Lodewijk Born
vrijdag 06 januari 11:56
Hoe kijken jongeren en ouderen tegen het instituut kerk aan? De Raad van Kerken in Nederland liet de generaties via een briefwisseling met elkaar in gesprek gaan.
Je krijgt een heel ander beeld van de kerk als je vanuit een onverwacht perspectief er naar kijkt. Foto: ANP
De weerslag van deze briefwisseling is te lezen in het recent verschenen bezinningsnummer Brieven over de kerk tussen generaties. Greetje Witte-Rang, die zorgde voor de samenstelling ervan, noemt het zelf in haar inleiding ‘een brochure die brieven van ouderen aan jongeren en van jongeren aan ouderen bevat over de kerk als instituut’.
Maar eigenlijk is het meer een boekje. En om het maar meteen te zeggen: bijzonder lezenswaardig. Hét instituut kerk bestaat niet en al helemaal geen eenduidige opvatting erover, blijkt in tachtig pagina’s.
In december 2009 sprak het kerkenplatform over de kerk als instituut. Aanleiding was een opmerking in een nota van een aantal jongvolwassenen dat de kerk als instituut voor hen weinig prioriteit heeft. In de Raad bleek dat anders te liggen. ‘De kerk heeft een institutionele gestalte nodig’, over dat uitgangspunt waren de leden van de Raad van Kerken het eens.
Representatie
Dr. Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, schreef voor die bespreking van destijds een notitie en stelde: ‘Zonder instituut valt een belangrijke schakel voor de geloofsverkondiging en geloofsoverdracht weg.’ Een instituut zorgt voor zichtbaarheid van het evangelie, voor representatie, voor continuïteit in kennis en spiritualiteit, voor toegankelijkheid, waren enkele zaken die de raadsleden aanvullend inbrachten.
De bespreking was zo vruchtbaar dat besloten werd tot een voorzetting. Alle (toen) zestien bij de Raad aangesloten kerken werd gevraagd een bijdrage te leveren. Dit levert nu vijftien sets aan brieven op tussen een voorganger en een jongvolwassene uit hetzelfde kerkgenootschap.
Het boekje opent met de volledige tekst van Plaisier, die op basis van de bespreking in de Raad, de tekst van de notitie herschreef. In zeven punten zet hij uiteen wat volgens hem het probleem is van het instituut kerk. Maar hij komt ook met overwegingen hoe het beter kan.
Flexibel
‘Het instituut kerk moet voldoende flexibel zijn om de werking en de impulsen van de Geest de ruimte te kunnen geven. Flexibel is wat anders dan hijgerig achter de laatste mode aanlopen. Het is de openheid voor wat de Geest tot de gemeente te zeggen heeft.’
Daarnaast moet het instituut zelfbewust en vitaal genoeg zijn om een nieuwe generatie aan te kunnen spreken, en voldoende nederig en voldoende transparant zijn. ‘Er moet een herkenbare vertegenwoordiging zijn, maar ook verantwoordelijkheid en verantwoording. Alles wat zich schimmig achter de schermen afspeelt, roept terecht wantrouwen op’.
Ten slotte dient er een gevoel van ‘behoren bij’ mee gepaard te gaan. ‘Dit lijkt op lokaal niveau gemakkelijker dan bovenlokaal. Herkenbaarheid geeft de mogelijkheid elkaar ergens op aan te spreken en op aan te worden gesproken.’
Platform
Het zet de toon voor openhartige ontboezemingen van jongeren en voorgangers. Bijvoorbeeld van Gerrit Visser, een van de jongste kerkenraadsleden van dopers Amsterdam.
‘Wat mij betreft zijn kerken dé plek waar vrijuit gesproken kan worden over zingeving; een platform waar mensen hun gevoelens over het leven kunnen delen en geïnspireerd kunnen raken. Het bieden van dat platform, dat is de kerntaak van het instituut kerk.’ Hij heeft weinig met de vele verwijzingen in de notitie naar Christus, God en Geest. ‘Ik vind dat nogal Gristelijk! En dat bedoel ik niet positief. Het heeft mij jaren gekost om geschikte definities te vinden voor de woorden God en Heilige Geest. En de verheerlijking van Jezus Christus kan ik nog steeds moeilijk plaatsen.’
Henk Stenvers, directeur van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, antwoordt op Vissers brief. ‘De platformfunctie alleen is niet genoeg. De geloofsgemeenschappen hebben ook als opdracht om de gelovigen toe te rusten. Daar is voor nodig dat er mensen in de kerk zijn die in staat zijn om op een inspirerende manier de Bijbelse teksten uit te leggen, in een breder kader te plaatsen en van daar verbindingen te leggen naar het dagelijkse leven.’ Er moet ook een zekere vorm van organisatie zijn, plaatselijk, landelijk of wereldwijd, betoogt Stenvers.
