Bonifatiuskerk zingt beschroomd mee met Herman Finkers

Jan Auke Brink

In de Leeuwarder Sint-Bonifatiuskerk was Herman Finkers zondag te gast met zijn ‘Missa in mysterium’, een geheel in het Latijn gezongen mis, waarin de kerkgangers worden uitgenodigd mee te zingen.

In zijn huis in Almelo heeft cabaretier Herman Finkers een eigen kapelletje, waar hij verslaafd is geraakt aan de gregoriaanse muziek van de vroege middeleeuwen. ,,Toen bij mij het kwartje viel en ik begreep hoe je het moest lezen en zingen, kwam ik mijn kapel niet meer uit: ik bleef maar zingen”, vertelde Finkers in 2016 bij Podium Witteman op televisie. ,,Mijn vrouw heeft op een gegeven ogenblik een eierwekker gezet als ik de kapel weer inging. Ze zei: je mag twee uur zingen, daarna moet je stoppen.”

Die liefde voor de muziek wilde Finkers delen met een breder publiek. Hij ontwikkelde de ‘Missa in mysterium’, een mis gericht op het mysterie waarin uitsluitend in het Latijn wordt gezongen. Niet alleen door de pastoor of door een koor, maar door iedereen: ,,Gregoriaanse muziek is mooi om te luisteren, maar vooral om te zingen.”

Mysterie

Het experiment kreeg als titel Missa in mysterium: ‘Het is een samenkomen om met elkaar een kunstzinnig, verstild eerbetoon te brengen aan het Mysterie van de Liefde; ook wel aangeduid als het Christus-mysterie’, zegt Finkers.

Zijn ‘gregoriaans experiment’ is in oktober 2016 voor het eerst opgevoerd in de Sint Plechelmusbasiliek in Oldenzaal. Daar bleek het een groot succes: de kerk zat vol, de reacties waren positief. Een tweede uitvoering was in 2017 in Den Haag.

We krijgen bij binnenkomst een misboekje waarin staat aangegeven wie wanneer wat zingt: de priester, een solist, alle mannen, alle vrouwen of iedereen tezamen. We worden in ons zingen ondersteund door vrouwenschola Wishful Singing en een mannenschola en acolieten van de Sint- Vitusparochie.

Finkers wil nadrukkelijk de aandacht niet op zichzelf vestigen, maar op de mis, op de gezangen, op het ritueel. De schoonheid moet zijn werk doen; er is wel een preek, maar die wordt niet uitgesproken – wie wil kan hemlezen in het boekje. ‘Dat het ritueel en de teksten bepaald niet inhoudsloos zijn spreekt voor zich, maar een nadere evangelisatie wordt aan de schoonheid van het ritueel overgelaten’, legt hij uit.

Lector

Finkers heeft de rol van lector en leest waar nodig de Nederlandse vertalingen van Latijnse teksten die de benedictijnse pater Marc Loriaux als celebrant in het Latijn zingt. Alleen in het begin, voordat de eigenlijke viering zijn aanvang heeft, staat Finkers even op de voorgrond: ,,Voordat we echt starten wil ik even met u oefenen”, zegt hij. Zacht gegrinnik stijgt op uit de kerkbanken. Op verzoek van Finkers zet de solist het Kyrie in, de aanwezigen zingen voorzichtig mee, de mannen en de vrouwen ieder hun eigen deel. Finkers: ,,Om de schroom te overwinnen doen we het nog een keer.”

Daarna start de eigenlijke mis met de openingsritus en de intredezang. De kerkgangers staan, priester en zangers schrijden binnen. De priester heet iedereen welkom en zingt de schuldbelijdenis, het Kyrie en het Gloria. Allemaal vlot achter elkaar, allemaal in het Latijn.

Niet iedereen kan het tempo bijbenen: er wordt naarstig in de misboekjes gebladerd om terug te vinden waar we precies zijn aanbeland. Ook blijkt de schroom niet helemaal uit de kerkbanken verdwenen: er wordt in het begin slechts her en der voorzichtig meegezongen of meegemompeld. De overige regie-aanwijzingen zoals ‘men slaat een kruis’ en ‘men buigt licht het hoofd’ worden vaak gemist; hetmomentis al voorbij voordat we er erg in hebben.

Herstel

Na het gebed, als we voor het eerst weer plaatsnemen op de banken, is er een moment van herstel: voor iedereen wordt weer duidelijk waar we in het misboekje zijn aanbeland. Vanaf dat moment krijgt het gezamenlijke zingen de overhand – hoewel met enig horten en stoten; het zingen in het Latijn vraagt een andere concentratie dan een ‘gewone’ kerkgang.

Als de mis na anderhalf uur is afgelopen, is iedereen een bijzondere en kunstzinnige ervaring rijker. Het mysterie is dankzij Finkers’ experiment weer iets verder gegroeid.