Over hetgoedeleven.com: Het goede leven wil een ontmoetingsplaats zijn voor christenen. Op onze site bieden wij nieuws en achtergronden over geloof en samenleving. U kunt reageren op verhalen of  zelf discussies starten.
 Lees Verder

Geloven
Ontmoeten Forum
vrijdag 18 januari 12:28
Mijn gegevens zijn zo volledig mogelijk. Face-to-face komt het ook niet bij me op om een pseuoniem te hanteren en via mijn naam zijn mijn adresgegevens ook makkelijk genoeg te achterhalen. Waarom zou ik dat in cyberspace anders doen? Het is voor mij een kwestie van integriteit en komt in mijn ervaring het gevoel van veiligheid in uitwisselingen op internet ten goede (ik vermijd het woord 'discussi...
vrijdag 18 januari 12:17
Ik krijg graag feedback op de website www.nationalesynode.nl/geloofsgesprekken die vandaag gestart is. Zie ook het artikel "Geloofsgesprekken op huiskamerschaal". Met vVriendengroet, Wim Nusselder
dinsdag 27 november 11:13
Zaterdag 27 oktober poneerde Ton Rombouts op het CDA-congres dat de C minder geprononceerd moet worden. De reacties op Rombouts abrupte pleidooi vergroten de verwarring. De meest recente kwam afgelopen zaterdag van Sybrand Buma via het Nederlands Dagblad. Het zou volgens hem Rombouts slechts gaan om religieuze rituelen bij het openen van een vergadering. Vervolgens maakt Buma ruimte om de C te r...
Alleen een levende omgang met onze Schepper leert ons hoe te leven
Tjerk de Reus
zaterdag 16 juni 10:00
Moet het roer om? Nu kerken meer en meer in de kantlijn van de samenleving raken, wordt de vraag dringend waar je als kerk voor staat. Spraakmakende theologen pleiten voor een kerk met een robuust karakter.
Alleen een levende omgang met onze Schepper leert ons hoe te leven
Een processie. Volgens Wannenwetsch accentueert een processie ‘het primaat van de liturgie’. Foto: ANP

Waar sta je als kerk voor? Die vraag is voor veel mensen belangrijk: voor kerkleiders, voor gemeenteleden, voor ouders van opgroeiende kinderen. In het verleden was de kerk een maatschappelijk instituut, met invloed en betekenis.

Nu is dat veelal anders. Moeten we daar iets mee? Ja, zegt een reeks theologen uit de Engelstalige wereld. De kerk moet nadenken over haar eigen karakter. Daarmee moet je ook voor de dag durven komen, hoe raar je daarmee ook bent in de ogen van de seculiere wereld.

Voor het tijdschrift Wapenveld interviewden Herman Paul en Bart Wallet een reeks van negen theologen. Deze interviews zijn nu verschenen in boekvorm: Oefenplaatsen – Tegendraadse theologen over kerk en ethiek. De vragen van Paul en Wallet cirkelen om de eigenheid van de kerk en ze leggen de focus bij de vraag hoe christen leren om te leven, en hoe de kerk daarin een bijdrage levert of daarvan de bron vormt.

De antwoorden zijn verwant, maar niet monotoon: een waaier van opinies komt ter sprake. Hieronder kernachtige citaten - met enige toelichting - uit zes van de negen interviews. De overige drie interviews in het boek zijn gehouden met Richard Hays, Tim Keller en Tom Wright.

1. Praktijkoefeningen

Stanley Hauerwas ziet de kerk als een ‘alternatieve morele gemeenschap’. In de kerk doen we aan karaktervorming – door het evangelie geïnspireerd - en oefenen we ons in een alternatieve levenswijze. Maar de ideale kerkelijke gemeenschap staat onder druk, bijvoorbeeld van het liberale denken (jij mag denken hoe jij wilt) en het piëtisme. Het laatste staat voor een allesoverheersende nadruk op jouw persoonlijke, innerlijke geloofsbeleving.