Schare
Ed van den Berg, predikant en comitévoorzitter van de Vrije Evangelische Gemeenten, ziet de kerk als mensen die zich scharen rondom Jezus. ‘Het is geen deftige, stoere verzameling. Ik zie mensen die zich verantwoordelijk weten, zowel binnen als buiten de gemeente.’
Anneloes Steenhuis-Louwerse, die de hele gang ging van belijdenis naar ‘zwevend in kerkenland’, en tal van (bestuurs)functies in de VEG vervulde, zegt dat het instituut haar ‘vaak verbaasd heeft doen staan en teleurgesteld’. ‘Door de dikke brij van hoe het vroeger ging, regels en verwachtingen zie je soms door de bomen het bos niet meer. Net als jij zie ik geen deftige, stoere verzameling mensen in de kerk. Gelukkig maar. Veel bescheidenheid, dat wel. Maar transparant? Ik vind het nogal ondoorzichtig’.
De meerwaarde in de kerk zou God moeten zijn, vindt ze. ‘Maar in mijn leven ben ik steeds meer gaan ontdekken dat het draait om mensen. Hoe zij met elkaar omgaan en het leven leven’.
Jongeren
Ze is ook actief in het landelijke jeugd- en jongerenwerk. ‘Het zou erom moeten draaien wat we de jongeren willen meegeven in plaats van ons te focussen op het instituut kerk.’ Ze loopt inmiddels rond met de gedachte tijdelijk te stoppen met de kerk. ‘Ik hoop dat het me lucht en ruimte geeft om te voelen wat ik zelf wil.’
Zo gaat het boekje door met briefwisselingen tussen onder meer vertegenwoordigers van de Evangelische Broedergemeenten, het Genootschap der Vrienden (Quakers), Kerkgenootschap der Zevendedags Adventisten, de Protestantse Kerk in Nederland, de Koptisch Orthodoxe Kerk en het Leger des Heils.
Kopt Matthew Beshay, jongvolwassene, is helder: ‘De kerk is allereerst het Lichaam van Christus, geleid door de Heilige Geest. Het is geen instituut dat beheerd wordt door mensen met wereldse doelen, maar het is een icoon van Christus naar de buitenwereld toe. Het doel van de kerk is voor mij glashelder en eenduidig: verlossing. Om de woorden van St. Cyprianus te gebruiken: ‘Hij die niet de Kerk als moeder heeft, kan niet langer God als Vader hebben’.’
Levende stenen
Bisschop Jan van Burgsteden, jarenlang de bruggenbouwer in de oecumene tussen protestanten en de catholica, meent dat ‘Christus vooreerst een levende gemeenschap heeft willen stichten, een kerk van levende stenen’. Hij weet zichzelf ingevoegd in het grotere geheel ‘als steen van een prachtige tempel ter ere Gods’. ‘Een gebouw zó mooi, dat er zelfs plaats is voor ‘misbaksels’, zoals Paulus zichzelf noemde.’
Tenslotte terug naar Plaisier die Maaike de Reuver een brief schreef en haar erop wijst dat de kerk als jongerenbeweging is begonnen. ‘De kerk is ook van hen. Misschien bij uitstek.’ Plaisier kan niet zonder de kerk: ‘Ik geloof in de kerk, ook als instituut. Ik beleef er persoonlijk ook veel vreugde aan. Ik zou het vreselijk vinden als er geen kerk zou zijn, en zou niet tevreden te stellen zijn met wat voor mooie spiritualiteit ook. Lichaam van Christus, plaats waar Christus wil wonen en op ons in wil werken. Ik geloof dat de kerk dat is.’
De Raad van Kerken hoopt met het boekje het gesprek in parochies en gemeenten over kerkzijn te stimuleren. In de eerste plaats tussen de generaties, maar ook binnen de generaties. Bijvoorbeeld door binnen de gemeente of parochie zelf brieven aan elkaar te schrijven, is een van de vijf gespreksuggesties. Het zou zomaar kunnen dat daar net zulke boeiende gesprekken uit voortkomen als hierboven.
Brieven over de kerk tussen de generaties. Greetje Witte-Rang (redactie). Uitgave Raad van Kerken in Nederland in de reeks bezinning 40/2011), 6 euro. Te bestellen bij Raad van Kerken in Nederland: 033-4633844 of rvk@raadvankerken.nl