Het goede leven
dinsdag 06 maart 16:32
Landelijke, mainstream religieuze organisaties hebben de afgelopen jaren niet meegedaan aan de polarisatie tussen moslims en niet-moslims. Ze hebben juist een de-escalerende rol gespeeld in tijden van kritiek op de islam.
Dat concluderen de wetenschappers Sipco Vellenga en Gerard Wiegers van de Universiteit van Amsterdam in een dinsdag verschenen onderzoek.
De onderzoekers keken naar de manier waarop de leiding van 21 islamitische en niet-islamitische levensbeschouwelijke organisaties reageerde op islamkritische uitingen. Daaronder waren het uitkomen van de film Fitna van Geert Wilders in 2008 en het Zwitserse minarettenverbod in 2009.
De wetenschappers schrijven dat "de onderzochte religieuze organisaties, althans de leiding daarvan, in het huidige tijdvak in Nederland vooral een bron van de-escalatie zijn in de polarisatie rondom de islam.
De leiders van de bestudeerde islamitische instellingen hebben niet of terughoudend gereageerd op uitingen van islamkritiek en zeker niet de confrontatie gezocht met de critici.
Verzoenende toon
De leidinggevenden van de niet-islamitische organisaties hebben niet gereageerd of wel gereageerd en dan een verzoenende toon aangeslagen en een boodschap uitgedragen van respect en tolerantie."
Daarnaast hebben de bewegingen contact tot elkaar gezocht. "Een fors aantal islamitische en niet-islamitische organisaties is over de religieuze grenzen die hen scheiden heen banden met elkaar aangegaan of heeft reeds bestaande banden versterkt", aldus de wetenschappers.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie had opdracht gegeven tot de studie. Onder de onderzochte organisaties zijn de Unie van Marokkaanse Moskeeën in Nederland, de Nederlandse Islamitische Federatie, de Raad van Kerken in Nederland en het Centraal Joods Overleg. De onderzoekers hebben niet gekeken naar salafistische (ultraorthodoxe) of jihadistische moslimgroepen.