Het goede leven > Geloven > Columns > Pelgrimeren is als lopen over een labyrint
Freek van der Veen
Pelgrimeren is als lopen over een labyrint
vrijdag 10 augustus 12:00
Na zijn zoektocht naar pleisterplaatsen in Nederland trekt Freek van der Veen de grens over, op pelgrimsreis. Om de week doet hij verslag van zijn fietstocht naar Santiago de Compostela. Telkens staat hij stil bij een bijzondere plek en doet verslag van zijn reiservaringen. Deze keer komt hij aan in Chartres.

De kathedraal van Chartres telt 176 gebrandschilderde ramen. Foto: Freek van der Veen
Het heeft me altijd aangesproken dat christenen ‘mensen van de weg’ worden genoemd. Je bent niet geworteld in de grond, op je land, in je stad of thuis. Nee, je bent onderweg, je trekt, je bent altijd in beweging.
Zo ben ik aan de pelgrimstocht (‘camino’) begonnen: om in beweging te zijn en hopelijk wat afstand te kunnen nemen van het dagelijks leven. En natuurlijk was ik ook nieuwsgierig hoe zoiets zou gaan: elke dag verder trekken, onbekend met wat je tegenkomt, wie je ontmoet. En de vraag of je het wel vol kunt houden.
In het reine
Maar er zijn vele andere redenen om aan een pelgrimstocht te beginnen. Zo hoor je van mensen die veel te verwerken hebben, die verdriet kennen of iemand hebben moeten missen, die dingen hebben meegemaakt waarmee ze in het reine willen komen.
Zij gaan op pad, meestal lopend. Want het alsmaar moeten lopen werkt louterend. Ook het feit dat je allerlei mensen op je weg kunt tegenkomen die dezelfde weg gaan, dezelfde kant op en die uiteindelijk hetzelfde doel willen bereiken, werkt helend. Op de tocht kun je goed afstand nemen, je gedachten laten gaan en alle zorgen en narigheid vergeten. Op camino gaan betekent ‘gaan’, ervoor gaan.
Het is een eindeloze reis, wat betekent dat je ’s avonds aan het einde van de dag niet thuis komt. Je gaat de volgende dag immers weer verder. Het betekent dat je van tevoren niet weet waar je slaapt, waar je je hoofd te ruste zal leggen.
Je moet zorgen voor een overnachting, elke avond opnieuw en waar dat is weet je nooit van tevoren. Het zijn de kleine zorgen van een pelgrim: de reis van déze dag en dan: hoe krijg ik te eten en waar zal ik slapen? En verder: zorgen dat je niet verdwaalt, dat je de goede weg bewandelt.
Chartres
We naderen de oude Romeinse stad aan de Eure: Chartres. Al van ver rijzen fier de torens van de beroemde kathedraal van de stad. Het is vooral vanwege deze kathedraal dat Chartres jaarlijks zo’n drie miljoen toeristen trekt. Het beroemde bouwwerk dankt die belangstelling aan z’n architectuur, het beeldhouwwerk en de glas-in-loodramen. De stad groeide in de loop der eeuwen uit tot een belangrijke etappeplaats voor pelgrims.
In de Middeleeuwen was Chartres al een bekend bedevaartsoord. Net als toen bezoeken ook nu veel pelgrims de kathedraal om de in totaal 176 gebrandschilderde ramen te bewonderen. Je ziet er afbeeldingen van de apostel Jacobus, Karel de Grote en van ridder Roeland op de pas bij Roncevalles.
Ook trekken pelgrims naar de kathedraal om er het 800 jaar oude labyrint dat in de vloer in steen gehouwen is, na te lopen. Het is 12,5 meter in doorsnede en zo’n 300 meter lang.
Kronkelende weg
Op je reis door het leven, je pelgrimstocht wil je niet verdwalen. En dat gebeurt niet als je op het labyrint je weg zoekt. Die gaat soms kronkelend van links naar rechts en weer terug. Maar verdwalen doe je niet, want er is maar één weg. En al lopend kom je bij het midden, bij het centrum aan. Het is daarmee een groot verschil met een doolhof.
En eerlijk is eerlijk: soms lijkt het leven wel vaak op een doolhof. “Wie door een doolhof loopt, moet vertrouwen op eigen inschattingen. Wie door een labyrint loopt, moet vertrouwen op de wijsheid van de bouwer”, aldus Seije Slager onlangs in dagblad Trouw.
De goede weg is van levensbelang. Je kunt dan wel van koers veranderen, omdat je een plek nodig hebt om te rusten. Maar uiteindelijk kom je weer op de route terug. Dat lukt, omdat je niet alleen op weg bent gegaan. Je verdwaalt niet, omdat je met iemand gaat, met anderen. Daarover meer in het volgende verslag.