Veiligheid of democratie

Tamarah Benima

De oude joodse man – hier in Nederland – vertrouwt me toe: „Liever een ietwat ondemocratisch Israël onder leiding van Netanyahu dan een weggevaagd Israël.” Ik vrees dat in Israël veel kiezers de politieke realiteit hebben gereduceerd tot die keuze: bestaansveiligheid of democratie. Tot nog toe hebben veel kiezers aan de huidige Israëlische premier ‘bestaansveiligheid’ toebedeeld. Maar zal dat zo blijven?

Op 17 september gaan de Israëli’s opnieuw naar de stembus. Terwijl ze net hun stem hebben uitgebracht. Maar Netanyahu wist geen coalitie te vormen. Om te begrijpen wat er in Israël aan de hand is, is de nieuwste geschiedenis van Europa van belang. Al vóór de val van de Muur emigreerden er Joden uit de Sovjet-Unie naar Israël. Mondjesmaat en met veel tegenwerking van het regime. Overigens, de Nederlandse ambassade in Moskou was jarenlang de trait-d’union tussen de Sovjet-Unie en Israël in deze zaak. Nederland hielp Sovjet-joden met Nederlandse visa naar Oostenrijk. Daarvandaan konden ze doorreizen, vaak naar de Verenigde Staten, maar vanaf de late jaren tachtig alleen naar Israël.

Na de val van de Muur verruilden een miljoen Joden de voormalige Sovjet-Unie voor Israël. Alleen, ik schrijf wel ‘Joden’, maar velen zijn dat niet volgens de joodse wet. Die verschilt namelijk van de Israëlische wetgeving. Israël is geen (!) theocratie, de joodse wet (halacha in het Hebreeuws) maakt niet de dienst uit. De zogeheten Israëlische Wet op de Terugkeer staat het iedereen met één joodse grootouder toe om naar Israël te emigreren en het Israëlische staatsburgerschap te verkrijgen. De joodse wet erkent je als Jood/Jodin als je een grootmoeder aan moederszijde hebt; de drie andere grootouders tellen niet mee voor de religieus-joodse status. Van de een miljoen Russische Israëli’s en hun kinderen zijn er 400.000 niet-joods. Ze zijn ook niet joods geworden, want dat proces is extreem gecompliceerd in Israël (én moeilijk in de overige joodse wereld). Die niet-joodse Russische Israëli’s moeten niets hebben van de ultra-orthodoxie. Net als de 600.000 Russische Israëli’s die wel joods zijn volgens de joodse wet. De overgrote meerderheid van de Russische Israëli’s was en is namelijk seculier, en blijft dat.

Ultra-orthodoxen

Voor een coalitie heeft Netanyahu partijen nodig waar de Russen op stemmen. Voor een coalitie heeft Netanyahu echter ook de partijen nodig waar de ultra-orthodoxe Joden op stemmen. De Russen (en andere seculiere Israëli’s) willen dat de ultra-orthodoxen ook in het leger dienen. De ultra-orthodoxen willen dat voor geen prijs. Zij vrezen dat ultra-orthodoxen als militairen in aanraking komen met moderne ideeën en van hun geloof af vallen. De ultra-orthodoxen hebben al decennia lang een sleutelpositie in het Israëlische politieke landschap. Ze vormen 10 procent van de joodse Israëli’s: 650.000, maar met gemiddeld 6,2 kinderen per gezin groeit hun aantal explosief. (Israël telt negen miljoen burgers, van wie 6,5 miljoen joods is en 2,5 miljoen moslim, christen, druus of iets anders zijn). De ultra-orthodoxen zijn geen zionisten; het zijn politieke realisten. De staat Israël bestaat en de ultra-orthodoxen maken daar zo goed mogelijk gebruik van. Dus: kinderbijslag, bijstand, financiering van hun scholen en andere voorzieningen. Allemaal afgedwongen door hun partijleiders. Maar wat veiligheid betreft vertrouwen zij op de Eeuwige.

De Russen zijn ongelovig. Zij willen een sterk leger. De onveilige Sovjet-Unie of het Rusland van na 1989 hebben ze niet voor niets verlaten. Dat Netanyahu wordt aangeklaagd voor corruptie zodra hij zijn parlementaire immuniteit verliest, zal de Russen worst wezen. Zij verwachten niets anders dan corruptie van politici. De ultra-orthodoxen steunen net zo lief een ander dan Netanyahu, als die maar hun wensen inwilligt.

Het is geen mooi spektakel. Ondertussen is het Israëlische gematigde politieke midden, nog meer dan in Europa, vermorzeld. Dat het niet nog veel erger is mag, gezien de permanente oorlogstoestand, een wonder heten. Maar Israël is nog een democratie. De Israëlische kiezer – Jood/niet-Jood, Arabier/Palestijn, druus, religieus, seculier of atheïst – mag zeggen wat hij/zij wil. Of het wat uitmaakt, weten we over een paar maanden.