Rutte blijft en het kabinet valt niet

De Haagse week
Henk van der Laan

Met nog een week te gaan voor het zomerreces heeft het kabinet een sprintje getrokken: het pensioen-akkoord is rond, de klimaatplannen gepresenteerd en er is een zzp-wet.

Alle drie grote wetgevende operaties, met groot maatschappelijke impact. Als de coalitie het over dit soort zaken eens wordt, dan zit het met de onderlinge verstandhoudingen wel goed. En als deze plannen ook door beide Kamers aangenomen worden, dan is dat ook goed nieuws voor de effectiviteit van het kabinet. En dat is ook weer goed voor de onderlinge verstandhoudingen. Als je wint, blijf je vrienden, om Herman Brood maar eens te parafraseren.

Daar heeft het lang niet naar uitgezien trouwens. De wetgevende agenda van het derde kabinet-Rutte was lang leeg. Er waren wel veel beleidsakkoorden ‘met het veld’ – vooral minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid grossierde er in – maar daar blijft de Kamer buiten.

Redden

De oogst was in de eerste anderhalf jaar van het kabinet zo mager dat het leek alsof de uitputtende formatie van 2017 alle energie uit de coalitie had gezogen. Met partijen die toch soms best ver uiteen liggen over belangrijke punten – zoals CDA en D66 bij klimaat of D66 en ChristenUnie over ethische kwesties – was het de vraag hoeveel spanning dit kabinet kon hebben.

Daarom was het een jaar geleden de vraag of dit kabinet het wel zou redden, zodra het de meerderheid in de Eerste Kamer zou kwijtraken – zoals inderdaad gebeurde.

Een voorzichtig antwoord is dat ze het wel gaan redden. De vier partijen maken geen indruk elkaar moe te zijn en die minderheid in de senaat hoeft geen probleem te zijn. Aangezien veel kabinetsplannen niet ver af liggen van wat de PvdA vindt, zal die partij regelmatig voor die meerderheid zorgen. Daarnaast: de PvdA heeft nog altijd geen behoefte aan nieuwe verkiezingen.

Brussel

Naast ruzie, metaalmoeheid en tekort aan steun in de senaat leek er nog een bedreiging voor het kabinet: een vertrek van Rutte naar Brussel.

Dit weekeinde worden naar verwachting de topbanen in de EU verdeeld door de regeringsleiders van de 28 lidstaten. Al maanden wordt Rutte genoemd als de nieuwe voorzitter van de Europese Raad. Rutte, met al zijn ervaring in Brussel en zijn talent als dealtjesmaker, zou een prima opvolger van Donald Tusk zijn. Zijn steeds Eurogezindere toespraken leken, zo was de redenering, een soort verkapte sollicitatie.

Afweging

Alleen: wil Rutte wel? En is het wel in het Nederlands belang? Twee maal nee. Een Europese topbaan voor een Nederlander klinkt leuk, maar Rutte is als een van de langstzittende regeringsleiders in de EU al invloedrijk als lid van de Europese Raad. Een nieuwe, onervaren premier is dat niet. Dan heeft Nederland meer aan een landgenoot die in de commissie een belangrijke portefeuille beheert, zoals Frans Timmermans de afgelopen periode.

En Rutte weet ook: als hij gaat, dan zakt zijn kabinet ineen. En dat terwijl het net zo lekker gaat. En er is ook de persoonlijke afweging voor hemzelf wat hij zelf wil. De functie van raadsvoorzitter is namelijk veel minder inhoudelijk, want juist dienender, dan die van premier van Nederland.

Nee, Rutte blijft lekker in Den Haag en het kabinet zingt het uit tot de verkiezingen van 17 maart 2021.

(En met die opluchting gaat deze rubriek met zomerreces)