Klimaatbeleid moet en kán christelijk-sociaal zijn

Pieter Anko de Vries

We moeten ons bekeren als we werk willen maken van goed klimaatbeleid. Echte verandering komt vanuit het hart. Het is een van de onderdelen van de calvinistische bronnen waaruit de ChristenUnie inspiratie wil putten.

Kunnen denkers uit de christelijk-sociale traditie van jaren geleden nog iets betekenen voor het huidige klimaatbeleid? Jazeker, antwoorden Lambert Pasterkamp en Laurens Wijmenga, beiden wetenschappelijk medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie in tijdsschrift Groen van het Wetenschappelijk Instituut.

Binnen het kabinet hoort de ChristenUnie samen met D66 tot de ambitieuze bestrijders van de klimaatverandering. De partij speelt in het debat een cruciale rol en het is daarom leerzaam om kennis te nemen van de manier waarop de ChristenUnie haar standpunten op een christelijke manier wil bronnen.

Vijf elementen spelen een rol bij de vraag hoe we als christenen ons moeten opstellen in het klimaatbeleid. Als eerste kan het denken in ‘kringen’ – in de negentiende eeuw bedacht door (ARP-leider) Abraham Kuyper – behulpzaam zijn. Volgens de schrijvers moeten mensen in gemeenschappen worden aangesproken. Dat vraagt bijvoorbeeld alle ruimte voor energiecoöperaties, collectieve inkoop, buurtvereniging met energieplannen enzovoort. De landelijke overheid moet aanjagen, maar de omslag moet vooral lokaal plaatsvinden, schrijven de auteurs.

Draagvlak

Daarnaast wijzen ze er op dat er draagvlak nodig is. Het oude begrip ‘soevereiniteit in eigen kring’ leert ten diepste iets over vrijheid. Verschillende verbanden hebben een eigen roeping en verantwoordelijkheid. Daarbij hoort dat je de eigen verantwoordelijkheid van de ander altijd serieus neemt, ook partijen die niet willen meedoen aan de energietransitie of niet geloven in klimaatopwarming.

Vervolgens zeggen de auteurs dat we weg moeten blijven van utopisme. Dat is in lijn met de waarschuwing van Groen van Prinsterer voor het utopisme van de revolutie. ‘We moeten dus geen overspannen verwachtingen koesteren van klimaatactie en oppassen voor te idealistische retoriek. (…) Twijfels bij warmtepompen of van het gas af zijn niet meteen uitingen van ‘afvalligheid’.’

Het vierde element is dat we steeds een beroep op elkaar moeten doen. In de traditie ligt de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid, maar dat maakt juist een beroep op de ander mogelijk.

Bekeren

Het laatste punt is dat we ons moeten bekeren. Je kunt een vliegtaks invoeren, maar echte verandering bereik je pas als mensen minder of niet meer willen vliegen. ‘Werkelijke verandering vergt een verandering van het hart, van onze waarden en normen.’ Onze leefstijl moet veranderen en als de VVD zegt dat dat niet hoeft, mag dat best tegenspraak krijgen, vinden de auteurs.

Ze besluiten met een ferme belijdenis. ‘Het geloof in God inspireerde de grote denkers in de christelijk-sociale traditie. Het geloof in diezelfde God inspireert om ons in te zetten voor een duurzame wereld.’

Groen. Uitgave Wetenschappelijk Instituut ChristenUnie