overtuigingen. Die staan nu op papier.”
Het onbestemde
Van der Waals kernovertuiging luidt, kort gezegd, dat de mens van vandaag nauwelijks nog contact heeft met zijn diepste zelf en met ‘het onbestemde’ dat aan de basis ligt van ons fragiele bestaan. Dat klinkt meteen wat zweverig en dat zit Van der Waal een beetje dwars. Want hij wil aandacht voor ‘het onbestemde’, zonder meteen voor een religieus of vaag type te worden versleten.
Zijn aandacht voor dat ‘onbestemde’ gaat hand in hand met stevige filosofische analyses en met maatschappijkritiek. Van der Waal: ,,Als je geleefd wordt door commercie en prestatiedwang en daardoor geen tijd hebt voor verstilling, loop je gevaar het contact kwijt te raken met de diepe grond in jezelf, met de bron van je eigen bestaan.”
,,Die bron, dat is voor mij het onbestemde. Wie dat verwaarloost, kan innerlijk verkommeren en wordt meer geleefd dan dat hij zelf leeft (– om slechts één effect te noemen).”
Filosofen
Hoewel hij zijn boek schertsend ‘corvee’ noemt, schreef Van der Waal het met onmiskenbaar grote inzet. Hij grondt zijn betoog op een nauwkeurige lezing van een reeks filosofen. Geen eenvoudige stof, maar Van der Waal slaagt erin om hun denkbeelden beknopt en inzichtelijk weer te geven. Maar wat die filosofen beweren, is niet de hoofdzaak van het boek.
,,Ik zet de filosofie in voor mijn eigen betoog. Daarbij kraak ik een paar kritische noten, want ik vind dat de filosofie bepaalde kwesties behoorlijk heeft laten liggen. De filosofie heeft het gat dat de verdwijnende religies – in West-Europa met name het christendom – nalieten, niet weten op te vullen. Dat heeft geleid tot een cultureel vacuüm.”
Zondenregister
Wie van een afstandje naar Van der Waal kijkt, ziet een gedreven denker, pleitend voor ommekeer en voor een radicale verandering van denken. Ook breekt hij een lans voor filosofisch getinte aandachtigheid, die doet denken aan gebed of contemplatie. Wie dit betoog met een vleugje kerkelijke fantasie leest, ziet in de redeneringen van Van der Waal een heuse oproep tot bekering, waarbij het zondenregister van de westerse mens zonder terughoudendheid ter sprake komt.
Van der Waal kijkt niet vreemd op van zo’n kerkelijke vergelijking. Hij komt uit een gereformeerd nest en kent het christendom als zijn broekzak. Zijn vader was ooit ouderling van de Gereformeerde Kerk te Hilversum, waar hij opgroeide.
,,Mijn boek zou je kunnen zien als een antwoord op wat mijn vader geloofde, waar hij warm voor liep. Als opgroeiende jongen koesterde ik al vroeg argwaan voor de waarheidspretenties van het christelijke geloof. Dat begon halverwege mijn puberteit. Ik wilde verder kijken, mijn vleugels uitslaan en het gereformeerde geloof achter me laten. Maar ik kijk nog altijd geïntrigeerd naar wat mijn vader bewoog.”
Vervangend
Hoewel Van der Waal er geen misverstand over laat bestaan dat hij zijn kaarten níét zet op het christendom – hij is er eerder een tamelijk scherp criticus van – wil hij met zijn boek wel iets teweegbrengen dat vergelijkbaar is met kerk en christendom. Op de achterkant van zijn boek staat: ‘Na de teloorgang van de religies had de filosofie ons een zinvolle omgang met ons zelf moeten leren. In plaats daarvan gaf ze zich over aan het opstellen van complexe theorieën.’
De filosofie heeft in de ogen van Van der Waal zijn oren laten hangen naar de wetenschap en is zichzelf als een wetenschappelijke discipline gaan zien, in plaats van zich in te laten met de vragen waar de religie traditioneel het antwoord op gaf. Kortom, de filosofie zou iets vervangends moeten doen nu de religies verdwijnen of goeddeels zijn verdwenen.
