De essenties van het geloof in honderd vragen

Tjerk de Reus

Het is een mooi waagstuk, de onlangs verschenen Gewone catechismus. Het is geen herziening van iets van vroeger, ook geen recycling van de Heidelbergse Catechismus, maar ‘gewoon’ een boekje met honderd vragen en antwoorden over het christelijk geloof.

Het is een ouderwets woord, catechismus. Veel mensen zullen bij de naam alleen al een licht gevoel van weerzin ervaren. Natuurlijk geheel ten onrechte, want een instructief en didactisch boekje over de inhoud van het christelijk geloof kan alleen maar nuttig zijn. En dat geldt zeker voor de nu verschenen Gewone Catechismus, geschreven door de theologen Theo Plaisier, Arnold Huijgen en Dolf te Velde. Ze hebben het overigens niet alleen gedaan, maar in samenwerking met een brede klankbordgroep. Er is dus iets uit de bus gekomen dat draagvlak zou kunnen hebben.

In de inleiding vertellen de schrijvers dat ze nadrukkelijk hebben gezocht naar kerkelijke breedte: in deze catechismus vind je geen specifieke eigenaardigheden van het ene of het andere kerkverband. Er is eerder oog voor wat christenen bindt, dan voor meningsverschillen.

Of dat ook lukt, is de vraag: de eerste schermutseling over creationisme en evolutie is al een feit. Terwijl het nu juist de bedoeling was van de auteurs van de Gewone Catechismus om die discussie niet te beslechten, maar naar een hoger plan te tillen: hoe dan ook leven we in Gods wereld.

Eigentijds

Deze nieuwe catechismus wil nadrukkelijk eigentijds zijn. Dat merk je al bij de allereerste vraag: ‘Waarin vind jij geluk?’ Om toch maar even te vergelijken: de aloude Heidelbergse Catechismus begon met de vraag naar ‘troost’: ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’

Hier tref je dus een ander begin aan, dat meer aanhaakt bij de manier waarop mensen vandaag hun diepste verlangen verwoorden. In het antwoord nemen de schrijvers ons echter meteen mee naar wat niet per se eigentijds of hip is, maar wel wezenlijk christelijk: ‘Mijn geluk is dat Jezus Christus mij gevonden heeft.’

Wat dat inhoudt, wordt in twee zinnen gezegd: ‘Hij offerde zichzelf op om mij thuis te brengen in de liefde van God. Zijn Geest maakt in mij de hoop wakker op Gods nieuwe toekomst, voor mij en heel de wereld.’ De meeste antwoorden zijn van deze lengte, tamelijk beknopt dus. Eenmaal is er een antwoord van drie woorden, bij de vraag ‘Hoe ga je bij de kerk horen?’: ‘Door de doop.’

Het leven van vandaag

De beknopte antwoorden zijn niet het enige wat deze catechismus te bieden heeft. Elk antwoord, dat samen met de vraag steeds op de linker bladzijde staat, krijgt een toelichting op de rechterpagina. Ook hier zijn de schrijvers steeds eenvoudig en ter zake, maar er is wel iets meer ruimte om uitleg te bieden. Vaak wordt dan ook het leven van vandaag benoemd. Bijvoorbeeld bij vraag 75: ‘Wat is er verkeerd aan liegen?’ Er wordt gewezen op het feit dat ‘de waarheid’ vaak ver te zoeken is in tijden van fake news, wat tot ‘ontwrichting’ van de samenleving leidt. Maar dat niet alleen: ‘De waarheid geweld aandoen betekent ook altijd – bewust of onbewust – de medemens tekort doen.’ Ook komt aan de orde dat een cynische houding ten aanzien van waarheid ‘extra wind in de rug’ heeft van ‘een relativistische, postmoderne filosofie’.

Vanzelfsprekend zal elke lezer zijn eigen gedachten hebben bij wat hier allemaal ter sprake komt of juist ontbreekt. Maar dat laat onverlet dat hier echt iets inhoudelijks en overtuigends voor het voetlicht komt. Op een helder denkniveau komen de essenties van het christelijk geloof ter sprake.

Kennis en vertrouwen

Dat is iets bijzonders, lettend op de hedendaagse geloofscultuur die – algemeen gesproken – meer op beleving en moralisme is gericht dan op geloofsinzicht. Kennis en vertrouwen zijn in de Heidelbergse Catechismus de kernbestanddelen van het geloof, waar de beleving en de moraal als vanzelf uit volgen. Deze Gewone Catechismus heeft een vergelijkbare grondtoon.

Daar hebben jeugdleiders en voorgangers wel iets aan, zou je zeggen. Van alle kanten valt te horen dat er weinig geloofskennis meer is, wat tot gevolg heeft dat het geloofsgesprek vaak cirkelt om wat ‘ik ervan vind’. Deze Gewone Catechismus verdient een kans in de kerken en in het kerkelijke jeugdwerk, omdat de blikrichting hier anders is: naar wat ons wordt aangereikt, gezegd en beloofd. Daarover in gesprek raken aan de hand van deze ‘100 vragen en antwoorden’ is niet alleen informatief, maar ook verrassend en inspirerend.

Gewone catechismus. Christelijk geloof in 100 vragen en antwoorden. Theo Plaisier, antwoorden. Theo Plaisier, Arnold Huijgen en Dolf te Velde. Uitgeverij KokBoekencentrum. Paperback 12,99 euro, softback 17,99 euro