Die tref je in Nederland aan bij de zogenoemde ‘bevindelijk gereformeerden’, maar ook bij veel evangelischen. Volgens Hauerwas zijn zowel liberalisme als piëtisme individualistisch en maken ze zich los van kerk en traditie. Hauerwas: ‘Het piëtisme staat een directe relatie tussen God en het individu voor. De piëtist heeft de kerk niet nodig; die is voor hem een soort toevalligheid.

Hij heeft een individuele relatie met God en gaat naar de kerk om uiting te geven aan die relatie. De kerk heeft dus geen enkele bemiddelende rol. Dat is de basisovertuiging die vrome piëtisten en liberale protestanten delen. Daarom zijn beide bewegingen wat mij betreft kanten van dezelfde medaille.’

Zijn ideaal is een kerkelijke gemeenschap die zijn identiteit toont in ‘een verzameling praktijken’, in een ‘oefening in vroomheid’. Dat betekent dat de kerk ‘een gemeenschap is waarin de regels van het leven met Christus heersen, niet die van de seculiere orde.’

De kerk is een alternatieve politieke gemeenschap, die zijn oren niet laat hangen naar de politieke mode. Tegenover macht en geweld zetten christenen volgen Hauerwas machteloosheid en pacifisme. ‘Christenen zijn resident aliens: pelgrims op doorreis, wier gemeenschap de kerk is.’

2. Gebaren van pure liefde

Samuel Wells vindt dat kerk niet de opinie van het algemene publiek moet volgen, in een poging acceptabel te worden gevonden. Dat miskent het eigen karakter van de kerk. Toch gebeurt dit nogal eens, in de hoop dat de buitenwacht de kerk relevant en nuttig zal vinden. Zo hoopt de kerk ten onrechte op invloed en aanzien.

Maar wie invloed wil, denkt in termen van macht. Wells: ‘De echte macht van de kerk is geopenbaard in martelaarschap, in gebaren die niets anders zijn dan pure liefde. We moeten niet proberen om maatschappelijk relevant te zijn, of een groep waarover iedereen praat, of die vaak geciteerd wordt. De Heilige Geest zorgt voor ons: dat is veel effectiever.’

Helaas hebben Europese kerken het heel lang als hun taak gezien om de politiek en ethiek van het algemene publiek te volgen, signaleert Wells: ‘Terwijl de kerk haar eigen, door de Bijbel en christelijke traditie gevormde politiek moet hebben. Nu beginnen deze kerken zich af te vragen of er nog wel iemand naar hen luistert. Is dat gek?’

Een voorbeeld van een heldere ‘eigen agenda’ zag Wells in een kerkelijke gemeenschap waarin hij werkte. ‘Om de mensen die niet naar de kerk gingen erbij te betrekken, gingen we hen fotograferen. Hun portretten hingen we in de kerk op, om hen zo niet te vergeten en voor hen te bidden. Ze kwamen zelf niet in de kerk, maar we droegen hun afbeeldingen wel naar binnen. Zo probeerden we een kerk te zijn die midden in de gemeenschap stond.’

3. Lezen tegen domheid

Voor bijna elke theoloog in dit boek is het werk van Stanley Hauerwas belangrijk. Zijn visie op de kerk als een unieke, robuuste en alternatieve gemeenschap heeft ook Oliver O’Donovan beziggehouden. Maar hij vindt het te simpel om de gehele geschiedenis van de kerk overboord te gooien, omdat men doorgaans te weinig oog had voor de eigenheid van de kerk en te vaak kerk en politiek vermengde.

O’Donovan vindt het belangrijk om een open oog te hebben voor de manier waarop vorige generaties christenen nadachten op kerk, samenleving en politiek. In dat licht is het lezen van wat onze voorouders schreven, van levensbelang, want het staat voor communiceren met mensen van vroeger.

