Het zijn niet regels die het verschil maken in de EU, maar daadkracht

Pieter Anko de Vries

Het lijkt er niet op dat de Europese Unie op korte termijn met het door haar gekozen parlement democratisch zal worden geregeerd. Het is trouwens nog maar de vraag of dat heel erg is.

De kritiek op de manier waarop in Brussel deze week de belangrijkste baantjes zijn verdeeld, was niet van de lucht. De verdeling zou getuigen van groot dedain voor het door verkiezingen tot stand gekomen Europees Parlement, dat zijn kandidaten, onder wie de Nederlandse sociaaldemocraat Frans Timmermans, netjes had samengesteld en gepresenteerd als spitzenkandidaten.

Ook zou de functieverdeling de diepe kloof laten zien die er bestaat tussen de oudere lidstaten en de lidstaten in Oost-Europa. Het beste zou volgens de criticasters zijn dat het Europees Parlement in de benoemingskwestie zijn tanden laat zien, maar dat zal uiteindelijk toch wel niet helpen. De Europese Raad van regeringsleiders zal deze prestigestrijd winnen. Berusting alom.

Het zomernummer van Christen Democratische Verkenningen (CDV), van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, getiteld Divers Europa is met name gewijd aan de toekomst van de Europese Unie.

Regelpolitiek

Hoewel de auteurs van de verschillende bijdragen de uitkomst van de baantjescarrousel niet konden weten, zijn er enkelen die de trend van de machtiger wordende Europese Raad wel aanvoelen. Een Europese Raad die, als puntje bij paaltje komt, lak heeft aan afgesproken democratische regels van het Europees Parlement. Want het Europees Parlement hanteert een werkwijze die gekenmerkt wordt door regelpolitiek, een manier van denken en werken die wel zekerheid biedt, maar rigide wordt als er ernstige gebeurtenissen plaatsvinden. Dan blijkt het systeem van rechtsregels waarop de Unie is gebaseerd niet tot de nodige en vooral snelle effectieve maatregelen leiden die moeten worden genomen.

Het lijkt erop dat de verdeling van de beste baantjes laat zien dat de EU minder een interne regelfabriek kan zijn dan het Parlement wel zou willen. Zo stelt hoogleraar Grondslagen en praktijk van de Europese Unie en haar instellingen Luuk van Middelaar (Universiteit Leiden) in zijn bijdrage dat de EU niet primair het decor zou moeten zijn van regelpolitiek, maar dat het gaat om beslismacht en het vermogen tot effectief en snel handelen. Ook laat hij zien dat het reageren op onverwachte incidenten en gebeurtenissen onvermijdelijk een terugkeer van de ongelijkheid tussen lidstaten betekent. Gebeurtenissen – zoals het bijna failliet zijn van Griekenland of het redden van banken tijdens de financiële crisis – laten zien dat het democratisch gekozen parlement van de EU weinig tot niets kan. Het zijn dan opeens de vertegenwoordigers van de samenstellende landen die ingrijpen en die moeten beslissen dat de regels die voor gelijkheid moeten zorgen nauwelijks iets waard zijn.

Gebeurtenispolitiek is dus de toekomst van de EU en niet de gerichtheid op wat ooit is afgesproken. En ja, als er dan een Europa van landen met meerdere snelheden moet komen, dan moet dat maar, schrijft Van Middelaar. Zo is de euro iets voor Noord- en West-Europa, maar niets voor het zuiden dat in productiviteit niet kan meekomen en dus altijd moeten verarmen, omdat ze geen eigen munt hebben om te devalueren. Het is beter voor alle landen van de Unie dat ze uit hun schuldslavernij worden gehaald en uit de euro stappen. Voor het Europees Parlement met haar regeldenken is dat ondenkbaar, maar voor leiders die gebeurtenissen goed kunnen inschatten, is dit wellicht een heel goede mogelijkheid.