Het goede leven > Geloven > Columns > Heavy Metal wordt nooit meer orgelmuziek
Kelly Keasberry
Heavy Metal wordt nooit meer orgelmuziek
Het afgelopen studiejaar leidde mij tot een bizarre ontdekking: ik ben een religieus atheïst. En dat terwijl ik maar liefst 16 jaar lang hartstochtelijk meende een christen te zijn. Tot die bewuste cursus ethiek in februari.

De sprookjes van Hans Christian Andersen maken niemand boos, Bijbelverhalen wel. Foto: SXC Ruud Moret
Het begon allemaal met het hartstochtelijke pleidooi van een medestudente. Volgens haar kon iemand met een christelijke basis nooit meer een echte atheïst worden. Goed, sommigen probeerden het wel, zoals Maarten ’t Hart en Franca Treur, maar die draaiden zich een rad voor ogen.
De drie-eenheid gezin, kerk en school had hen in alles gevormd tot christen. En als zodanig waren zij nu tot in eeuwigheid gedoemd te spreken, te denken en te redeneren. Of zij dat nu leuk vonden of niet.
Ik stak mijn vinger op, want ik voelde de bui al hangen. “En als je nu pas later in je leven gegrepen bent door het geloof?” “Dan ben je een atheïst”, antwoordde mijn medestudente zonder blikken of blozen. “Misschien wel een gelovige, maar toch: een atheïst.”
Autonoom denkend
Natuurlijk wilde ik zeggen dat ze het mis had. Want ik was toch zeker een autonoom denkend wezen, in staat om mijn eigen keuzes te maken? Maar toen besefte ik het plotseling. De mens als autonoom denkend wezen. Welke rechtgeaarde refostudent uit Urk zou ooit zo’n goddeloze uitspraak over zijn lippen krijgen?
Dit bleek slechts het begin van een hele serie uitglijders. Waarna het bijzonder dwaas zou zijn om nog langer te ontkennen.
Nee, dan mijn medestudenten. Die maakten temeer duidelijk dat de fijne kneepjes van het christendom nog veel meer inhouden dan het geloof in God en Zijn Zoon alleen.
Christen zijn is ook: geworteld zijn in een bepaalde traditie die als het ware door je poriën heen naar buiten sijpelt. Het is: aparte scholen, kindernevendiensten en catechisatielessen, waardoor je op je negende feilloos weet wat een tabernakel is en je nog tien jaar later met dikke concordanties uit de voeten kunt. En het is: deel uitmaken van een zich onderscheidende subcultuur.
Goddelijke blikseminslag
Zo iemand word je uiteraard niet zomaar. Zelfs niet door een Goddelijke blikseminslag na een kerkloze jeugd. Kunstzinnige vorming wordt nooit meer catechisatie. Heavy Metal wordt nooit meer orgelmuziek. De Telegraaf wordt nooit meer het Nederlands Dagblad. En een militant atheïstische schoolmeester verandert nooit meer in een Greydanus-docent.
Maar toch was het juist die meester die mij aan het denken zette. Want hij zei dan wel dat de bijbel net zoiets was als het sprookjesboek van Andersen, maar die sprookjes maakten hem wel furieus. Wat toch typisch was. Bij mij stond Andersen namelijk gewoon in de kast. En ik voelde niet de minste aandrang om hem door de papierversnipperaar heen te halen.
Losse reepjes
Toch lijken sommige christelijke theologiestudenten verrassend veel op mijn schoolmeester. Met de chirurgische precisie van een patholoog-anatoom snijden zij de Bijbel steeds verder uitéén in losse reepjes. Zich onbewust van het feit dat het onderzoeksobject tijdens het practicum langzaam maar zeker een gewisse dood sterft. Tegen de tijd dat deze studenten hun masterpapiertje binnenslepen blijken ze plotseling atheïst. Alhoewel geen echte dan.
Kijk, dat zou ik dan weer niet kunnen. Ik leef veel te graag een compleet verhaal. En daarin hebben zelfs de meest ondoorgrondelijke mysteriën en openstaande vraagtekens hun schoonheid. Maar dat komt vast doordat ik met sprookjes ben grootgebracht.
Kelly Keasberry (1975) studeert theologie in Utrecht, is freelance tekstschrijver en moeder van vier zonen. Zij houdt ons maandelijks op de hoogte van haar wederwaardigheden.