De 150 jaar oude Sint Vituskerk is rijk aan kunstobjecten en geschiedenis

Jan Auke Brink

De imponerende Sint Vituskerk van Blauwhuis is over de omliggende weilanden van alle kanten zichtbaar. Het dorp viert dit jaar het 150-jarig bestaan van de kerk. ,,Dit is de eerste kerk van Pierre Cuypers in Friesland.”

Architect Pierre Cuypers (1827-1921), bekend van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, heeft tientallen katholieke kerken ontworpen. Koster John Weel (74) is enthousiast over ‘zijn’ Sint Vituskerk: ,,Cuypers ontwierp niet alleen buitenkant, ook het interieur komt helemaal uit zijn atelier: de kerkbanken, de beeldenpartijen en het altaar. Wanneer ik ’s ochtends vroeg de kerk binnenkom is het hier helemaal stil. En als de zon dan door de ruiten boven het altaar schijnt… Het is heel indrukwekkend.”

Cuypers bouwde 69 katholieke kerken in heel Nederland. In Friesland verkreeg hij zeven opdrachten. De kerk van Blauwhuis was zijn eerste Friese kerk. De bouw begon in 1868, in mei 1870 werd de kerk in gebruik genomen. ,,Ik heb me in zijn werk verdiept, omdat we het interieur van de kerk in 2008 en 2009 hebben gerestaureerd. Ik zat toen in de restauratiecommissie. Tijdens de werkzaamheden was ik bijna elke dag in de kerk, ik vond dat prachtig om te zien: alles werd weer mooi gemaakt. Ik stelde veel vragen aan de specialisten. Zo leerde ik veel over Cuypers’ werk.”

Verwaarloosd

De kerk werd in de loop van de twintigste eeuw ietwat verwaarloosd: Cuypers’ gesamtkunstwerk kreeg niet altijd de aandacht en de waardering die het nodig had. Bij de restauratie bleken enkele oorspronkelijke elementen verwijderd of overgeschilderd. ,,Op het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) is het besluit genomen dat de katholieke kerk wereldwijd wat laagdrempeliger moest worden. Zo zou de pastoor voortaan met het gezicht naar de mensen in de kerk staan, in plaats van met de rug. En voortaan zou tijdens de vieringen de landstaal worden gebruikt, in plaats van Latijn. Dat zijn goede zaken, maar er is in die periode ook wel wat vernield in deze kerk. De mooie natuurstenen zijaltaren van Jozef en Maria werden verwijderd en de schilderingen op de muren werden grijs overgeschilderd, terwijl er prachtige kleuren in zaten. Die vond men te veel afleiden denk ik, maar wij hebben de schilderingen weer teruggebracht.”

Zestig jaar voor het Tweede Vaticaanse Concilie was er ook al een aanslag gepleegd op Cuypers’ werk: ,,Rond 1905 heeft een pastoor de muurschilderingen bij het altaar laten overschilderen met nieuwe afbeeldingen. Tijdens de restauratie wilden we de oorspronkelijke schilderingen van Cuypers weer tevoorschijn halen, maar dat mocht niet van de monumentenzorg: ze vonden deze schilderingen uit 1905 nu bij de geschiedenis van de kerk horen. Dat is wel jammer, want de schilderingen van Cuypers zijn veel lichter van kleur. Nu is het altaar behoorlijk donker, daarom hebben wij extra verlichting aangebracht.”

Het gewelf en de muren van het priesterkoor bleken ernstig vervuild. Dat is tijdens de restauratie gereinigd en de schilderingen zijn geretoucheerd. Verder zijn alle houten beelden en de overkapping van het hoogaltaar met tabernakel volledig gerestaureerd. De gebrandschilderde ramen lieten veel minder licht door dan de bedoeling was.

Weel en andere vrijwilligers uit de parochie poetsten ze schoon met watten en speciaal schoonmaakmiddel: ,,We zijn daar wel een maand mee bezig geweest. Het was verschrikkelijk veel werk, de hele vloer lag vol met vieze watten. Als we dat door het restauratiebedrijf hadden laten doen, kostte het zo tienduizend euro extra, zoveel manuren zaten er in. Het effect is prachtig: de beelden en het altaar komen zo mooi tot hun recht.”

Sponsoren

De bouw en de inrichting van de kerk kostten 150 jaar geleden zo’n 105.000 gulden – destijds een aanzienlijk bedrag, dat grotendeels door rijke gelovigen uit Blauwhuis en de omliggende dorpen Greonterp, Westhem, Wolsum, Tjerkwerd en Hieslum bij elkaar werd gebracht.

Een man was wel heel royaal, vertelt Weel: ,,Gerrit Jan Evers (1824-1892) was in 1866 benoemd tot pastoor van de parochie Sensmeer, zoals het hier toen nog heette. Hij kwam uit een rijke familie en stak 25.000 gulden in de bouw van de kerk.”

Andere bemiddelde parochianen sponsorden beelden, kerkbanken of ruiten. Hun namen staan vereeuwigd in de verschillende kunstwerken – zo wordt de bijdrage van Teatske Lolkema (1842-1913) gememoreerd op de sokkel van het Mariabeeld. In het dorp wordt zij als lokale weldoener ook herinnerd door het naar haar vernoemde woonzorgcentrum Teatskehûs.

Calvariegroep

Samen met haar zus en haar man ligt Lolkema begraven op de begraafplaats naast de kerk. Dat kerkhof is nog altijd in gebruik: overleden parochianen komen hier terecht. Sinds een aantal jaren staat er ook een urnenwand. ,,Daar staat nu één urn in, cremeren gebeurt niet zo veel hier.”

Centraal op het kerkhof staat de calvariegroep, een beeldengroep van Jezus aan het kruis, met Maria en de apostel Johannes naast hem. Verschillende grafmonumenten hebben de status van rijksmonument, zoals het piëtamonument voor bouwpastoor Evers. Een van de bekendste graven op het kerkhof was dat van Gerrit Rijpma, die op 8 februari 1945 ‘dodelijk getroffen werd toen hij trachtte te ontkomen aan zijn vervolgers’, aldus het opschrift op de grafsteen. Hij was toen achttien jaar oud.

Gerard Reve schreef er in zijn periode in het naburige Greonterp het gedicht Graf te Blauwhuis bij, met de bekende slotregels ‘Gij weet waarom het is, ik niet. / Dat koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’ Het graf is overgebracht naar het Ereveld te Loenen.

Aan de rand van het kerkhof staat een ouderwets houten baarhuis, waar het lichaam van overledenen vroeger werd bewaard tot de uitvaart. De onderste planken van het gebouw lijden onder rot, op het dak liggen golfplaten van asbest. ,,We willen dit gebouw nog restaureren. Het rotte hout werken we bij en op het dak leggen we leien, zoals die ook op de kerk liggen. Dan zijn kerk en kerkhof weer prachtig.”