Kerkcampus: nieuwe inspiratieplek voor christelijk Nederland

Lodewijk Born

De Samen-op-Wegkerken openden in 1999 het Landelijk Dienstencentrum in Utrecht. Nu komt de Protestantse Kerk met een nieuw idee: een Kerkcampus.

Als het aan de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) ligt, verrijst er op een nader te bepalen locatie in het midden van het land een ‘kerkcampus’. Op dat terrein zouden meerdere christelijke organisaties hun kantoor kunnen vestigen. Dat blijkt uit een visiedocument en begeleidende notitie die de generale synode van de Protestantse Kerk op 25 april in Doorn bespreekt.

Het idee hiervoor past allemaal in een proces wat al in 2015 werd ingezet. Toen kwam er een rapport uit van de commissie-Van Dijk, waarbij ook de bestaande huisvesting van de landelijke kerk tegen het licht werd gehouden. De opstellers constateerden toen dat, ondanks het feit dat in het digitale tijdperk op allerlei manieren contact kan plaatsvinden, de ‘fysieke nabijheid en gedeelde lokaliteit van groot belang blijft voor goede en creatieve samenwerking’.

Advies: de PKN zou er goed aan doen–meer dan tot nu toe gebeurde – ‘de Utrechtse locatie in te richten als een ‘kerkcampus’ waar allerlei organisaties, uiteraard liefst partnerorganisaties, kantoor kunnen houden en faciliteiten kunnen delen’. In 2017 werd gestart om dat plan verder te doordenken; het leidde tot een samenwerkingsovereenkomst tussen de Protestantse Kerk in Nederland, de Gereformeerde Zendingsbond (GZB), de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) en de vereniging voor zending in Nederland (IZB).

Ondernemerschap

Het campusconcept krijgt in de nieuwe plannen nog meer vorm. Het is gebaseerd op wat er in de jaren vijftig in de Verenigde Staten te zien was bij universiteiten. De campus werd daar niet alleen een plek om te studeren maar ook een locatie voor het ‘stimuleren van academisch ondernemerschap, het creëren van samenwerkingsverbanden tussen de industrie en de universiteit en het aanwakkeren van werkgelegenheid voor afstudeerders’, zo is te lezen in het door adviesbureau Brink opgestelde visiedocument.

Een ‘Kerkcampus’ zou gepositioneerd moeten worden ‘in een inspirerende omgeving in het centrum van het land, open en midden in de maatschappij. Een duurzame huisvesting met de uitstraling van een sobere en landelijke kerk met zichtbare verwijzingen naar het geloof.’

Er zijn al verkennende gesprekken gevoerd met zo’n vijftig ‘geïnteresseerde organisaties’ die een plek zouden kunnen krijgen op de campus. Daaronder zijn de partijbureaus van de ChristenUnie en de SGP, organisaties als het Evangelisch Werkverband, Op Goed Gerucht, de EO en instellingen als de Christelijke Hogeschool Ede en de Protestantse Theologische Universiteit. Op het terrein moet iedere organisatie een eigen kantoorruimte krijgen.

Gezamenlijk

Daarnaast zijn er plannen voor een gezamenlijk restaurant en een „verbindende” kapel. Die laatste is bedoeld als plek waar ‘campusbewoners en -bezoekers een gezamenlijk morgengebed, een viering of een dagsluiting bij kunnen wonen.’

Op een extra informatiebijeenkomst van de generale synode op8maart is een eerste presentatie geweest over de kerkcampus. Algemeen directeur Jurjen de Groot van de Protestantse Kerk heeft nu in een begeleidende notitie de achtergronden van het hele idee uitgelegd.

Hoe de leeftijdsopbouw in de Protestantse Kerk aan het veranderen is en de betrokkenheid in kwantitatieve zin afneemt. Simpeler gezegd: het slinkende ledental. ‘Het aantal 65- plussers is sterk oververtegenwoordigd en het aantal jongeren ondervertegenwoordigd. Dat betekent dat het verlies van leden door overlijden niet voldoende gecompenseerd wordt door aanwas van de jongere generatie.

De kerk in zijn algemeenheid en daardoor ook de Protestantse Kerk is in zwaar weer beland. De kerk krimpt en er ontstaan grote vragen over een duurzame toekomst.’

Gevangen

De Protestantse Kerk stelde zelf in de notitie Waar een Woord is, is een weg (2015) vast: ‘Het lijkt alsof we gevangen zijn in onze eigen kerkcultuur. We stralen voor velen uit een besturenkerk te zijn.’ Terwijl de plaatselijke kerk iets anders vraagt: meer dienstverlening en begeleiding. Het is niet alleen iets van de PKN; andere christelijke organisaties en instellingen zoeken ook naar ‘hoe het verder moet voor de toekomst’.

De kerkcampus beoogd een inspirerende broedplaats te zijn voor betrokken gemeenteleden, jongeren en ambtsdragers. ‘Door het brede aanbod van de betrokken organisaties zal de campus de plaats worden waar bijvoorbeeld jongerenorganisaties hun training voor jeugdwerkers gaan aanbieden of waar zendings- en ontwikkelingsorganisaties hun vorming en toerusting voor ZWO-commissies gaan verzorgen’, aldus De Groot.

Daarnaast zal de kerkcampus een plek kunnen zijn waar toerusting en nascholing kan plaatsvinden. ‘Op deze manier wordt de kerkcampus de plaats waar de (onverwachte) ontmoeting kan plaatsvinden tussen denominaties, classes, ambtsdragers en ‘gewone’ kerkleden en tussen jong en oud’.

Centrale plek

Indirect zullen medewerkers van de verschillende organisaties niet alleen hun directe collega’s ontmoeten, maar ook die van andere organisaties. ‘Deze dynamiek schept een cultuur waar nieuwe ideeën zullen ontstaan, bestaand werk wordt versterkt en ondersteuning aan elkaar als dienstverlenende organisaties geboden wordt’. Op de campus zou ook een ‘plaza’ ingericht moeten worden voor symposia en kennisbijeenkomsten. ‘Deze zijn toegankelijk voor leden van plaatselijke gemeenten en classes.’

Een centrale plek in het land moet de plaatselijke gemeenten ook helpen om beter zicht te hebben op wat er allemaal door verschillende organisaties – die zich op hetzelfde werkveld richten-wordt aangeboden. Nuis het zo dat ‘de plaatselijke gemeente door de bomen het bos niet meer ziet en wordt uitgeput door een te groot aanbod, wat men plaatselijk allemaal niet meer aan kan.’

Stoppen of aanpassen

Het is de bedoeling dat de generale synode in november 2020 een definitief besluit neemt over de kerkcampus. In de vergaderingen van november 2019 en april 2020 staan de plannen ook op de agenda. ‘Het is mogelijk om bij iedere fase, bij gebleken onhaalbaarheid, het besluitvormingsproces te stoppen of aan te passen’, zo wordt vooraf al gezegd.

Dat er, net als bij de realisatie en uitvoering van Nieuw Hydepark, ook nu weer gesproken wordt om een ‘bijzondere commissie van rapport kerkcampus’ in te stellen, is echter een teken dat intern al heel wat nagedacht is door moderamen en het bestuur van de dienstenorganisatie.

Voor er groen licht komt voor een dergelijk project zal eerst de synode én vooral ook de PKN-achterban in het land op een voorzichtige wijze vertrouwd moeten worden met het idee. De synode van 25 april is direct al een lakmoesproef.