Geesteswetenschappen? Ouwe meuk

Tamarah Benima

Op station Leiden Centraal wacht een Sprinter. Minuten lang kijk ik naar de decoratie die de NS heeft laten aanbrengen bij de toiletten in deze trein (Ja, er zijn toiletten! Over wel of geen wc’s in treinen op korte trajecten is nog een fikse strijd gevoerd tussen NS en reizigers). De decoratie is geïnspireerd op het werk van Piet Mondriaan. Maar zo doods als koude patat. Dat er zó met erfgoed wordt omgesprongen doet pijn.

In de trein op het traject Amsterdam-Den Haag is van een heel ander staaltje kunstverkrachting sprake. Op de wanden waar vroeger Co Westriks enge schilderij ‘hing’ van een vinger die zich aan een grashalm snijdt, is nu een tekst van drie regels aangebracht. Het lijken de zinnen van een gedicht, maar er zit kop nog staart aan. Sommige woorden zijn vetgedrukt: perpetuum mobile, gelukkig, precies, zonlicht. Het dikke ‘gelukkig’ is trouwens half onzichtbaar door het scherm waarop het verloop van de reis met stations en aankomsttijden te zien is. De tekst komt van nergens, gaat nergens naar toe, is door iemand opgesteld, maar door wie? Een dichter? Een algoritme? Bovendien, je tast als reiziger volledig in het duister wat er mee wordt bedoeld. De tekst roept niet de schoonheid van een gedicht op, of ontroering, of een herinnering. Iemand heeft iets bedacht als illustratie. De tekst had bij wijze van spreken ook op zijn kop kunnen staan.

Achterkant van de kast

Dit alles houdt me bezig, omdat er in Amsterdam (maar ook in soortgelijke steden) restaurants en koffietenten zijn waar echte boeken als wanddecoratie worden gebruikt. Maar, hun titels staan tegen de achterkant van de kast, hun witte, blote kant waar je tegen de snedes van de bladen aankijkt, staat naar de kijker toe. De boodschap? Het lezen van iets anders dan berichten op je mobieltje is nergens voor nodig. Maak je geen zorgen over je ongeletterdheid. Boeken? Ouwe meuk.

Dat alles baart mij zorgen. Zoals ook de tekst op een poster van het Amsterdamse Gemeentelijke Vervoer Bedrijf: ‘Je Abonnement. Die koop je online’. Zou de GVB de marketing aan een stagiaire met taalachterstand hebben uitbesteed? Of, wat ik vrees, aan een afgestudeerde in de Communicatiewetenschap? Al dan niet hbo of universitair? ‘Die’ moet ‘dat’ zijn, lijkt mij.

Dit alles wordt allemaal niet beter als Martin van Rijn zijn zin krijgt. Twee maanden geleden kwam een commissie die door hem wordt geleid met het voorstel om 150 miljoen euro over te hevelen van geesteswetenschappen naar de technische universiteiten. Volgende week beslist minister Van Engelshoven erover. De ‘overheveling’ is nodig, want er zijn ‘knelpunten’ bij de bèta-vakken. U wilt niet weten hoe veel geld er al naar bèta-vakken gaat en hoe armzalig weinig naar het universitair onderwijs in talen, filosofie, geschiedenis, muziekwetenschap, cultuurwetenschappen, kunstgeschiedenis, theologie en religiewetenschappen. Toen het advies van Van Rijn bekend werd, was de Leidse hoogleraar Koreastudies Remco Breuker verbijsterd. Hij zei tegenover het magazine ScienceGuide: „Als dit echt waar is, dan gaat dit echt pijn doen. Dit soort maatregelen maken een publiek debat noodzakelijk of we nog wel geesteswetenschappen willen hebben in Nederland. Wees dan eerlijk en zeg: weg ermee, wij gaan de Noord-Koreaanse route. Uitstekende raketten en geen maatschappijkritische zeurpieten.”

Maatschappelijke implicaties

Zo is het maar net. Het schokkende is dat Van Rijn een PvdA’er is en zijn opdrachtgever, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ingrid van Engelshoven een D66’er. De partij van Rob Jetten slaat zich al een halve eeuw op de borst dat het dé partij is voor onderwijs. Onzin dus. Onderwijs hoeft voor D66 blijkbaar niet meer diepgang te hebben dan een carnavalsschlager: als er maar genoeg studenten machines en algoritmes kunnen bouwen, kraait D66 blij. Terwijl juist ook technici ethiek, logisch denken, besef van culturele verworvenheden en historisch bewustzijn moet worden bijgebracht. Want de technische revolutie heeft net zulke vergaande maatschappelijke implicaties als de industriële revolutie van de negentiende eeuw.

D66 snapt dat niet of doet alsof ze dat niet snapt. Bij de PvdA is het idee van Bildung ook niet meer te vinden. De verheffing van het volk door onderwijs, die de oude socialisten zo na aan het hart lag? Net zo’n oude meuk als boeken voor een decorateur. Terwijl juist geesteswetenschappers analyses van maatschappelijke problemen kunnen maken en kunnen aandragen welke alternatieven er als oplossing zijn. Maar nee. ‘Je inzicht. Die koop je online’. Daar zorgen al die bèta’s wel voor. Toch?!