Is globalisering een zegen of een vloek? Die klassieke vraag moet waarschijnlijk beantwoord worden met: het is beide.
In de nieuwe, geactualiseerde uitgave van
A Handbook of Globalisation and Environmental Policy, onder redactie van onder andere ondergetekende, worden naast negatieve ook veel positieve effecten van globalisering op milieubescherming gesignaleerd.
Het is in milieukringen bijna een gemeenplaats om te stellen dat globalisering op milieugebied vooral leidt tot een neerwaartse spiraal.
Een standaardvoorbeeld daarvan is de situatie in landen die door middel van een relatief soepele milieuwetgeving proberen bedrijven aan zich te binden.
De wedloop over regelgeving tussen landen heeft dan onvermijdelijk het ontstaan van pollution havens, gebieden die vervuiling aantrekken, tot gevolg, waardoor het niveau van de milieubescherming in die landen gestaag verslechtert.
Op die gemeenplaats blijkt echter het een en ander af te dingen.
Ons nieuwe boek geeft weliswaar de nodige voorbeelden van de negatieve effecten van globalisering, maar de 25 hoofdstukken van het boek bevatten in feite meer voorbeelden van het tegenovergestelde, dat wil zeggen van een opwaartse spiraal.
Daarbij leggen multinationals zichzelf bijvoorbeeld strenge milieunormen op om hun imago te beschermen, maar ook om schaalvoordeel te behalen en dus meer winst te maken.
De 42 auteurs die hebben meegewerkt aan ons boek zijn geselecteerd op hun expertise op het gebied van globalisering en milieubeleid, maar het zou onzin zijn om te beweren dat zij een representatieve steekproef vormen van alle wetenschappers op dit terrein.
De vraag of de opwaartse spiraal een sterker effect heeft dan de neerwaartse spiraal kan dus niet met zekerheid beantwoord worden.
Desondanks lijkt het plausibel om ten minste enige waarde toe te kennen aan de collectieve expertise van onze auteurs, en om serieus aandacht te schenken aan de trend die zij collectief waarnemen, te weten dat het verschijnsel van een opwaartse spiraal vandaag de dag een prominentere rol speelt dan het verschijnsel van de neerwaartse spiraal.
Daarom hier drie concrete voorbeelden uit het boek van die positieve correlatie tussen globalisering en milieubescherming.
Investeren
Een: Buitenlandse Directe Investeringen (BDI) van multinationale bedrijven zijn de afgelopen decennia veel sterker gestegen dan andere indicatoren van globalisering, in het bijzonder handelsstromen tussen landen.
Twee economen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hebben scherp gekeken naar het verband tussen deze investeringen en de perceptie bij het management van die bedrijven van de ‘striktheid van beleid’ in de landen waar de investeringen naartoe gaan.
De onderzoekers rapporteren een statistisch significante maar zwakke steun voor het bestaan van pollution havens (met andere woorden: zwakke milieubescherming leidt inderdaad tot toename van BDI), maar constateren ook dat het tegenovergestelde geldt voor landen met zeer zwakke milieubescherming.
Managers deinzen ervoor terug om te investeren in dergelijke landen, omdat zij het gebrek aan milieubescherming zien als een vorm van beleidsonzekerheid en daarom als een te groot risico.
Twee: Het neoliberale beleid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt vaak verantwoordelijk gehouden voor het eenzijdig stimuleren van economische globalisering ten koste van milieubescherming.
Twee onderzoekers van de WTO laten zien dat de WTO inderdaad voor veel onzekerheid zorgt bij landen over de vraag welk nationaal milieubeleid nog wel geoorloofd is en welk milieubeleid als protectionisme is verboden.
Maar tegelijkertijd maken zij duidelijk dat in de praktijk de regels en de jurisprudentie van de WTO veel ruimte laten aan landen om hun eigen, creatieve milieubeleid te voeren; en dat die landen dat beleid ook overeind blijken kunnen houden wanneer andere landen daarover bij de WTO protest aantekenen.
Drie: Een onderzoeker van het toenmalige Nederlandse ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubescherming vestigt de aandacht op een effect van globalisering waardoor bedrijven in toenemende mate opereren in mondiale netwerken van productie, onderzoek en ontwikkeling.
De technologieën die worden gebruikt in die netwerken sluiten op elkaar aan, omdat steeds meer wordt uitgegaan van gemeenschappelijke normen.
Hetzelfde proces speelt bij de convergentie van normen van milieubescherming in alle landen die te maken hebben met een toename van het niveau van productie en consumptie.
De acties van bedrijven om vervuiling te bestrijden of te voorkomen worden, net als de acties van overheden, steeds internationaler, zowel in reikwijdte als in effect op het milieu.
Tegelijkertijd geeft deze onderzoeker voorbeelden van de grotere efficiency van nationaal beleid wanneer dat wordt geformuleerd in termen van technische normen, die de internationale verspreiding van best practices bevorderen door de verbetering van de onderlinge afstemming van producten en productieprocessen, reductie van kosten en stroomlijning van het functioneren van markten.
Is globalisering een zegen of een vloek? Die klassieke vraag moet waarschijnlijk beantwoord worden met: het is beide.
Maar voor het milieu is globalisering zeker niet meer uitsluitend, of vooral, een vloek.
De zegeningen van de globalisering krijgen steeds meer aandacht, ook voor de aanpak van wereldwijde milieuvraagstukken.
Paul van Seters is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Tilburg