Hervormers aan kop in het bestuur van de EU

Paul van Velthoven

De Franse president Emmanuel Macron heeft alle redenen om tevreden te zijn over het eindresultaat van het slepende overleg over de topbanen in de Europese Unie. In het machtsspel tussen het Europees Parlement en de Europese Raad van regeringsleiders trok de Franse president duidelijk aan het langste eind.

Macron had tevoren zijn afkeer uitgesproken over het Spitzkandidaten-stelsel dat bij de Europese verkiezingen van 2014 werd geïntroduceerd. Dat had er toe geleid dat het parlement voor het eerst zelfstandig de voorzitter van het voornaamste Europese beleidsorgaan, de Europese Commissie, mocht aanwijzen. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker kreeg toen als lijsttrekker van de Europese Volkspartij bij de verkiezingen de meeste stemmen, maar werd ook geaccepteerd door een meerderheid van regeringsleiders in de Europese Raad. Minimaal zou 60 procent van de door de regeringsleiders vertegenwoordigde bevolking akkoord moeten gaan met zo’n benoeming, maar Juncker kreeg toen veel meer steun. Notoire dwarsligger was in 2014 de Britse premier David Cameron, maar die kon in zijn eentje de besluitvorming niet beïnvloeden. Voor Frans Timmermans, kandidaat voor het hoogste ambt en daarin gesteund door Macron en Merkel, lag dat anders. Het verzet van de Midden- en Oost-Europese leiders was vanwege Timmermans harde kritiek op hun functioneren domweg te groot.

Het Europees Parlement heeft de laatste jaren aan invloed en macht gewonnen, maar door de onheldere machtsverdeling die er tussen parlement en Raad bestaat moet er steeds naar politieke compromissen worden gezocht. Feitelijk blijft de Raad van regeringsleiders in laatste instantie nog altijd het beslissende instantie. Deze wilde niet met voldongen feiten worden geconfronteerd, omdat er ook nog eens een nieuwe voorzitter van de Raad moest worden benoemd, een nieuwe Hoge Vertegenwoordiger voor de buitenlandse betrekkingen van de EU, en misschien wel de allerbelangrijkste functie, een nieuwe president van de Europese Centrale Bank, te vergeven was. De eerste twee functies worden nu bezet door respectievelijk Charles Michel, demissionair premier van België, federalist in hart en nieren en een vertrouweling van Macron, en de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken Josep Borrell.

Spanjaard

Dat een Spanjaard als opvolger van de Italiaanse politica Federica Mogherini is gekozen zegt wel iets over het toegenomen gewicht van Spanje in de EU als gevolg van het actieve hervormingsbeleid dat premier Pedro Sanchez samen met Macron. Het is niet geheel ondenkbaar dat premier Rutte die als een kingmaker werd beschouwd, nu juist zelf buiten de prijzen is gevallen omdat Nederland in Brussel door minister Hoekstra’s forse kritiek op nauwere fiscale en financiële integratie, bijvoorbeeld door middel van Europese obligaties, als een sta-in-de-weg wordt beschouwd.

Manfred Weber, door de Europese Volkspartij naar voren geschoven om Jean-Claude Juncker op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie, kreeg al snel te horen nadat hij als Spitzenkandidatwas gepresenteerd door de EVP dat hij niet de geschiktste kandidaat was. Hij bleek zonder bestuurlijke ervaring op een belangrijke post en daarmee niet alleen voor Macron onaanvaardbaar. Deze bleek zelf de in Brussel opgegroeide en daarmee Frans sprekende Duitse CDU-minister Ursula von der Leyen naar voren te hebben geschoven. Een vrouw die sinds het aantreden van Merkel in 2005 op uiteenlopende posten in haar regering goed heeft gefunctioneerd en hervormingsgezind is. Zij zal nog wel de steun van het Europees parlement moet zien te krijgen en om die binnen te halen heeft ze het Europees Parlement beloofd dat deze veel meer invloed zal krijgen op de voorstellen van de Europese Commissie. De instemming van het parlement zal afhangen van de Groenen en daarom wil ze ook voor hun voorstellen ruimte creëren.

Nauwere coördinatie

De grootste verrassing was echter de benoeming van Christine Lagarde, directeur van het Internationale Monetaire Fonds. Ook zij werd door Macron naar voren geschoven. Frankrijk is daarmee dominant op alle fronten in de Europese Unie. Als bezwaar tegen haar benoeming is aangemerkt dat zij van opleiding geen monetair econoom is maar jurist. Als Frans minister van Financiën onder president Sarkozy weerde zij politiek zich heel sterk bij de oplossing van de door Griekenland veroorzaakte crisis rond de euro. Deze werd door de maatregelen van haar voorganger Mario Draghi in juli 2012 whatever it takes gered. Maar door de grote verschillen in economische kracht tussen de noordelijke en zuidelijke landen in de Europese Unie is de euro nog lang niet bestand tegen een nieuwe crisis. Een van de grote strijdpunten binnen de Europese Unie is nauwere fiscale en monetaire coördinatie. Frankrijk en Duitsland zijn daar voorstander van, Duitsland maar ook Nederland onder leiding van minister Wopke Hoekstra vinden het ontoelaatbaar dat belastingen worden ingezet om een transfer van noord naar zuid mogelijk te maken. Lagarde zou misschien het verschil kunnen maken en de Duitsers en Nederlanders over de streep kunnen trekken.

Een gecentraliseerd macro-economisch stabilisatiefonds, gebaseerd op Europese obligaties, zou het begin van het einde van die economische divergentie tussen noord en zuid kunnen betekenen, zo stellen economen. Het betekent dat de rijke landen meer schulden moeten maken en dat is vooral in Duitsland ten ene male taboe. Voorlopig lijken die plannen voor euro-obligaties nog toekomstmuziek. Wel is duidelijk dat Macron met de nieuwe ploeg die in Brussel aantreedt een slag in die richting heeft gewonnen. Een resultaat dat ondenkbaar leek bij het begin van de onderhandelingen over de Europese topbanen.