O’Donovan: ‘Dichter bij de gemeenschap der heiligen kunnen we niet komen, zolang het Koninkrijk der hemelen nog niet volledig is aangebroken. De gemeenschap der heiligen verplicht ons zelfs om in gesprek te zijn met anderen, in het verleden net zo goed als in het heden. Het is onze morele plicht een poging te doen het verleden te begrijpen. Daarnaast is het simpelweg nodig: zonder verleden valt het heden niet te interpreteren.

Het is onmogelijk direct een mening te hebben over wat er in onze tijd aan de hand is. (…) Natuurlijk hebben mensen uit het verleden geen antwoorden voor ons, maar ze kunnen ons wel helpen te stoppen met voortdurend domme fouten te maken. Ze kunnen ons op het juiste spoor zetten en discipline bijbrengen, zodat wij in onze tijd onze eigen verantwoordelijkheden op ons kunnen nemen en die op een bezonnen manier kunnen uitvoeren.’

4. Processies als provocatie

De van oorsprong Duitse theoloog Bernd Wannenwetsch vindt dat het hart van het kerkzijn de liturgie is. Maar dat betekent niet dat de kerk zich opsluit binnen de kerkmuren. In een van zijn boeken bespreekt hij een concreet voorbeeld van ‘naar buiten treden’ als: de processie. Dit vroegchristelijke fenomeen betreft een optocht door de stad, waarbij op belangrijke plaatsen werd gebeden en gezongen.

Zo’n processie accentueert ‘het primaat van de liturgie’, zegt Wannenwetsch. Het christelijke leven ‘ontspringt’ aan de liturgie. De interviewers vatten samen: ‘Niet de gemeenschap is een bron van ethiek  (…) maar God zelf, die in Woord en sacrament tot zijn gemeente komt. Daarom ‘heeft’ of ‘is’ de kerk geen ethiek, maar ontvangt zij haar.’

‘Telkens wanneer de kerk de Bijbel openslaat of het brood breekt, wordt zij gevormd in de grammatica van het christelijke leven.’(…) Deze levensvorm – samen aan tafel zitten, het brood delen, de gaven inzamelen – tekent in de tweede plaats het héle christelijke leven. Zij bestaat niet slechts op zondag, in de beslotenheid van het kerkgebouw, maar ook daarbuiten. Daarom is de processie zo’n fraai beeld: de processie draagt de liturgie letterlijk de straat op, het leven in.’

In zo’n processie liepen destijds rijk en arm mee, wat natuurlijk kritiek inhield op de machtsverhoudingen in een stad. Zo getuigt de processie van ‘andere politieke werkelijkheid’. Niet vreemd dat Romeinse magistraten de processies als een christelijke provocatie opvatten en die aan strenge voorschriften onderwierpen.

5. Geen behoeftenbevrediging

Miroslav Volf groeide op in Kroatië en weet uit eigen ervaring (de Balkan –oorlog) hoe de etnische spanningen een samenleving kunnen kapotmaken. Je je inleven in je medemens en vergevingsgezindheid zijn belangrijke thema’s in de boeken van Volf. Hij vindt dat de kerk een eigen verhaal heeft te vertellen, maar daarmee wel een rol kan spelen in de samenleving.

Dat kan heel kritisch uitpakken: ‘Zoals Karl Barth ooit “nee” riep tegen Duitse theologen die God voor het karretje van het Derde Rijk wilden spannen, zo moeten christenen zich nu distantiëren van de gedachte dat christelijk geloof en westerse identiteit twee handen op één buik zijn. Het geloof is niet westers, Amerikaans, Kroatisch of Nederlands.’

Volf is tegen ‘elk groepsdenken dat zich tooit met christelijke frasen of symbolen.’ De kerk moet proberen bondgenoten te ontdekken in de samenleving, ook onder gelovigen uit andere religies. ‘Hoe kunnen wij met anderen onder één dak samenleven? Voor multiculturele samenlevingen als Nederland is dat wellicht de hamvraag.

