Leessuggesties over migratie

Tamarah Benima

Die immigranten, hoe verscheiden qua etnische oorsprong, vormden door hun gemeenschappelijke achtergrond een ‘sociologisch blok’ waarvan de karakteristieken waren: laag opleidingsniveau, geringe arbeidsmarktkwalificaties, aparte geloofsrichting en traditionele levenswijze wortelend in plattelandsafkomst. (…) In tegenstelling tot alle andere emigrantengroepen spraken ze ook na lange jaren van verblijf (…) de taal niet, hielden ze aan het traditionele familieverband vast met inbegrip van de ondergeschikte positie van de vrouw. (…) Alle sociale problemen (…) zijn bij deze groep vanaf hun komst aan te treffen: werkloosheid, slechte schoolprestaties, criminaliteit met name bij jongeren, afwijzen van westerse waarden en normen.’

Dit komt niet van FvD of de PVV. Dit lange citaat vond ik bij Arie van der Zwan, jarenlang coryfee van links, al hoor je niet meer veel van hem. Geïnspireerd door burgemeester Martijn Vroom, die boeken over het nazisme op zijn Facebookpagina zette als reactie op Baudets overwinningsspeech, plukte ik De uitdaging van het Populisme uit mijn boekenkast, gepubliceerd in 2003. Het citaat gaat – u raadt het nooit – over Joden uit Turkije, Marokko, Irak en Jemen, die immigreerden naar Israël. De joodse religie deelden de oriëntaalse Joden met de andere joodse immigranten, maar het was hun cultuur die de integratie in Israel ernstig belemmerde. De loyaliteit aan de eigen groep was dominant en de rest van de samenleving werd ‘instrumenteel’ benaderd: ‘luidkeels rechten opeisen maar zich weinig geïnteresseerd tonen om (…) een bijdrage (…) te leveren (…) aan een samenleving die zich niet op hun normen en waarden baseert’. Plus: ‘Als er aan hun eisen niet wordt voldaan, staan ze klaar om met discriminatie te zwaaien.’

Leiddraad

Zo vat Van der Zwan de observaties van de Israëlische socioloog Shmuel Eisenstadt samen. Diens studie, uit 1953, naar allerlei aspecten van immigratie en integratie werd indertijd door Canadese, Amerikaanse én Nederlandse beleidsmakers veelvuldig gebruikt als leiddraad. In die vroege jaren vijftig ging het om de emigratie van Nederlanders en hun integratie in Canada. Zij vertrokken uit een land met vijf miljoen inwoners. Nu telt Nederland er 17,2 miljoen. En er komen ieder jaar per saldo 100.000 inwoners bij: 70.000 economische immigranten, voornamelijk uit de EU, en 30.000 asielzoekers en hun nagekomen familieleden. Ondertussen is er geen bevolkingspolitiek.

Toen Jan Latten in 2018 met pensioen ging als directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek toonde hij zich daar verbijsterd over. Tegenover Trouw zei hij: „Hoe kan het dat er in Nederland wél wordt nagedacht over hoeveel de CO2-uitstoot in 2050 moet zijn, hoeveel woningen er in dat jaartal van het gas af moeten zijn, hoe hoog de zeespiegelstijging zal zijn en wat dit weer betekent voor de hoogte van de dijken? Maar waarom buigt niemand zich over de bevolkingsgroei? Dit overkomt ons gewoon. (…) Er is geen visie. Nada. Onbegrijpelijk.” Van der Zwan had het er in 2003 al wel over, vanuit een links economisch perspectief. En de beleidsmakers 65 jaar geleden dus ook. Aan het einde van zijn boek blijkt deze marxist ook oog te hebben voor het feit dat ‘de verlichte nationale staat’ niet alleen een ‘politieke dimensie kent, namelijk die van democratie en rechtsorde, maar ook een psychische component van identiteit en belonging’.

Baudet is soms een verwaande kwast die als provocatie besmette woorden als ‘boreaal’ gebruikt, maar zijn oproep aan critici – ook in deze krant – om niet alleen met fascisme-vergelijkingen om zich heen te slaan, maar ook eens een boek te lezen, is me uit het hart gegrepen. Ik heb nog wel een paar leessuggesties.