Willem Marie Speelman
zaterdag 02 juni 11:57
De wetenschap staat te veel in de sfeer van de toe-eigening. We willen grip krijgen op de psyche, de ziekten, de samenleving, de wereld en het universum. Maar weten is kennen en kennen kan niet zonder liefde. Waar haalt de harde en koude wetenschap liefde en warmte vandaan?
In een schriftelijke cultuur hoeven mensen zich niet veel te herinneren. Foto ANP
De wetenschap probeert de kennis te vergroten, kennis die samenhangend is en die de werkelijkheid adequaat beschrijft. Aan het begin van onze wetenschap staan onder anderen twee Grieken, Plato (427-347 v.Chr.) en Aristoteles (384-322 v.Chr.). De een keek naar de hemel en de ander naar de aarde, de een redeneert en de ander neemt waar.
Twee vaders van de wetenschap, die allebei de waarheid zijn toegedaan. Waarheid leren wij kennen als we de logische orde van de rede volgen (als A=B en B=C dan A=C) en als we de logische orde van de werkelijkheid kunnen beschrijven (als je een vinger midden op een trillende snaar legt, klinkt de toon een octaaf hoger). Voorheen was er ook waarheid, maar dat was de waarheid van verhalen. Om de vraag of Aphrodite ook echt bestond zou men waarschijnlijk gelachen hebben. Ja, natuurlijk! Nee, natuurlijk niet!
Meetbare waarheid
De verhalende cultuur was een mondelinge traditie waarin de schrift, het Griekse alfabet, nog geen of nog niet zoveel invloed had. Langzaam aan begonnen de Grieken echter te ontdekken dat ze met de schrift de werkelijkheid konden vatten, en wat meer is: konden meten. Waarheid werd gevonden door de werkelijkheid te meten. Plato schijnt boven de ingang van zijn academie geschreven te hebben: ‘Wie geen aanleg heeft voor meetkunde, trede hier niet binnen.’ De wetenschap is nog altijd in de ban van de meetbare waarheid, de vatbare werkelijkheid en de ingrijpende mensheid.
De opkomst van de schriftelijke cultuur, de beschrijving van de wereld met behulp van het Griekse alfabet, is van beslissende invloed geweest op de wetenschap. Maar de grote voordelen die de schrift bood, namelijk het vatten van de innerlijke en uiterlijke werkelijkheid, gaan gepaard met een grote nadelen.
In een mondelinge cultuur is de kennis persoonlijk en concreet. De mensen weten wat zij zich herinneren. Daarom oefenen zij hun geheugen. En is het geheugen niet de basis van de cultuur? In een schriftelijke cultuur hoeven mensen zich niet veel te herinneren. Hun cultuur, dat zijn de boeken. En niet iedereen voelt de noodzaak die boeken te lezen. En wat is cultuur dan nog in dit land?
Schriftelijke cultuur
Boeken vormen een eigen, veilige, onbevlekte realiteit. Die realiteit is naar haar aard objectief en abstract, omdat zij in een boek gevat is en losgemaakt van het dagelijks leven. De wetenschap van een schriftelijke cultuur is daarom gericht op objectieve en abstracte kennis. In een mondelinge cultuur is daar geen enkele behoefte aan.
Toen een onderzoeker aan een ongeletterde maar beslist niet domme man vroeg: ‘Wat is een boom?’, keek deze hem meewarig aan. ‘Wat is dat nou voor een stomme vraag? Dat daar zijn bomen, zie je die niet?’ Wetenschappers vullen hun bibliotheken met voor velen zinloze kennis.
Er kleeft nog een belangrijk nadeel aan de schrift en de beschrijvende wetenschap. Want de hang naar objectieve en abstracte kennis maakt krachten los die men niet kan beheersen.
Daarover gaat het verhaal van koning Kadmos, de uitvinder van het Griekse alfabet. Kadmos heeft een draak gedood, die eigenlijk de oorlogsgod Ares was. Pallas Athene zegt hem de tanden van de draak in de aarde te zaaien om zo dappere krijgers te oogsten. Met deze krijgers zou hij dan de stad kunnen beschermen. De koning, uit lust naar macht, valt onmiddellijk voor de verleiding van Pallas Athene. Maar de krijgers die uit die tanden komen beginnen met elkaar te vechten. Kadmos kan hun krachten, die hij ontketend heeft, niet bedwingen. De krijgers van Kadmos, dat zijn de letters van het Griekse alfabet. En deze letters beschermen de stad niet, maar voeren hun eigen interne en eeuwigdurende strijd.
