Thijs Tromp
maandag 28 mei 11:00
Zorg is bijna synoniem voor problemen en daarom onderwerp van politieke en maatschappelijke discussie. Maar die negatieve benadering is niet terecht want zorgen gaat vaak vanzelf, stelt Frits de Lange in zijn boek In andermans handen. Over flow en grenzen in de zorg. Thijs Tromp las zijn boek.
Zorgen zit ons in het bloed. Foto: SXC Sam LeVan
Frits de Lange, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, is geen geleerde die altijd maar weer hetzelfde pad bewandelt. Telkens opnieuw verdiept hij zich in een nieuw thema: antropologie, individualisme, levensloop, evolutietheorie en goed oud worden om er enkele te noemen.
Zorgethiek
Met zijn laatste
publicatie verkent hij het land van de zorgethiek. De ethicus wil, naar eigen zeggen, een optimistische bijdrage leveren aan het debat over de zorg. Naar zijn smaak wordt er ten onrechte veel te tobberig over de zorg gesproken. Volgens De Lange gaat het goede zorgen doorgaans gewoon vanzelf. Daar zet hij met zijn boek een dikke streep onder.
De zorgethiek is een stroming die zich kan verheugen in een groeiende groep belangstellenden. In Nederland zijn het onder meer Annelies van Heijst en Andries Baart die de zorgethiek op de kaart hebben gezet. Zorgethiek omvat meer dan de ethiek van de zorgsector.
Zorgethiek is in feite een kijk op het leven en begint bij de constatering dat mensen kwetsbaar zijn en daarom van elkaar afhankelijk. Zorgen is de menselijke activiteit die ervoor zorgt dat onze leefwereld in stand blijft of hersteld wordt. Die leefwereld is een wereld die leeft bij de gratie van relaties.
Het is niet verwonderlijk dat zorgethici kritisch kijken naar het gebruik van termen als klant, product, contract, zorgconsumptie en autonomie. Die termen suggereren een wereld van autonome individuen die zorg komen kopen, in plaats van behoeftige medemensen die hulp nodig hebben.
Autonomie
De zorgethiek is in mijn ogen een waardevolle beweging die de afstandelijke zakelijkheid in de zorg wijst op haar bronnen: zorg gaat om menslievendheid. Het is daarom opmerkelijk dat De Lange het in zijn boek juist opneemt voor autonomie als kernwaarde in de zorg.
Volgens hem moet het in de zorg gaan om het herstel van de vermogens van de mens zodat ze weer handen en voeten kunnen geven aan wat voor hen van waarde is. Zelfs bij mensen voor wie dat niet of nauwelijks een reëel perspectief meer is, zoals mensen met dementie of mensen met een ernstige verstandelijke beperking, moet dit volgens De Lange het wenkend perspectief blijven, ook al is het tegen beter weten in.
De waardigheid van mensen houden we in de zorg in stand als we de ander blijven benaderen als iemand die geholpen moet worden om weer voluit ja te kunnen zeggen tegen het eigen leven, om met alle kracht weer te kunnen leven voor eigen rekening. Vindt De Lange dat de zorgethiek de neiging heeft het kwetsbare en behoeftige te benadrukken ten koste van de levenskracht en de levenswil van mensen?
In andermans handen
Die vraag kwam bij mij op omdat De Lange in het vervolg van het boek op een prachtige manier uitlegt dat zorgen ‘gewoon’ bij het mens-zijn hoort. Hij vindt de grondstof voor deze stelling bij de Deense theoloog en filosoof Knud Løgstrup (1905-1981). Løgstrup zegt ‘Overal waar mensen met elkaar in een relatie staan geldt: de ene mens heeft steeds iets van het leven van een andere mens in zijn hand.’
Dat kun je goed zien aan de manier waarop wij mensen met elkaar communiceren. Als we spreken met elkaar, lopen we vooruit op de goedheid van de ander. We rekenen erop dat de ander ons vertrouwen niet beschaamt.
Dat is volgens Løgstrup zo gewoon, dat we nauwelijks opmerken dat dit fundamentele vertrouwen ons menselijk bestaan draagt. De Lange volgt hem hierin en zegt, als theoloog, dat hierin het goede van Gods schepping aan het licht komt. Goede zorg, zorg die lukt, die gaat vanzelf. Bij gelukte zorg beantwoorden we de vraag van de ander, voordat we er goed en wel over nadenken, met het zoeken van het goede voor die ander.
Daar hebben we geen expliciet gebod voor nodig en het is ook niet afhankelijk van mensen die uitblinken in morele gevoeligheid en empathie. Het zit in mensen ingebakken, of ingeschapen, zo u wilt.
Beschermen en bevorderen
Wat opvalt is dat De Lange de onderlinge afhankelijkheid van mensen beschrijft op een manier die mij sterk doet denken aan de zorgethici die hij bekritiseert: ‘Omdat nu eenmaal andermans leven feitelijk voor een deel in mijn hand ligt, alleen daarom heb ik het te beschermen en te bevorderen.’
Die onderlinge afhankelijkheid van ons mensen, verdraagt zich dat wel met een pleidooi voor autonomie als kernwaarde in de zorg? Zou het niet beter zijn om dit onrelationele a-woord te laten vallen en in plaats daarvan te spreken over respect voor de persoonlijke identiteit en eigenheid?
Naïef
De stelling dat zorgen in principe gewoon vanzelf gaat, komt misschien naïef over. Maar De Lange heeft wel degelijk oog voor de weerbarstigheid in de zorg. In het slot van het boek beschrijft hij hoe systemen, protocollen, codes en administratieve rompslomp frustrerend kunnen werken. Hij weet dat zorgverleners overvraagd kunnen worden of tekortschieten en dat er gevallen zijn waarin zorgverleners met hun rug tegen de muur staan.
Maar, stelt hij, dat zijn de gevallen waarin het spontane zorgen niet lukt. Dan moeten we inderdaad gaan nadenken (moraliseren) over de vraag hoe we dan op een goede manier verder kunnen. Maar de grenzen in de zorg zijn van tweede orde. Voorop staat dat zorg gewoon vanzelf gaat.
De Lange verrijkt met zijn boek het debat over de zorgethiek. Hij weet tegenstellingen te overstijgen en biedt verrassende inzichten. Hopelijk zet hij zijn verkenningstocht in het land van de zorgethiek nog even voort. Het smaakt naar meer.
Dr. Thijs Tromp is directeur van Reliëf, christelijke vereniging van zorgaanbieders.