Ervaringsbereik
Van der Waal: ,,Dat is precies mijn punt: naarmate de kerk terrein verloor, verschraalde een essentieel menselijk ‘ervaringsbereik’. Ik noem dit de ervaring van ‘het onbestemde’. Anderen zullen dit aanduiden als ‘het goddelijke’ of ‘het heilige’. Ik wil het echter lospellen uit de sfeer van de religie en het in een meer algemene zin aan de orde stellen.”
,,In mijn boek typeer ik nog twee andere ‘ervaringsbereiken’ die in mijn ogen fundamenteel zijn voor ons mens-zijn. Die andere twee bereiken worden gedomineerd door enerzijds de wetenschap en anderzijds de politiek.”
,,In de wetenschap gaat het om de relatie tussen ‘ik’ en ‘het’: de objectieve, meetbare dingen. In de politiek staat de relatie tussen ‘ik’ en ‘jij’ centraal. In het ervaringsbereik van het onbestemde gaat het om de mens ten opzichte van zijn ‘zelf’. Ik denk dat die laatste verhouding ons toegang geeft tot de bron van onze menselijkheid.”
Op de agenda
Van der Waal wil dit onbestemde, dat hij ook aanduidt als de ‘raadselachtige gemeenschappelijkheid van ons bestaan’, op de agenda zetten. ,,Ik onderzoek in mijn boek ook welke rol de politiek en de wetenschap spelen in het menselijk bestaan, maar ik wil toch vooral het onbestemde weer de plek geven die het toekomt.”
,,Dat is niet onproblematisch, want door de eeuwenlange dominantie van de kerk is dit ervaringsbereik altijd ingevuld door de religie: in het onbestemde is God geplaatst. Maar naarmate het geloof in God op de achtergrond raakte en marginaliseerde, is de fundamentele ervaring van het mysterie van ons mens-zijn niet minder belangrijk geworden.”
Toch maakt de geschiedenis van de filosofie sinds de verlichting duidelijk dat men zich van dat grote belang niet zo erg bewust was. ,,Filosofen hebben zich door de eeuwen heen onvoldoende gerealiseerd dat hier een braakliggend terrein ontstond. Zij hadden zich moeten toeleggen op een zinvolle omgang met ons zelf en op de mysterieuze diepte die onder ons bestaan schuilt.”
,,Maar dat is niet of nauwelijks gebeurd. Als gevolg hiervan werd de ‘innerlijke dimensie’ gekaapt door machten die pretenderen ons gelukkig te maken.”
Kortwieken
Op dit punt bereikt de strijdbaarheid van Van der Waal een hoogtepunt. Want hij constateert niets minder dan de teloorgang van het menselijke. In zijn boek noteert hij twee kwaden die de mens kortwieken en van zichzelf vervreemden. Die twee zijn de pretentieuze westerse wetenschap – die de absolute waarheid in bezit meent te hebben – én de zuigende consumenteneconomie.
Van der Waal schrijft in zijn boek: ‘Deze mens kijkt met een wetenschappelijke blik naar zichzelf om zich vervolgens als een verlangens- en communicatiemachinerie uit te leveren aan de economie.Vervolgens kan die economie oppermachtig worden omdat de plek waar de mens traditioneel schuilde voor de aanspraken en verleidingen van die economie, het ervaringsbereik van het onbestemde, is vervluchtigd. Een nieuwe exploratie van en inbedding in het ervaringsbereik van het onbestemde is nodig om dit tij te keren en om de enorme roofbouw op zowel mens als aarde in te dammen.’
Commercie en wetenschap
Wat moet je doen tegen het geweld van commercie en wetenschap? Biedt Van der Waal ook uitkomst, nu de zaak er zo onheilspellend voor staat? Wat moeten we doen, concreet?
Zijn antwoord klinkt een beetje religieus, maar zo bedoelt hij het niet: ,,Ik pleit voor momenten van inkeer. Dat inkeren komt neer op een uitdrukkelijk stil staan bij wie je bent en bij hoe het met je gesteld is en leidt tot een ontvankelijkheid voor het onbestemde. Waar het christendom heeft gekozen voor de weg van het geloof, ligt voor postreligieuzen de weg open van wat ik het ‘ervarende denken’ noem.”
,,Omdat dit denken niet belast is met de dogma’s van de religies, is het in deze tijd de uitgelezen manier om je tot je zelf te verhouden. Dan ben je bezig je als het ware je ‘in te bedden’ in het onbestemde. Op momenten van inkeer leggen we contact met ons zelf en creëren we onze zelfervaring.”
