Of vrouwen gelijk of niet

Tamarah Benima

Omdat we in het tijdperk van aansprakelijkheid zónder verantwoordelijkheid leven, wordt er een vrijwaringsclausule geleverd bij alles wat je koopt. Dat moet dus ook bij een mening.

Aangezien ik als columnist een mening aan de man (vrouw, lezer) breng, volgt hier eerst de disclaimer: ik ben een feministe. Ik zou niets anders kunnen zijn dan een feministe. Ik heb bijna alles te danken aan het feminisme. Wat zou ik zijn zonder het feminisme?

Maar ik ben tegen vrouwenquota voor welke sector in de maatschappij dan ook. Tegen een verplicht quotum aan vrouwen in de bestuurskamers van grote bedrijven, aan de universiteiten, bij banken, bij kerken, bij maatschappelijke organisaties, in de sport, in de kunst. Juist als feministe ben ik tegen.

Van tweeën een

Het is namelijk van tweeën een. Of vrouwen zijn gelijk aan mannen en kunnen, als ze zich ontwikkelen, mannen evenaren, of ze zijn niet gelijk en dan moeten zij een handje worden geholpen door positieve discriminatie (een verplicht quotum).

Ja maar, luidt de tegenwerping, witte mannen kiezen vooral voor andere witte mannen als ze naar een geschikte kandidaat zoeken.

Zou het? Mij lijkt dat verstokt patriarchaal denkende mannen het juist leuk vinden om zo’n ‘vrouwtje’ erbij te hebben in de board room. Die denken ze er met seksistisch gedrag wel onder te zullen krijgen.

Keihard werken

Bovendien, het begin van de feministische revolutie ligt al een halve eeuw achter ons. Ik ken vrouwen in de top. Ze moeten keihard werken. Ten koste van hun gezondheid en sociale leven. Net als de mannen.

Met kinderen is dat gewoon niet te doen. Voor vrouwen noch mannen. Want ten minste één fout hebben wij feministen gemaakt. We hadden het beroep van huishoudster (m/v) tot een van de meest gewaardeerde, best betaalde en best georganiseerde moeten maken.

Want als beide partners werken (al dan niet in de top) – gedwongen door hoge kosten voor levensonderhoud – heb je een huishoudster of huishouder nodig. Die poetst en kookt, naait en zuigt je naar de directiezetel, het professoraat of de bestuurskamer. Zonder hen strand je halverwege.