Draak
Vertelt deze mythe niet ook het verhaal van de wetenschap in onze tijd? De wetenschap verslaat ‘de draak’ van de onwetendheid. Zij leeft in de illusie ‘de stad’ te kunnen beschermen met haar geschriften: zij gelooft de mens, de samenleving en zelfs de hele kosmos te kunnen ordenen en beheersen. Maar in feite heeft de wetenschap krachten losgemaakt die zij niet kan beheersen.
Vooral nu geld en eigenbelang een grote rol zijn gaan spelen op de universiteiten, kunnen onderzoekers niet meer toegeven dat experimenten kunnen mislukken of niet altijd het gewenste resultaat opleveren. En dan lopen zelfs de beste onderzoekers in de val.
Kennis is macht. Vooral als die kennis voor anderen geheim gehouden wordt. En met het geheimhouding van het onderzoek en de kennis, worden ook de gevaren geheim gehouden. Wie weet wat voor dodelijke virussen er in Nederland ontwikkeld worden? En zijn de experimenten in de deeltjesversneller echt ongevaarlijk? Als kennis bezit wordt, en als bezit beschermd moet worden, wordt kennis ook gevaarlijk.
Deugden
Onlangs sprak in Utrecht op een expert meeting de Amerikaanse natuurkundige Jan Sengers. Hij is een man van de exacte wetenschappen, en hij is lid van de OCDS, dat is seculiere orde van de Karmel. Van mystica Theresia van Avila (1515-1582) leerde hij drie deugden, die hij zijn studenten voorhoudt als relevant voor de beoefening van hun wetenschap. Allereerst de deugd van de onthechting. Deze deugd behoedt de wetenschapper voor fraude als de kortste weg naar succes.
De tweede deugd is nederigheid. Nederigheid behoedt de wetenschapper voor bijvoorbeeld plagiaat, want hij geeft de eer aan degene die de eer toekomt. De derde deugd is liefde, die de wetenschapper ervoor behoedt alles voor zich te houden. Liefde maakt genereus in het delen van kennis en niet bang dat iemand anders er profijt van zou kunnen hebben.
Geen tegenwicht
Deze deugden zijn ontegenzeggelijk zeer relevant voor de wetenschap, maar ze vormen geen tegenwicht tegen de aard van het wetenschappelijke kennen zelf. Het wetenschappelijk kennen is niet alleen door geld en eigenbelang gevaarlijk, maar ook omdat het een vorm van toe-eigening is. De op schrift gebaseerde wetenschap eigent zich de realiteit toe en beschouwt deze als haar bezit. De genoemde wetenschappelijke ‘zonden’ - fraude, plagiaat en geheimhouding - zijn in feite niets anders dan drie varianten van toe-eigening.
In het geval van fraude eigent de onderzoeker zich de resultaten toe door ze zelf te verzinnen. In het geval van plagiaat steelt de ene onderzoeker het onderzoek van een ander. En geheimhouding is ook een vorm van toe-eigening van de onderzoeksresultaten. Met andere woorden, er ontbreekt een deugd aan het rijtje van professor Sengers: de franciscaanse deugd van de bezitloosheid.
Ongeletterd
Franciscus noemt zichzelf ongeleerd, wat hetzelfde is als ongeletterd. Hij kent God en de wereld, maar zijn kennen is geen bezitten. Hij beschouwt God en de wereld, maar niet als zijn onderzoeksterrein. Hij ordent de kosmos, maar niet naar zijn eigen inzichten. Daarom kan hij in de natuur de scheppingsorde onderscheiden, zijn medeschepsels broeders en zusters noemen, en zien dat ze goed zijn.
Er bestaat dus een andere kennis dan de meetbare en grijpbare. Dat is de kennis die het mysterie intact laat en de ander anders laat zijn. Zij is geen macht, maar liefde en bewondering. Zij grijpt mij aan zonder dat ik het andere of de ander volledig kan begrijpen. In de wetenschap die op de universiteit onderwezen wordt moet snel gescoord worden, zijn geld en eigenbelang deugden, en is persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp verdacht.
Maar de kennis die uit liefde voortkomt groeit langzaam, kan niet worden gefraudeerd of gestolen, is niet geheim (een mysterie is geen geheim) en is persoonlijk. Het is een groeiend besef dat als kristal neerslaat in de tijd die daarvoor nodig is.
Willem Marie Speelman doceert en publiceert op het terrein van spiritualiteit, religie en liturgie aan de Universiteit van Tilburg
www.franciscaans-studiecentrum.nl