Een juist signaal op een juist tijdstip

Sytze Faber

Na de basisschool genoot ik ruim tien jaar geschiedenisonderwijs. Gemiddeld drie uren per week. De slavernij was slechts een voetnoot. Het kolonialisme werd uitvoeriger behandeld, maar vooral beschouwd als een zegen voor de inheemse bevolking. Het ging primair over elites, over koningen en stadhouders, generaals, admiraals en kerkvorsten. Gewone mensen, die leefden in drek en schrijnende armoede, kwamen niet aan bod.

Generaties lang fungeerde het geschiedenisonderwijs als een kolossale witwasoperatie. Nog in 2006 stak premier Balkenende, historicus (!), kritiekloos de loftrompet over de handelsgeest en de ondernemingslust van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602-1800). Daar moesten we ons ook in de 21e eeuw aan spiegelen! Geen woord over rooftochten, slavenhandel en kolonialisme.

Wat het geschiedenisonderwijs aangaat, was 2006 trouwens ook het jaar van een doorbraak. De Canon van Nederland kwam tot stand. Een chronologische samenvatting van de Nederlandse geschiedenis aan de hand van vijftig thema’s. Er werd meteen bij gezegd dat een periodieke herijking van de Canon noodzakelijk was. Het onderzoek gaat verder, inzichten veranderen. Dat bleek de afgelopen jaren overduidelijk.

Publicatie

In 2016 verscheen het proefschrift van de historicus Rémy Limpach De brandende kampongs van generaal Spoor. Hij toonde aan dat tijdens de Dekolonisatieoorlog van 1945 tot 1949 – eufemistisch politionele acties genoemd – door Nederland structureel grootschalige oorlogsmisdaden zijn gepleegd.

In 2018 publiceerde Piet Hagen Koloniale oorlogen in Indonesië. Hagen concludeert dat ons koloniale tijdperk bezaaid is met lijken. Drie à vier miljoen ‘inlanders’ werden door de Nederlandse bezetters gedood.

Vorige week constateerde de historicus Pepijn Brandon in een publicatie dat de slavenhandel – er zijn 12,5 miljoen Afrikaners verhandeld – en de slavernij heel lang een belangrijke kurk zijn geweest van de Nederlandse economie.

James Kennedy

Het is kortom tijd voor de eerste herijking van de Canon. Uiteraard niet, ik zeg het er veiligheidshalve maar even bij, om met de morele vinger van nu verre voorgangers beter te kunnen geselen. Daarmee zouden we van de generatielange witwasoperatie in het andere uiterste vervallen. Wél omdat in een herijkte Canon een (nog) evenwichtiger beeld geschetst kan worden van onze geschiedenis. Gezien een zich aftekenende coalitie uit rechts nationalistische en christelijke hoeken is het bovendien actueel.

Eeuwenlang was Europa, ik wees er twee weken geleden op, vergeven van Jodenhaat. Wat dat betreft kwamen de nazi’s tachtig jaar geleden in een gespreid bed. Desondanks rolde een jaar of vijftien geleden opeens de vermeende joods-christelijke traditie uit de politieke hoed.

Bindmiddel

Ook witwasserij, bedoeld om nieuwkomers in te prenten dat ze er nooit helemaal bij zullen kunnen horen. Het was een voorbode van een verbond van reformatorische christenen en cultuurchristenen. Conservatisme als bindmiddel.

Vorige week zaterdag waren ze bijeen in een voormalige Goudse synagoge. Onder anderen de PKN-dominee Prosman, de filosoof Bart-Jan Spruyt, lid van de Hersteld Hervormd Kerk, en zelfbenoemde cultuurchristen Thierry Baudet.

Spruyt: ‘Thierry, zijt Gij het of moeten we een ander verwachten?’ Baudet repliceerde à la Balkenende met een loflied op het zegenrijke, inspirerend kolonialisme.

Minister Ingrid van Engelshoven (D66) deed een gouden greep toen ze James Kennedy benoemde tot voorzitter van de eerste herijkingscommissie van de Canon. Een onversneden protestant en een onberispelijke wetenschapper. Hij vindt het, evenals de minister, vanzelfsprekend dat ook de schaduwkanten van onze geschiedenis in de herijkte Canon op een evenwichtige manier aan de orde komen. Het is het juiste signaal op het juiste tijdstip.

Reageren? fabersyma@gmail.com
P.S. Goed voorbeeld doet goed volgen. De Kamer is op reces, Contrapunt voorlopig ook.