Giussani vraagt ruimte voor onze diepste ervaringen

Tjerk de Reus

Je moet de kerk wel heel hoog hebben zitten om te zeggen dat zij de ‘voortzetting van Christus’ is. Toch is dat precies wat Luigi Giussani duidelijk wil maken in zijn boek Waarom de Kerk.

Een bekende, maar toch ook prikkelende gedachte: in de kerk kom je pas echt thuis. De Italiaanse priester en opvoedingsdeskundige Luigi Giussani (1922-2005) zou het direct beamen. En hij zou er een levendig betoog bij afsteken over de aard van onze menselijke ervaring, over dat wat op de bodem van onze ziel huist en over de vervulling die we verlangen.

Het grote antwoord op dat alles is God zelf, en die kennen we in Jezus Christus, via de kerk. Op deze manier wil Giussani de mens en zijn ervaring serieus nemen, maar hem tegelijk in contact brengen met de bevrijdende gemeenschap van de kerk. Daarover gaat zijn boek Waarom de kerk, dat recent verscheen in het Nederlands.

Hij is eigenlijk heel onbekend, deze Giussani – maar dan vooral in Nederland. Zijn werk is in vele talen vertaald. In 1954 stichtte Giussani de katholieke lekenbeweging Comunione e Liberazione (gemeenschap en bevrijding). Deze beweging heeft wereldwijde uitstraling, met onder meer een jaarlijkse conferentie in het Italiaanse Rimini. Ook in Nederland is deze gemeenschap actief. De verschijning in korte tijd van maar liefst drie stevige theologische boeken is dan ook te dank aan stimulansen vanuit deze kring.

Menselijke ervaring

Maar de waardering die Giussani’s werk oproept, is breder: kardinaal Simonis, voorheen aartsbisschop van Utrecht, en Gerard de Korte, de huidige bisschop van den Bosch, leverden beiden een voorwoord in vertaalde boeken van Giussani. Bij de presentatie van Waarom de Kerk sprak Arjan Plaisier, voormalig algemeen secretaris van de Protestantse Kerk, waarderende woorden.

Als je op een centrale notie moet wijzen in het denken van Giussani, kom je al snel uit bij de al genoemde menselijke ervaring. Giussani wil daar de volle ruimte aan geven. Het evangelie is geen morele gids, ook geen set abstracte theologische waarheden, maar iets wat ingaat op je hart en op je hele mens-zijn.

De kerk staat dus voor een ontmoeting: met Jezus, die de waarheid in persoon is. Hoe komen we bij hem uit, bij deze persoonlijke waarheid? Een protestant zou geneigd zijn te zeggen: laten we het Woord onversneden verkondigen, en niet te veel afgaan op onze gevoelens en voorkeuren.

De katholieke Giussani redeneert omgekeerd: laten we volop ruimte geven aan onze diepste ervaringen. Want daarin liggen intuïties en ‘evidenties’ verscholen, die je tot herkenning brengen van de goddelijke genade. Die is in Jezus helder voor de dag gekomen en wordt in de kerk voortgezet.

Slotakkoord

De lijn van denken van Giussani vindt dus zijn slotakkoord bij de kerk. Dat blijkt ook in de opbouw van de drie nu verschenen boeken, die samen de reeks ParCours vormen. Het eerste deel, Het religieuze zintuig, handelt over de ervaringswerkelijkheid van de mens, dus over zijn hart en over de laatste vragen die daar leven. Deel twee, Aan de basis van de christelijke claim, legt de focus bij het geloof van de apostelen. De kerk – onderwerp van deel drie – is dan de ontmoetingsruimte waarin de ervaring en de claim van dit geloof tot ‘verificatie’ gebracht worden.

Dat klinkt een beetje vreemd, maar voor Giussani is het heel belangrijk. Het gaat hem om het antwoord dat we in Jezus kunnen vinden: dat is iets wat zich in de praktijk van het leven ‘bewijst’. Het Godsrijk is een ware werkelijkheid die je kunt gaan ervaren, in de gemeenschap van de kerk.

Wie Giussani begint te lezen, moet bereid zijn wat hobbels te nemen. Hij is een eigensoortige denker, die er niet zo’n probleem in ziet op heel abstracte zinnen op papier te zetten. Aandacht en concentratie zijn vereist als je grip wilt krijgen op zijn manier van denken. Maar dan proef je al snel de energie van deze theologie, die voortkomt uit een basaal type geloofsvreugde. Bijvoorbeeld als Giussani uitlegt dat het gewone en menselijke in de kerk geen tegenstelling vormen met het goddelijke karakter ervan. Het gewone is nu juist de plek waar het bijzondere goddelijke zich kenbaar maakt.

Weerstand

Dit zo heel gewone kan ook bevreemdend zijn of als schandalig ervaren worden, weet Giussani. Ook de verschijning van Jezus werd, volgens de apostel Paulus, als een schandaal ervaren. Met als ‘toppunt’ het feit dat ‘zijn menselijke persoonlijkheid een ontstellende beschikbaarheid uitdrukte jegens alle lagen van de bevolking, ook, en zonder enige terughoudendheid, jegens de meest onwaardigen, de meest laakbaren.’

Dat hier iemand aan het woord is die grote verwachting heeft van Gods presentie in de kerk, mag duidelijk zijn. Tegelijk windt hij er geen doekjes om dat de kerk volop aards en menselijk is, zelfs zodanig dat het weerstand kan oproepen. In dit verband spreekt Giussani over goud dat verborgen ligt in de modder.

Dat is geen compliment aan de kerkelijke praktijk. Maar het gaat erom op dat goud gericht te blijven, maant hij zijn lezers aan, en je niet te laten ontmoedigen door de modder die er ook is.

Waarom de Kerk. ParCours, deel 3. Luigi Giussani. Vertaald door Michiel Peeters en Klaartje Roegiers. Uitgeverij Betsaida.