Eens zal God vragen: hoe heb je het gevonden? Heb je ervan genoten?

Tjerk de Reus

Theoloog Van Ruler hield zijn eerste lezing over kerkrecht in 1929, toen hij nog maar eenentwintig was. Nu is er een omvangrijk boek verschenen met zijn gedachtegoed over kerkorde, kerkrecht en ambt.

Albert Arnold van Ruler (1908-1970), hervormd theoloog, hoogleraar en auteur van vele boeken, was geen kleine jongen op het theologische speelveld. Met de grootheden K.H. Miskotte en O. Noordmans wordt Van Ruler gerekend tot de ‘grote drie’ van de Nederlandse theologie in de twintigste eeuw. Van deze Van Ruler verscheen dit jaar een groot groen boek, gebonden, negenhonderd pagina’s dik. Het is een deel uit het Verzameld werk van Van Ruler, specifiek over kerkorde, kerkrecht en ambt.

Venster

Je zou zeggen, die thematiek klinkt niet al te spannend – juridisch zelfs. Toch valt er veel moois te beleven in dit boek, omdat Van Ruler bij elk kerkelijk thema wel een theologisch relevante notie naar voren wist te brengen. Hij nam intensief deel aan discussies in kerkelijke kring, voor en na de oorlog.

Via dit boek opent zich een venster op een voorbije wereld, die helemaal zo ‘voorbij’ niet is: een protestantse wereld met hoogten en diepten, met een open grens naar de Rooms-Katholieke Kerk. Piet van den Heuvel (1941) is samen met Jan Stelwagen (1942) verantwoordelijk voor Kerkorde, kerkrecht, ambt, zoals dit nieuwe deel van Van Rulers Verzameld werk heet. Beiden zijn vertrouwd met Van Ruler sinds hun studententijd in Utrecht, waar ze theologie studeerden. Stelwagen vanaf 1960, Van den Heuvel vanaf 1959. Sinds 2005 zijn zij betrokken bij de uitgave van het Verzameld werk.

Welke herinneringen aan de persoonlijkheid Van Ruler zijn hen bijgebleven? Van den Heuvel: ,,In het vierde studiejaar moest je voor het kerkelijk examen de colleges dogmatiek en kerkrecht bij professor Van Ruler volgen. Maar je kreeg het advies om de colleges dogmatiek al eerder bij te wonen, liefst vanaf het tweede jaar al. Om alvast vertrouwd te raken met de hoge vlucht van zijn gedachten. Dat heb ik gedaan en daardoor heb ik vijf jaar lang op vrijdagmorgen in de volle collegezaal van Trans 10 dogmatiekonderwijs bij Van Ruler genoten.”

Dertien aspecten

De studenten keken ‘enorm’ tegen de hoogleraar op, herinnert Van den Heuvel zich: ,,Hij stond open voor vragen en ging daar ook uitvoerig en grondig op in. Ik herinner me dat een student hem eens een vraag stelde, waarop hij antwoordde dat we daarbij dertien aspecten moesten overwegen. Dertien! Vervolgens heeft hij gedurende een aantal weken die aspecten een voor een behandeld. Wij waren natuurlijk benieuwd of hij bij dertien zou uitkomen. Groot was onze bewondering toen dat inderdaad het geval was.”

Ook voor Stelwagen waren de colleges van Van Ruler meeslepend en indringend. ,,Dat meeslepende zat niet zozeer in de leerstof. Op de andere rijksuniversiteiten werd de theologie van Karl Barth of van andere moderne theologen behandeld. Dat was ‘in de mode’ destijds. Maar Van Ruler bleef koppig de klassieke gereformeerde leer, zoals die door Heinrich Heppe in 1861 was samengevat, onderwijzen. Hij vond dat je pas iets nieuws kon zeggen als je je eerst de klassieke theologie grondig eigen had gemaakt. Maar de manier waarop hij die oude stof behandelde, was heel creatief. Het was vaak alsof hij door zijn eigen gedachtegang werd meegesleept en zo tot allerlei flitsende ideeën en nieuwe inzichten kwam, die ter plekke geboren leken te worden.”

Nieuw en bekend

De delen uit het Verzameld werk bevatten steeds ook veel onbekend werk van Van Ruler. Bijvoorbeeld teksten van lezingen die hij ooit gehouden heeft, maar die daarna in de bureaulade verdwenen. Hoe is dit met het deel Kerkorde, kerkrecht, ambt? Van den Heuvel: ,,Sommige publicaties die wij in dit deel hebben opgenomen, hadden al in bredere kring bekendheid gekregen. Bijvoorbeeld De belijdende kerk in de nieuwe kerkorde (1948) en Bijzonder en algemeen ambt (1952). Een groot aantal van de hier verzamelde teksten was als artikel eerder in tijdschriften verschenen, maar heel lastig toegankelijk. Al met al is het grootste deel van dit Verzameld werk voor de huidige lezers onbekend.”

In het tijdvak waaruit de opstellen, lezingen en artikelen stammen, speelden zich felle discussies af over de organisatie en de missie van de kerk. Voor de oorlog waren bijvoorbeeld de verenigingen Kerkherstel en Kerkopbouw actief, na de oorlog concentreerde de discussie zich rond de nieuwe kerkorde van 1951.

