Dominicanen wijzen de weg

Tjerk de Reus

De veertigdagentijd die woensdag begint, is verbonden met vasten, ‘consuminderen’ en verstilling – maar zéker ook met de Bijbel. Die overtuiging dragen de Zwolse broeders en zusters dominicanen uit in hun boek Zijn leven gegeven.

Binnen de Rooms-Katholieke Kerk is de Orde der Dominicanen vanouds verbonden met prediking en theologie. Het is typisch een orde waarin gelovig nadenken over Bijbel en traditie hooggehouden wordt. Grote namen uit de kerkgeschiedenis die als dominicaan te boek staan, zijn die van Thomas van Aquino en Albertus Magnus, beiden dertiende-eeuwers, maar ook de bekende Nijmeegse theoloog Edward Schillebeeckx. Kortom, dominicanen zijn denkers van formaat!

Maar dat betekent niet dat ze de ‘gewone gelovigen’ niets te zeggen zouden hebben. Integendeel, zou je zeggen, lettend op het boek Zijn leven gegeven, geschreven en samengesteld door het preekteam van de Zwolse Dominicanenkerk. Dit boek bevat een mooie serie preken, gericht op de veertigdagentijd, Goede Vrijdag en Pasen. Enkele jaren geleden stelde deze groep dominicanen, ook toen onder leiding van Jan Groot, een vergelijkbaar boek samen met het oog op de adventsperiode: Hij is mens geworden.

Preken en gebed

Het boek is overzichtelijk en gebruiksvriendelijk. Na een paar inleidende teksten volgt de start van de veertigdagentijd met Aswoensdag. Dan volgen zes weekprogramma’s, waarin achtereenvolgens verhalen uit Genesis, Exodus en Numeri aan de orde komen, steeds gekoppeld aan passages uit het Nieuwe Testament.

Dan volgen drie weken waarin achtereenvolgens Job, Jona en Daniël centraal staan, met ook weer de nieuwtestamentische dimensie erbij. Daarop volgt de Goede Week, uitlopend op het ‘hoogtij van Pasen’. De preken zijn steeds beperkt qua lengte en worden gevolgd door een gebed.

Aan het begin van Hij is mens geworden valt te lezen dat de veertigdagentijd een ‘uitdaging’ is ‘om te verkennen wat het kan betekenen’ als je als christen zegt: ‘Ik geloof’. Deze uitspraak is kenmerkend voor de meditatieve teksten die in dit boek te vinden zijn. Er is bezinning over ons keuzegedrag, over goed en kwaad, over leven met ferm toegeknepen vuisten of met open handen, over roeping en eigenwijsheid, over lijden en uitzicht.

Schaduwverhalen

Dat op deze wijze de mens met zijn complexe levenservaring in beeld komt, wordt al snel duidelijk als de ‘schaduwverhalen’ uit Genesis aan bod komen. Het gaat er natuurlijk om dat we de aarde met zorgzaamheid bewonen en liefdevol en met respect met mensen omgaan.

Maar ‘de eeuwige vraag’ luidt: wat komt daar eigenlijk van terecht? Een goede vraag, die noopt tot bezinning. We krijgen dan ook ‘een spiegel voorgehouden: ga samen eens goed na hoe het ervoor staat met je geloven en met het praktiseren ervan in het dagelijks leven.’ Deze bezinning wordt stevig ingezet met de verhalen uit Genesis, waarin we ontdekken ‘dát en hóé wij, als aardbewoners, de beginselen van Genesis kunnen zoekmaken of ernstig veronachtzamen. (…) De verhalen gaan over de mens, van vroeger en van nu en van morgen, en ze dagen ons uit om de voorkant van de medaille voor ogen te houden en te vieren, vanwege Jezus, die door het donker heen is gegaan en door God wordt opgewekt uit de dood.’

In het nadenken over je leven en je doen en laten word je dus niet aan je lot overgelaten. Er gaan hier bronnen open van Bijbelverhalen en van christelijke theologie. Dan is er herkenning, nieuw inzicht in eigen ervaringen en een groeiend besef van de dragende goedheid van God.

Eigen verhaal

Ook de gang van Jezus leidt op deze manier tot herkenning en bevrijding: de kruisweg is zo indrukwekkend ‘omdat veel mensen er elementen van hun eigen verhaal in herkennen.’ Zo gaat het in deze preken heen-en-weer: tussen mens en God, tussen jouw eigen ervaring en het woord dat je tegemoet komt, tussen het individu en het omvattende werkelijkheid van Gods weg in de geschiedenis.

De preken hebben een aangename mix van eigentijdsheid en traditie. Zo is er aandacht voor de problemen waar we vandaag mee kampen, tot en met klimaat en milieu. Het gaat ook over onze psychische binnenwereld, op een manier die de vroege vaderen van de Dominicaner Orde wellicht niet helemaal herkend zouden hebben. Maar dat is niet erg, want de tijd gaat voort en wij hebben nu eenmaal onze eigen levenservaring.

En die wordt hier in het licht gesteld van de kerkelijke leestraditie, waarin eeuwenoude formuleringen resoneren. Dan lees je dat de mens weliswaar ‘ver bij God vandaan’ kan leven, maar dan ‘nog wel binnen het bereik van zijn erbarmen’ blijft.

In het vinden van de juiste levenskoers is Jezus een voorbeeld, maar er klopt hier ook een dieper geheim: ‘Hij is de weg van de gerechtigheid ten einde toe gegaan.’ Daarvan geldt als kern: ‘In de geest van de Vader komt Jezus zijn leven lang op voor mensen met een last op hun nek, ook met de last van het kwaad, stommiteiten en schuld: verloren zonen en dochters zijn hém niet te min.’

Zijn leven gegeven. Dominicaanse preken. Veertigdagentijd en Pasen. Jan Groot (red.). Uitgeverij Berne Media. 17,90 euro