Als je als christen je geloof niet met geweld aan anderen wilt opleggen, zoals vroeger gebeurde, of wilt privatiseren, zoals van de weeromstuit nu zo vaak gebeurt, kun je dan misschien met anderen in gesprek raken over wat zij van waarde vinden? Zodra we inzien dat christelijk geloof en westerse cultuur geen synoniemen zijn, ontstaat de ruimte het publieke domein te delen met anderen en met hen te zoeken, niet naar wat scheidt, maar naar wat verbindt.’

Vooral ten aanzien van de islam ziet Volf goede mogelijkheden. Bijvoorbeeld als het gaat om menswaardigheid:

‘Wat betekent het als mens tot je recht te komen? Wat hebben religieuze tradities als het christendom en de islam daarover te zeggen? Getuigen zij niet van een leven dat beter is dan een bestaan dat zich laat meeslepen door de krachten van een globaliserende markt en de behoeften van het kapitalistische consumentisme? Zeggen christendom en islam niet, elk op hun eigen manier, dat er een heilzamer leven is dan dat van instantbehoeftebevrediging?’

6. Zingen centraal

Brian Brock is de jongste van de reeks theologen die in het interviewboek aan het woord komt. Hij is tevens spraakmakend, omdat hij het theologische vakgebied van de ethiek nadrukkelijk verbindt met de kern van geloven: ‘een hart dat zich uitstrekt naar God’. Dat maakt hem kritisch over het idee dat de kerk een plek is waar ons karakter op een christelijke manier gevormd wordt. Hij staat dan ook op enige afstand van de genoemde Hauerwas.

Brock: ‘Het nadeel van “karakter” is dat de handelende mens gemakkelijk centaal komt te staan. En dan is het nog maar een kleine stap naar zélf denken, zélf willen doen – hoezeer Hauerwas ook zal toegeven dat karaktervorming een werk van de Geest is.’

Volgens Brock gaat het eerder om ‘ontvankelijkheid’, een levenshouding waarin wijzelf niet altijd de handelende instantie zijn. Brock: ‘In het christelijke leven gaat het niet om “mij”, niet om “ik”. Luther sprak over ethiek als de kunst jezelf te vergeten. Natuurlijk ontken ik niet dat het geloof ons nieuwe mensen maakt. Maar christelijke ethiek is niet hetzelfde als karaktervorming. Hadden David en Simson zulke nobele karakters? Ik denk het niet.’

‘Sprak hun geloof uit hun daden? Soms wel, soms minder. Toch tekent de Bijbel hen als mannen vol geloof, die wisten dat God in hun leven de handelende persoon was. En daarom staan ze in de Bijbel: als voorbeelden van mensen die God aan het werk wisten.’

In zijn boeken stelt Brock het zingen centraal, als een metafoor voor een levenshouding waarbij God in het middelpunt staat: ‘Zingen, in Luthers brede betekenis van dat woord, staat tegenover abstracties, tegenover manipulatie, en tegenover het idee dat wij de wereld beheersen. Wij zijn bijvoorbeeld niet in staat om vrede te brengen tussen mensen, noch in onze eigen omgeving, noch in de samenleving.’

‘We kunnen recht spreken en mensen ertoe aansporen vrede te herstellen, maar de vrede zelf kunnen we slechts afwachten en ontvangen.’ De interviewers vatten Brocks visie als volgt samen: ‘Alleen een levende omgang met onze Schepper leert ons hoe te leven, wat voor relaties we kunnen aangaan, hoe we voor onze kinderen kunnen zorgen, welke producten we het best kunnen kopen en tegen welke slechte gewoonten we te strijden hebben.’

Stefan Paas, die een slotbeschouwing in het boek levert, noteert: ‘De geïnterviewde theologen geven geen onmiddellijk werkzame antwoorden. Daar is dit type theologie ook niet voor bedoeld. Maar zij verruimen de verbeelding en geven hoop. Elk antwoord op een crisis moet daar beginnen.’
Delen via:
Schrijf als eerste een reactie!
Login om te kunnen reageren
Uw emailadres
Uw wachtwoord