Schillebeeckx zocht een nieuw Godsbegrip

Tjerk de Reus

Edward Schillebeeckx wilde als gelovige ‘in het reine komen’ met de cultuuromslag in de westerse wereld. Hoe deze invloedrijke katholieke theoloog dit voor ogen had, wordt duidelijk in God de levende.

De nalatenschap van grote theologen lijkt maar al te snel weg te glijden in het verleden. Jammer, want de brede uitzichten die zij hebben neergezet, inspireerden destijds mensen – en zouden dat nog altijd kunnen doen.

Opstellen

Om die reden zijn er gelukkig altijd weer mensen die belangwekkende theologie opnieuw onder de aandacht brengen, zoals Stephan van Erp nu doet met het boek God de levende. Hierin verzamelde hij een viertal teksten van Edward Schillebeeckx (1914-2009), de belangrijkste katholieke theoloog uit ons taalgebied in de vorige eeuw. Schillebeeckx groeide op in België, maar zijn naam is vooral verbonden aan Nijmegen, de stad waar hij doceerde en meer dan de helft van zijn leven woonde.

Deze vier opstellen stammen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig. Ze vormen een breed portret, je zou er zelfs een ontwikkeling in kunnen zien. Maar daar moet je toch ook een beetje voorzichtig in zijn. Het zijn momentopnamen, waarin je Schillebeeckx kunt waarnemen in zijn passie om het evangelie relevant te laten zijn voor vandaag. ‘Ik zou willen nagaan wat de mogelijkheden zijn voor een Godsbeleving die werkelijk geïntegreerd is in de nieuwe cultuur’, schrijft hij bijvoorbeeld.

Niet om het geloof ‘apologetisch te verdedigen tegen een seculaire interpretatie van de werkelijkheid’, maar om als gelovige ‘in het reine te komen met de cultuuromslag die ook de godsdienstige mens uiteraard meemaakt.’

Gekrakeel

Aan de naam van Schillebeeckx is allerlei kerkelijke gekrakeel verbonden. Hij was iemand die tamelijk radicaal verder wilde denken op de sporen die uitgezet werden tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965). In de inleiding vertelt Van Erp hier uitvoerig over en plaatst dit in zijn biografie. Maar je kunt de geschiedenis van Schillebeeckx als kerkelijk georiënteerd theoloog ook even loslaten, om gewoon zijn stem te beluisteren.

Dan hoor je iemand spreken met een grote gedrevenheid en met stellige overtuigingen. Schillebeeckx was de exponent van een breder theologisch klimaat, waarin de focus gericht was op politiekmaatschappelijke dimensies van het christelijk geloof.

Het functieverlies van kerk en geloof – de secularisatie – leidde bij Schillebeeckx niet tot somberheid. Hij wilde liever concreet ingaan op de veranderende tijd. Een nieuw ‘Godsbegrip’ vond hij nodig, dat aansloot bij de toekomstgerichtheid van de moderne cultuur. Veel meer dan vroeger, luidde zijn observatie, is de mens bezig met realiseren van een betere toekomst, waarin onrecht en onvolkomenheid uit de weg geruimd zijn. De groeiende mogelijkheden van de technologie speelde hierin een grote rol. Theologisch wilde Schillebeeckx hierbij aansluiten door van God te spreken als de ‘Geheel Nieuwe’. Hij bedoelde daarmee dat ‘de God van de belofte ons de opdracht geeft om weg te gaan naar het beloofde land, een land dat wij, als eertijds Israël, toch zelf in vertrouwen op de belofte moet ontginnen en uitbouwen.’ De ‘onheilsgeschiedenis’ die mensheid vaak kenmerkt, moest door actieve inzet worden omgevormd tot een situatie van ‘welzijn voor allen’.

Achtergrond

De nadruk op de toekomst zoals je die hier aantreft, is ook een beetje vervreemdend. Met name in de jaren zeventig heerste een andere stemming in de cultuur dan vandaag. Schillebeeckx’ visie moet je tegen die achtergrond begrijpen. Het zou niet eerlijk zijn om bij hem een naïef optimisme te veronderstellen, maar je krijgt soms wel de neiging om dat te doen. In zijn theologie zit een grote drang om onrecht en ellende aan te pakken en een leefbare wereld voor allen te creëren. Maar in de afgelopen decennia is dat nog lang niet gelukt.

Vandaag wordt de stemming in de cultuur bepaald door alle problemen die ons boven het hoofd groeien: van overbevolking en geopolitieke spanningen tot sombere ecologische vooruitzichten. Toch is ook duidelijk dat bij Schillebeeckx politiek activisme en optimisme niet dominant zijn. De kerk vervult voor hem een eigen functie, waarvan je misschien vandaag moet zeggen: die is alleen maar belangrijker geworden. Schillebeeckx stelt vast dat de kerk de ‘plaats is waar het heil in de geschiedenis als het ware transparant wordt in een dienstbaar getuigenis voor anderen’. Heilzame bewegingen in de cultuur worden in de kerk ‘verdicht’ en ‘gesymboliseerd’ in liturgie en verkondiging. Aan de wanhoop die ons kan overvallen ‘wordt tegemoet gekomen door God die absoluut barmhartig aanwezig is voor zijn eindige wereld.’

God de levende. Edward Schillebeeckx. Bezorgd, vertaald en ingeleid door Stephan van Erp. KokBoekencentrum. 18,99 euro