Bas Belder en Frank van der Maas
maandag 26 maart 11:01
De voorzitter van de Europese Commissie suggereert dat een Europese belasting gunstig uitpakt voor de lidstaten. Volgens de eurofractie SGP is dat niet zo.
Barroso, hier met de Montenegrijnse premier Igor Luksic (l), zegt dat de lidstaten hun bijdrage kunnen zien afnemen met 50 procent. Foto: EPA
De voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, sprak vorige week het Europees Parlement toe over het meerjarig financieel kader. Dat kader bepaalt de financiële middelen voor de EU tussen 2014 en 2020. Hij stelt voor de EU te voorzien van meer eigen financiële middelen.
Voordat EU-geld kan worden uitgegeven, moet het immers worden ingebracht. Op dit moment is het leeuwendeel van de EU-begroting afkomstig van de lidstaatbijdragen. Door de voorstellen zouden de EU-middelen voor een minder groot deel afkomstig zijn van de lidstaten. Daartoe komt de Europese Commissie met twee voorstellen voor eigen middelen: een financiële transactietaks (FTT) en een gewijzigde afdracht via de BTW.
Duurkoop
Barroso stelt dat de lidstaten hun bijdrage kunnen zien afnemen met 50 procent. Dat lijkt aantrekkelijk, maar hier zal goedkoop duurkoop blijken. Het geld wordt dan weliswaar niet via de lidstaatbegrotingen ter beschikking gesteld, maar het geld moet natuurlijk wel worden opgebracht. Door de financiële sector én zo via de negatieve effecten op de economie uiteindelijk door de burgers en de bedrijven.
De eurofractie van de SGP is daarom kritisch over nieuwe eigen middelen. De Unie staat ten dienste van de lidstaten. Dit moet blijken in de wijze waarop de Unie gefinancierd is. Door de lidstaten en niet via rechtstreekse belastingheffing. Indien er een belasting komt, moet de opbrengst daarom gaan naar de schatkist van de lidstaten. Die hebben immers de banken moeten redden de afgelopen jaren!
Dit is echter allerminst de bedoeling van de voorvechters van de belasting. De Europese Commissie stelt voor om tweederde van de opbrengst te laten gaan naar de EU-begroting en één derde naar de lidstaten.
De grote zorg van de EU is echter niet hoe ze lidstaten financieel kan ontzien, maar veeleer hoe de EU meer financiële slagkracht kan krijgen. Dat de Europese Commissie en het Europees Parlement minder zuinig begroten dan de lidstaten, is een publiek geheim.
Tegen welke prijs komt de FTT? De Europese Commissie schat de opbrengst van de FTT op 57 miljard euro per jaar. Het kan leiden tot een afname van het Bruto Binnenlands Product van 1,76 procent en een toename van de werkloosheid van 0,2 procent Janusz Lewandowski, de eurocommissaris voor begrotingszaken, stelt vandaag dat de Europese Commissie met een verbeterde effectbeoordeling zal komen. Daaruit zal volgens hem blijken dat er geen negatief effect op de economie is.
Afname
We zijn echter niet afhankelijk van de effectbeoordelingen van de Europese Commissie zelf. In Nederland is er natuurlijk ook gerekend aan de effecten van een FTT. Het Centraal Planbureau (CPB) kwam in januari jongstleden met een beoordeling.
Het CPB concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat de FTT inderdaad leidt tot het beter functioneren van het financiële stelsel, bijvoorbeeld door minder risicovol gedrag. Het bureau bevestigt de negatieve effecten. De belasting kan uiteindelijk leiden tot een afname van het BBP van 0,4-1,2 procent. De werkloosheid kan stijgen met 0,5 procent.
Tevens concludeert het CPB dat de FTT minder efficiënt is dan alternatieven. Het denkt dan aan belastingen die bestaande verstoringen aanpakken, zoals de huidige vrijstelling van BTW voor banken en de belastingaftrekbaarheid van schuld.
Een andere belangrijke Nederlandse speler, De Nederlandsche Bank (DNB), kwam in februari met een duidelijk standpunt: financiële transactietaks in EU onwenselijk. De Centrale Bank heeft een aantal bezwaren geformuleerd. Zij noemt het twijfelachtig of de beoogde doelen worden gerealiseerd.
Terwijl de negatieve impact op de economie zeker is. Een FTT remt de economie door hogere kapitaalskosten en ontwijkend gedrag. DNB schat de kosten van de FTT voor Nederlandse banken, pensioenfondsen en verzekeraars op meer dan vier miljard euro per jaar. Dat is 0,61 procent van het BBP. Nederland zal een relatief groot aandeel in de kosten hebben, omdat ons land een omvangrijke financiële sector kent.
Weerstand
Al met al voldoende redenen om kritisch te zijn. Gelukkig is er weerstand in de Raad van Ministers, waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd. Negen van de 27 lidstaten zijn duidelijk voorstanders. Zweden en het Verenigd Koninkrijk zijn de felste tegenstanders. Nederland is minder uitgesproken.
Het minderheidskabinet kan ten aanzien van Europa niet zonder de steun van de PvdA, een voorstander van de belasting. Alle lidstaten moeten instemmen, dus de strijd is nog niet gestreden.
De eurofractie van de SGP heeft voorgesteld dat het Europees Parlement de ontwerprichtlijn verwerpt. Komende maand gaat de economische commissie van het Europees Parlement over ons voorstel stemmen. Hopelijk zegeviert het gezond verstand in het Europees Parlement en de Raad en zal het voorstel in de huidige vorm niet verder komen dan de prullenbak.
Bas Belder en Frank van der Maas zijn respectievelijk lid van het Europees Parlement namens de SGP en beleidsmedewerker van de eurofractie SGP.