Geweldsteksten als geloofsverhaal

Madelon Vroonland

We leven in een wereld waarin een mensenleven soms niets waard lijkt. In de Bijbelteksten over de strijd van Israël tegen andere volkeren lijkt het soms niets beter. De vijand wordt verrast, verslagen, vernietigd. Met Gods hulp, aldus Jozua.

De geweldsteksten zoals die bijvoorbeeld in Jozua 10: 1-33 voorkomen lijken nogal haaks te staan op de beleving van het geloof in onze tijd. God de Barmhartige zorgt als een herder voor zijn schapen… Zo’n tekst over een slag, in dit geval bij Gibeon, past haast niet meer in onze belevingswereld. En toch staat het er.

Moeten we het dan als iets ‘typisch Oudtestamentisch’ aan de kant schuiven? Zeker niet! Eerst iets over het boek Jozua. Het draait om de belofte van God aan Abraham, Isaak en Jakob dat hun nageslacht Kanaän in bezit zal nemen en er altijd zal blijven wonen. Die belofte gaat nu werkelijkheid worden. Maar, dan moet het volk wel luisteren naar God. In het boek zien we de worsteling met die gehoorzaamheid, maar ook de ‘samenwerking’ tussen God en het – op dat moment – gehoorzame volk.

Bloedvergieterij

Het verhaal daarover is vervolgens geen feitelijk verslag, maar een geloofsverhaal. Het verhaal dat de schrijver zijn nageslacht wil meegeven. Kijk, God stond ons bij. Luister naar Hem, dan zal Hij jullie ook helpen! Die samenwerking, die centraal staat in Jozua 10, gaat gepaard met grof geweld. De vijand lijkt zonder blikken of blozen gedood te worden. Ook de vijf koningen, door Jozua zelf. Bij zonsondergang werden hun overschotten in de grot gelegd en de stenen die voor de grot werden gerold liggen er tot op de dag van vandaag: als geheugensteun voor het nageslacht.

Wat een bloedvergieterij… en dan zeggen ze ook nog dat God het zo wil! En die verwarring onder de vijand? Die hagelstenen? Dat zal wel toeval geweest zijn. God, die zo partij kiest in een oorlog? Die zo ingrijpt? Waarom doet Hij dat nu dan niet? Het zijn typisch vragen vanuit ónze tijd. Het volk toen moest vechten om te overleven. Al die volken daar in het Oude Nabije Oosten, iedere groep, iedere stam, moest strijden voor het stuk land waarop ze leefden.
Maar wat kunnen we nu dan nog met deze teksten? Ik denk het volgende. Jozua schrijft geen geschiedenisboek, maar een geloofsverhaal over hoe God Zijn belofte in vervulling laat gaan. Een verhaal ook over Zijn trouw. Over het verbond met Zijn volk. De samenwerking. Het verhoren van de gebeden van het volk. Met daarbij de voorwaarde dat het volk zich waarmaakt als een goede verbondspartner: trouw en gehoorzaam. Het is het verhaal voor de komende generaties. Mensen, vertrouw op God! Hij was er voor ons. Hij is onze steun en toeverlaat geweest.

Hij houdt zich aan Zijn verbond met ons mensen. Wees ook trouw aan het verbond. Je zult ervaren hoe Hij dan met je meetrekt, het leven door. Mochten jullie ooit twijfelen: ga dan eens naar die grot waarover ik jullie verteld heb. Zie je de stenen daar liggen? Die liggen er niet zomaar. Dat is geen toeval. Nee, ze liggen er als herinnering van ons voor jullie. Prent je dit goed in: God is trouw, als jullie zelf ook trouw blijven!

Nakomelingen

Zo wordt een gruwelijk verhaal ineens een geloofsbelijdenis. Of het geschiedkundig klopt? Maakt dat werkelijk uit? Kloppen onze verhalen over wat we meemaken precies met de werkelijkheid? Zijn die verhalen niet ook altijd gekleurd door onze beleving daarvan?
Het verhaal van Jozua wil ons aan het denken zetten over ons eigen geloofsverhaal. Wat is in ons geloofsleven bepalend geweest? Waar hebben we God dichtbij ons geweten? Hoe hebben we Zijn trouw en steun ervaren? Wat hebben we er zelf voor gedaan? Waar zaten ook onze moeilijkheden en twijfelmomenten in het leven? Hoe kunnen wij ‘ons’ geloofsverhaal nalaten, aan onze nakomelingen?

Ik maak weleens mee dat als een gemeentelid is overleden er bij het uitvaartgesprek wat papieren op tafel komen. Kinderen hebben het diezelfde middag gevonden, in het adresboekje of in de Trouwbijbel. Duidelijk een plaats waarvan de overledene dacht dat ze daar zouden gaan zoeken. Soms komt daar verwondering bij kijken: wist jij dat pa, dat ma, dit had opgeschreven? Hij of zij sprak er nooit over. Wat bijzonder om dit te vinden!

Stel nu eens dat daar ook een brief bij zou zitten over uw geloofsleven. Om er iets van door te geven aan het nageslacht. Ja, kunt u zeggen. Mooi idee, maar denk je nu echt dat mijn kinderen dat zullen lezen? Ze gooien het vast zo weg. Dat kan… hoeveel mensen zijn er wel niet die het verhaal van Jozua zo aan de kant leggen? Omdat ze niets met de Bijbel hebben, of omdat ze het zo’n gewelddadig verhaal vinden, dat ze het zo afschrijven, alsof het niets is? Maar toch heeft hij het onder woorden gebracht en lezen wij het nu. Toeval? Misschien. Of het moest zo zijn…

Madelon Vroonland is predikant van Protestantse Wijkgemeente Leeuwarden-Huizum-Oost.