Wie stopt Baudet?

Contrapunt
Sytze Faber

Om de vroegere CDA-coryfee Herman Wijffels te citeren: weilanden zijn groene woestijnen geworden, veldbloemen zijn er niet meer te bekennen. Ook in de politiek lijkt kleur iets van vroeger te zijn. Daar domineert tegenwoordig het grijs.

Indertijd telden veel politieke partijen wel een spraakmakend Kamerlid met een aureool van onafhankelijkheid. Ze behoorden niet tot de politieke top van hun partij, waren geen typische partijtijgers. Ze zorgden wel voor zout in de pap en waren bij kiezers populair. Een paar voorbeelden: Karel van Rijckevorsel, Annelien Kappeyne van de Capello, freule Wttwaal van Stoetwegen, Maarten Schakel, Theo Joekes. Ze zijn een uitstervende diersoort geworden. Slachtoffers van de monolitische partijcultuur, waarin alles ondergeschikt is aan de partijleider. Verstikkende fractiediscipline. Eenheid boven alles. Volgzaamheid was een deugd van schapen, nu is het (ook) een selectiecriterium bij het vaststellen van kandidatenlijsten. Ik bespeur echter een lichtpunt. Daarover dadelijk.

Met hun risicomijdende opstelling, hun zanderige voorlichtersjargon, hun fobieën voor kleur, onafhankelijkheid en durf missen de leiders van de traditionele partijen de aansluiting met de moderne samenleving. Die hunkert naar vermaak, waardeert onafhankelijkheid, flair en durf. Als plotseling een flamboyante buitenstaander de eentonige Haagse porseleinkast binnen dendert, is succes verzekerd. Vijftien jaar geleden gebeurde dat met de eerste rechtse populist Pim Fortuyn, nu valt de ultranationalistische populist Thierry Baudet in de prijzen.

Facties

Fortuyn kreeg geen kans zijn woorden in daden om te zetten. Na zijn voortijdige dood viel zijn partij, 26 Tweede Kamerzetels, meteen uiteen in elkaar bestrijdende facties en ging zijn partij in nevelen op. De nogal excentrieke Fortuyn bleek het enige bindmiddel te zijn geweest.

De partijorganisatie van Baudet oogt een stuk solider dan die van Fortuyn, zijn opvattingen zijn vileiner en destructiever. Het koketteren met een superieure witte beschaving, het willen invoeren van tot dusver alleen in autocratische landen voorkomende klikmeldpunten in scholen en universiteiten, de associatie van de EU met nazi-Duitsland. Onheilspellende boel. Baudet als premier verkoren, rampspoed geboren. Maar wie kan hem stoppen?

Gelijkwaardigheid

Na de formatie van Rutte III stak ik – gebeurt niet elke dag – de loftrompet over Sybrand Buma. Met het naar voren schuiven van Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra als minister had hij een opmerkelijke daad verricht. Beiden promoveerden zo tot CDA-kroonprins. Als een partijleider potentiële concurrenten een kontje geeft, is dat een zeldzaam en bewonderenswaardig blijk van zelfrelativering. Hulde voor Buma.

Hoekstra (1975) heeft heel wat van de wereld gezien. Studeerde en werkte in veel buitenlanden. Het CDA dient volgens hem een middenpartij te zijn en niet op te schuiven naar rechts. In 2010 was hij tegen het gedoogkabinet met Wilders. Zijn dossierkennis is onomstreden. Hij is erudiet en een humoristische debater. Zelfspot is hem niet vreemd. Gelijkwaardigheid voor alle burgers is voor hem een principe. Ook als het gaat om seksuele diversiteiten en genderidentiteiten (LHBT’ers). Als Eerste Kamerlid – ik ga terug naar het begin – liet hij dat als enige van zijn fractie blijken bij zijn stemgedrag. Daar is hij dan toch nog: een Kamerlid met een aureool van onafhankelijkheid. Het principe, niet het partijpolitieke eigenbelang voorop. In de uitstervende diersoort zit dus nog leven. En nog wel bij iemand uit de politieke top. Hier is het lichtpunt.

Hoekstra kan als lijsttrekker met flair en durf zorgen voor een game change, een keerpunt in het politieke landschap. In debatten met hem kan blijken dat Baudet een keizer is met veel minder kleren om het lijf dan velen nu hopen en veronderstellen. Dat moeten we hebben.

Reacties? fabersyma@gmail.com