Het goede leven > Geloven > Columns > Vrijmoedige kindervragen
L. van Ulden ofm
Vrijmoedige kindervragen
Je kijkt er wat van op hoe jongere collega’s soms contact zoeken met de leeftijdsgroep die onder het gehoor ontbreekt. Zelf celibatair, en dus verdacht van wereldvreemdheid, verbaast mij hun worsteling met dezelfde vragen.

Menigeen onder hen zal toch zelf kinderen hebben en die schatjes zullen toch wel de vraagjes stellen die papa of mama kunnen helpen om het eikenhout van de kansel en de Bijbel te verbinden met de roerselen van de Efteling.
Zelf denk ik dankbaar terug aan de meestal onkerkelijke kleintjes die mijn altijd openstaande kerk binnenslopen en daar de meest vrijmoedige vragen stelden waarvoor ik nooit opgeleid was. Ik dacht eerst ook aan een manco van de studiejaren; we hadden een boek moeten hebben als ‘Het antwoord op moeilijke vragen; handleiding voor beginners’.
Maar ik herinnerde mij ook de rector van het gymnasium, een vrome maar heel nuchtere Fries. Die zei geregeld: Als je merkt dat je iets haast niet kunt uitleggen aan een ander, moet je niet beginnen over mysteries. Waarschijnlijk zit het probleem hierin dat je zelf de zaak niet snapt. Hij aarzelde niet ook beroemde en nimmer tegengesproken auteurs deze raad mee te geven.
Doordenken
De kindertjes in de kerk hebben mij gedwongen het hele geloofsgoed net zo lang te doordenken dat het je zelf duidelijk werd wat je eraan kon hebben. En waarom het zó en niet anders geformuleerd is. Het heeft de kerk niet veel voller gekregen, maar ik smaakte vreugde niet alleen grijze hoofden voor me te zien.
Als grote troost heb ik het evangelie ervaren, waarin ik met opluchting merkte dat ook Jezus vaak voor een zondagavondbezetting in de vakantieperiode gestaan heeft. Meer dan het streven naar de openheid waarin God echt Iemand voor je wordt, kun je niet en - gelukkig - hoef je niet.
In vele predikers steekt de doorn waardoor de brave Paulus zo geteisterd zei te worden. Hij moest leren dat in zijn zwakte de kracht van God evengoed werkzaam was. Wie weet wat voor zegen er uit ons slinkende en schijnbaar weinig succesvolle gilde toch nog over de mensheid wordt uitgestort.