Stelwagen: ,,Van Rulers boek Bijzonder en algemeen ambt was destijds heel actueel. In de Nederlandse Hervormde Kerk werd in de aanloop naar de nieuwe kerkorde van 1951 heftig gediscussieerd over het ambt. In liturgische en oecumenische kringen was er de hang naar een ‘hoge’ ambtsopvatting, liefst met de wijding door een ‘echte’ bisschop. Maar er was ook een ‘laagkerkelijke stroming’ in hervormde kring, die juist heel praktisch en functioneel over het ambt dacht. Deze groep wilde het ambt helemaal vanuit de plaatselijke gemeente benaderen. In die discussie kwam Van Rulers boek als geroepen: hij wees een middenweg, die beide groepen recht probeerde te doen.”

Kiemen

Toch is Van Ruler ook teleurgesteld geraakt, omdat veel van zijn ideeën onvoldoende draagvlak kregen. Maar mogelijk liggen daar weer kiemen die vandaag van betekenis kunnen zijn. Stelwagen zou er niet vreemd van opkijken: ,,Ook vandaag laait de discussie rondom het ambt weer op. Meestal gaat het dan om de vraag wie er mag preken en wie er de sacramenten mag bedienen. Afgelopen voorjaar ging het over de pioniersplekken van de Protestantse Kerk in Nederland. Mag zo’n pioniersplek een zelfstandige gemeente worden? Mag men er zelf kerkdiensten houden en Avondmaal vieren? Van Ruler zou in zijn vuistje lachen en zeggen: ik heb het jullie toch gezegd? Bovendien is binnen de grote oecumene het ambt nog steeds een groot struikelblok. We zullen er dus steeds opnieuw mee geconfronteerd worden. Dit deel van het verzamelde werk leert ons over ambt en kerkstructuur na te denken. En dat lijkt me voor de toekomst belangrijk.”

Ook als je al bijna je hele leven in de geschriften van Van Ruler studeert, kun je opnieuw geïnspireerd worden door wat je tegenkomt. Van den Heuvel werd bijvoorbeeld verrast door een artikel van Van Ruler uit zijn Friese tijd. Hij was toen predikant in Kubaard. In een lezing gaat hij in op de altijd netelige verhouding van Schrift en belijdenis.

Van den Heuvel: ,,Voor de orthodoxie was de belijdenis een document waarvan geen letter mocht worden afgedaan. Maar voor de vrijzinnigheid was de Schrift soms niet meer dan een inspirerend boek, waaruit je kon overnemen of weglaten wat van je gading was. Van Ruler stelde dat de belijdenis iets zegt over de verhouding van prediking en Schrift. Volgens hem kan de belijdenis ‘geen voorwerp of bron van prediking’ zijn. Hij noteert: ‘De prediking is veel meer het uitzeilen op de brede en wijde wateren van de schriftwaarheid; waarop het alle kanten uit kan; en waarop het ook alle kanten uit moet. En de belijdenis doet daarbij dan dienst als de bakens in de zee; hier een ton en daar een ton, om opmerkzaam te maken: pas op, als ge nog veel verder gaat, dan wordt het gevaarlijk, dan strandt ge op de een of andere klip van de een of andere ketterij en zijt ge uit de vaart geworpen.'”

Speelruimte

Die bakens waren dus wel van belang, vond Van Ruler, maar hij zei erbij dat er rond zulke bakens heel wat speelruimte is: ‘Men kan er ook gerust eens tussendoor en achterlangs varen, als men maar voldoende op z’n hoede is.’ Van den Heuvel: ,,Leertucht is nuttig en nodig, vond Van Ruler, maar mag niet ontaarden in ketterjagerij. Leertucht is, in zijn woorden, het ‘met wijs beleid in de koers houden van het schip der prediking’.”

Stelwagen: ,,Mij verraste Van Rulers positieve houding ten aanzien van de oecumene en specifiek de verhouding tot de Rooms-Katholieke Kerk. Ik wist eigenlijk niet dat dit zo belangrijk voor hem was. Hij schrijft ergens dat de oecumenische beweging ‘als onontwijkbare roeping van God voor ons staat’. En toen er in 1953 brede aandacht was voor de viering van het honderdjarig herstel van de rooms-katholieke bisschoppelijke hiërarchie in Nederland, liet Van Ruler een eigen geluid horen. Hij trad geregeld als spreker op en stelde dan openlijk dat de protestbeweging tegen het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie ‘volkomen misplaatst’ was geweest. Dit leverde hem veel sympathie op in rooms-katholieke kring.”

Iets heel anders wat Stelwagen blijvend heeft geraakt: Van Rulers positieve theologische waardering van de geschapen werkelijkheid: ,,Zijn lofzang op de geschapen werkelijkheid heeft mij blijvend aangesproken. Dat je ook genieten mag van het leven! Hij hield ons voor: ‘Eens zal God vragen: hoe heb je het gevonden? Heb je ervan genoten?'”

Kerkorde, kerkrecht, ambt. Verzameld werk deel V-B. A.A. van Ruler. Bezorgd door D. van Keulen, P. van den Heuvel, J. Stelwagen. Uitgeverij KokBoekencentrum. 59,90 euro. Zie voor meer informatie www.aavanruler.nl.