Niet elitair
Hoewel Van der Waal soms een beetje ongrijpbaar – filosofisch – redeneert, vindt hij dat zulke momenten van zelfinkeer voor iedereen te doen moeten zijn. Geen elitair gedoe wat die zelfinkeer betreft: ,,Voor niemand is die zelfervaring vreemd en daarom ligt die voor iedereen binnen handbereik. Maar gek genoeg zijn we vrijwel de hele dag bezig om die ervaring te ontwijken.”
,,Om die ontwijkende beweging – die een onderdeel is geworden van onze cultuur – een halt toe te roepen, pleit ik voor het uitvoeren van een denkritueel. Via zo’n ritueel kun je je een moment losmaken uit het netwerk van sociale aanspraken en van de drukte die de hele dag je geest in beslag neemt.”
,,Op zo’n moment van inkeer kun je analyseren welke kleine of grote angsten jou hinderen en kun je uiteindelijk de openheid ervaren die zich vanwege deze denkende houding in je uitstrekt. Als zoiets ook maar een beetje lukt, heb je je voor een moment onttrokken aan de waarderingsmechanismen van de economie. En dat is pure ‘winst’.”
Dankbaarheid en verwondering
Van der Waal vindt dat er dan ook plaats kan zijn voor dankbaarheid en voor verwondering over het feit dat wij ons bestaan hebben ontvangen. Je zou zeggen, dankbaarheid jegens wie eigenlijk? Maar de sfeer van dankbaarheid waarop Van der Waal doelt, heeft geen adres.
Het is eerder een omvattend besef: ,,In het ervarende denken dat je beoefent op momenten van inkeer, komt bij wijze van spreken het danken als vanzelf opzetten. Want als je je oriënteert op het onbestemde, op het diepe raadsel dat je in de grond van je individualiteit aantreft, ervaar je dat je deel bent van iets veel groters, maar ook hoe bijzonder het is dat jouw denken dat veel grotere kan aftasten. Dat leidt tot verwondering.”
Het pleidooi van Van der Waal is geschreven in een ferme toonzetting. Hij keert zich scherp tegen de prestatiecultuur, tegen religies, tegen dogmatisme. Wie op grond van een religieuze overtuiging ‘zijn waarheid’ op het vlak van de politiek ter sprake brengt, wordt door Van der Waal op de vingers getikt.
Waarheid
Maar is die weerzin tegen ‘waarheid’ terecht, lettend op de stevigheid van zijn eigen stellingname? Lezend in Denken op de plaats rust bekruipt je het gevoel dat hier de Van der Waal-doctrine wordt ontvouwd. Niks mis mee, maar het is zonneklaar dat ook Van der Waal de pretentie heeft de waarheid te verkondigen.
Van der Waal: ,,Tja, ik ben huiverig voor het opleggen van mijn waarheid aan anderen. Maar je hebt gelijk, ik veronderstel zeker dat ik met mijn boek iets beweer dat meer ‘waar’ is dan wat anderen hebben beweerd. Anders had ik het niet hoeven schrijven.”
,,Maar wat ik beweer is van een heel andere orde dan de waarheden die de wetenschap produceert. De wetenschap streeft een onomstotelijke waarheid na. Ik doe, hoewel ik af en toe wat stellig ben, slechts een voorstel en zeg: als je zo en zo tegen het leven aankijkt, werkt dat niet verrijkend en bevrijdend?”
Dimensie
,,Omdat in onze cultuur waarheid een natuurwetenschappelijke waarheid is geworden, kom je in de problemen als je het woord waarheid gaat inzetten op terreinen waar de wetenschap niet zo veel te zoeken heeft. De wetenschap dekt slechts één dimensie van onze ervaring. In mijn boek stel ik voor om de werking van het begrip waarheid daarom tot het terrein van de wetenschap te beperken.”
,,In de politiek en in de sfeer van het onbestemde – de twee andere ervaringsbereiken – draait het om de menselijke dimensie. Die dimensie kun je niet in beeld krijgen door meten en waarneming, omdat het in die bereiken altijd gaat om interpretatie en subjectiviteit. Als je op die terreinen het inmiddels verwetenschappelijkte woord waarheid inzet, kun je niet meer zien waar het daar om draait. Daarom houd ik enigszins afstand van het begrip waarheid.”