Fred van Lieburg toont het menselijke gezicht van de synode van Dordrecht

Tjerk de Reus

De beroemde synode van Dordrecht ging over heikele geloofskwesties. Maar het was ook een internationale topconferentie, met allerlei drukte en verhalen er omheen. Fred van Lieburg vertelt erover zijn boek Synodestad.

Het is prettig om eens een boek over de bekende synode van Dordrecht (1618-1619) te kunnen lezen zónder meteen verstrikt te raken in een theologische worstelpartij. Het nieuwe boek van prof. dr. Fred van Lieburg, getiteld Synodestad, biedt deze gelegenheid.

De hoogleraar religiegeschiedenis aan de VU in Amsterdam geeft hierin een beeld van de synode als een ‘lokaal evenement’. Een interessante invalshoek, die zaken in het gezichtsveld brengt waarover je doorgaans niet veel hoort. Zo ontdek je in dit boek dat dit ‘lokale evenement’ juist ook uitzonderlijk was vanwege het feit het een Europese topconferentie was, met deelnemers uit verre streken. Ook de Engelse koning Jacobus volgde de gang van zaken nauwlettend, zij het op afstand.

Tegelijk laat Van Lieburg zien dat de politieke situatie in ons land gespannen was, voorafgaand aan de synode. De gevangenschap van Johan van Oldenbarnevelt was daarvan een duidelijk signaal. Het aardige is dat in Synodestad een soort middelpuntzoekende beweging zit. Als lezer krijg je de kaart van Europa wel op je netvlies, met al die internationale betrekkingen op de synode, maar je wordt steeds meegenomen naar het concrete Dordrecht van toen, de oudste stad van het gewest Holland, met zijn herbergen en kerken, schout en schepenen, drukkers en bakkers. Wie Van Lieburgs boek gelezen heeft, kent velen van die Dordtenaars bij naam en toenaam.

Theologische inhoud

Het boek van Van Lieburg is een boeiende aanvulling op wat er al in boekvorm beschikbaar is over de synode van Dordrecht. Meestal ligt de focus bij de theologische inhoud: de aanscherping van de gereformeerde leer, tegenover de dwalingen van de remonstranten. Vaak worden de lijnen dan doorgetrokken naar vandaag. Aan de rechterzijde van het kerkelijke spectrum vraagt men zich bezorgd af of wij intussen met z’n allen remonstrants zijn geworden, positief als we zijn over de mens en zijn prestaties. Andere kritische stemmen beweren dat er in de ziel van het Nederlandse protestantisme nog altijd een stevige portie angst schuilgaat, aangejaagd door de verkiezende en verwerpende God, zoals de Dordtse vaderen die hebben gedefinieerd.

Maar dergelijke thema’s zijn vooral geschikt voor cultuurbeschouwers en voor theologen, ze zijn niet besteed aan Van Lieburg. Het beeld dat hij schetst, is concreet en historisch. Hij schrijft over de mensen die in de bankjes zaten tijdens de synode, over plaatsen waar de gasten logeerden, over de verhouding tussen kerkelijke en politieke gezagsdragers.

Houten banken

Zijn focus daarbij is heel concreet: wie had die houten banken eigenlijk getimmerd, die allemaal in de bovenzaal van Kloveniersdoelen stonden, ter gelegenheid van de synode? En toen het evenement voorbij was, hoeveel gulden brachten die slechts een half jaar gebruikte banken en tafels nog op, alvorens de schutterij haar intrek weer kon nemen in ‘hun’ Kloveniersdoelen? Op de laatste vraag luidt het antwoord: 723 gulden. De man die het meubilair vervaardigde, was timmerman en stadsarchitect Joost Henricx.

Hoe concreet en feitelijk het verhaal van Van Lieburg ook is, je kunt zijn boek niet typeren als een ‘feitenpakhuis’. Het is allereerst een vertelling, op basis van historische documenten van de meest uiteenlopende aard. Binnen dat kader heeft Van Lieburg wel zo veel mogelijk willen vertellen. Dat doet hij overigens zeer geordend, in een reeks van twaalf hoofdstukken. De eerste vijf daarvan zijn gewijd aan het voorspel, waarbij de politieke situatie in de Nederlanden aandacht krijgt. De spanning tussen kerk en staat groeide: mocht men in de kerk de eigen problemen oplossen, of moest dat via de politiek?

Vooral het gewest Holland hield lang een nationale synode tegen, en hoe dat spel gespeeld werd, lees je hier in detail. Bij het voorspel hoort ook de organisatie van de synode, met bijvoorbeeld de uitnodiging van buitenlandse gasten: een netelige kwestie, want voor je het wist, voelde een vorst zich gepasseerd. Als de synode eenmaal bezig is, lezen we over de moeizame discussie met de remonstranten, die wel aanvoelden dat ze aan het kortste eind zouden trekken en daarom niet tot een inhoudelijk gesprek bereid waren.

Ook is er aandacht voor stevige discussies tussen toptheologen uit het buitenland en hoofdrolspeler Franciscus Gomarus, een man die in zijn presentatie en verwoording voor de harde lijn koos. In de laatste hoofdstukken vertelt Van Lieburg over de lot van de remonstranten, over de toeristische reisjes die buitenlandse gasten nog snel even maakten en over de verspreiding van de belangrijkste synodedocumenten: de Dordtse Leerregels en de Dordtse Kerkorde.

Objectiviteit

Achteraf verschenen de zogenoemde ‘acta’ van de synode, met alle documenten en verslagen van discussies. Maar op de objectiviteit daarvan valt wel wat af te dingen, maakt Van Lieburg duidelijk: het beeld werd gepolijst. De laatste pagina’s van Synodestad zijn voor het ‘vereeuwigd beeld’ van het bekende synodeschilderij van Pouwels Weyts, dat deze vervaardigde in opdracht van het stadsbestuur.

Het is een imposante cultuurhistorische studie geworden, dit boek van Van Lieburg. Het samenleven van mensen in een specifiek tijdsgewricht komt hier in beeld: een korte, maar nerveuze periode uit onze geschiedenis. Die roept tot op vandaag nog allerlei gevoelens op, pro en contra de ene of de andere partij. Van Lieburg laat zich niet verleiden tot dergelijke stellingnames. Bij hem ook geen dedain over de theologie die destijds de gemoederen in beweging bracht. Zijn belangstelling gaat uit naar de mensen toen en daar, die graag de bestaande politieke en godsdienstige spanningen wilde oplossen: tot de ‘ere Gods’, voor de vrede van kerk en vaderland of met het oog op andere belangen.

Synodestad. Dordrecht 1618-1619. Fred van Lieburg. Prometheus, 24,99 euro