Uitdrukkingen

Even stilstaan
Gabriël Anthonio

Er zijn van die uitdrukkingen die iedereen wel eens gebruikt. ‘Het glas is halfvol’, of deze van Cruijff: ‘Ieder voordeel heeft zijn nadeel’. Of deze: ‘Dat was een dubbeltje op zijn kant’. leder heeft zo zijn favoriete uitdrukkingen. Een manier om in een paar woorden iets duidelijk te maken.

De groep van acht kinderen is druk. Hun leeftijd ligt rond de vijf tot zeven jaar. Ze hebben allerlei speelgoed op het kleed liggen. Er liggen poppen, blokken, bouwstenen, auto’s en een houten garage. De ouders zitten in een andere ruimte en zijn in gesprek. De ouders praten over hun verslaving, de moeite en zorgen in hun leven. Maar ook over successen, zoals de schulden die zijn afgelost, de nieuwe woning of weer werk gevonden.

De groep ouders bemoedigt en steunt elkaar. Soms kijkt een van de ouders over de schouders door de glazen deur om te zien hoe het met de kinderen gaat. Met de kinderen gaat het goed. Sommigen spelen alleen, anderen proberen samen te spelen. Tegelijk hebben deze kinderen van verslaafde ouders veel meegemaakt. Niet allen de strijd tussen de ouders of de deels afwezige vader en/of moeder – omdat de verslaving alle aandacht opeist -, maar ook armoede en eenzaamheid.

Een van de kinderen, Tessa, begint in het rond te springen. Een andere pakt haar armen en danst mee. Ze zingen een onduidelijk liedje. Andere kinderen sluiten zich aan. De begeleiders van de kinderen leggen het speelgoed aan de kant zodat er ruimte ontstaat om te dansen in de kringen. Dan roept een van de kinderen om te gaan zitten. Wat de kinderen meteen doen. Een begeleider vraagt waarom. Nou, zegt de vijfjarige dreumes, omdat we eens goed moeten praten. „Oh”, zegt een van de begeleiders, „en waar moeten we het dan over heb- ben?” „Nou, hoe wij hier met elkaar omgaan”, reageert het kind.

Therapie

Ik kijk de begeleider verbaasd aan. Een vijfjarige die zo praat? Het lijkt wel therapie. De begeleidster ziet mijn verbazing en stelt me gerust. Tessa is met haar moeder samen in behandeling geweest. Ze doet het gedrag dat ze gezien heeft na.

Tessa vervolgt: „En nu mag iedereen wat zeggen wat die ervan vindt.” De begeleiders laten dit ‘spel’ aan de kinderen over. Een van de kinderen steekt haar vinger op en vraagt: „Wat vindt van wat?” ‚‚Nou, hoe we hier met elkaar omgaan.” De kinderen denken diep na. ‚‚Nou, ik vind het hier wel leuk. Ik heb alleen dorst en krijg maar één keer limonade.” Een ander: „Hé, ik vind het ook leuk, want hier heb ik speelgoed en thuis niet.” Een derde: „Ik vind het ook wel leuk, want hier kunnen we spelen. Thuis heb ik geen broertje of zusje.” En dan blijft het stil, lang stil. Kinderen plukken aan hun kleding, kijken naar de grond of naar boven.

Weer steekt een van de kinderen een vinger op. „Nu wil ik ook wat zeggen. Onze dominee in de kerk zei zondag dat we elkaar moeten vergeten. Vergeten als er iets ergs is gebeurd. Ik wil alles vergeten en niet meer verdrietig zijn. Jullie praten alleen maar over wat je niet hebt. Ik heb een mama, dat is genoeg, de rest wil ik vergeten. Ik wil aan mama denken, zoals ze nu is.”

De kinderen vallen stil. „Vergeten. Wat wil je vergeten?” „Gewoon, dingen van mama vergeten, dat wat me verdrietig maakt.” De kinderen staan nadenkend op. Er wordt limonade ingeschonken. En ik denk ondertussen, we zijn weer een uitdrukking rijker: “We moeten elkaar vergeten!’ De nare kanten van iemand vergeten als zijn of haar leven veranderd is. Niet de verslaafde uit het verleden, maar de moeder uit het heden voor ogen houden.

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG.