Rouwen om een vriend

Even stilstaan
Gabriël Anthonio

Het duurt soms even tot het kwartje valt. Dat je tot een dieper inzicht of overtuiging komt voordat je toegeeft dat je iets moet veranderen in je leven. In de wereld van de verslavingszorg is dit aan de orde van de dag. Voor een verslaafde is het middel een soort vriend en de verslaving een omgangsvorm met die vriend. Het middel kan tabak, alcohol, drugs, maar ook nieuwe verslavingen zoals gamen zijn. Afscheid nemen van een vertrouwde vriend die troost en houvast biedt is niet makkelijk. Men gaat door een soort rouwproces heen.

Elisabeth Kübler-Ross heeft over rouw een aantal fasen beschreven. De eerste is die van de ontkenning. „Ik heb er geen last van” en „het is niet zo erg met mij”. Dan komt het verzet, de woede. De adviezen en zorgen van anderen worden afgewezen. „Jullie moeten ophouden met dat gezeur, laat me met rust!” Dan gaat men onderhandelen. „Ik heb controle hoor, ik kan wel minderen.” Dan blijkt dat deze vorm ook niet helpt en niet bijdraagt aan een gezondere en betere leefstijl. Dan volgt een fase van terugtrekken en depressie. „Laat me met rust, het gaat me toch niet lukken, ik wil misschien wel dood…” Dan komt de laatste fase van voorzichtige aanvaarding. „Ik ben er klaar voor, ik moet nu echt stoppen. Ik accepteer alle hulp die nodig is.”

We zien dit vaak wanneer er meer dan alleen de eigen gezondheid op het spel staat zoals verlies van werk, druk op de relatie of huwelijk, zwangerschap of dreigende uithuisplaatsing van de kinderen. Los van het feit of al deze fasen keurig worden doorlopen zal iedereen elementen hiervan herkennen. Elementen in ons eigen leven of die van anderen die moeten stoppen met een slechte gewoonte, maar daar enorm mee worstelen.

Bij Verslavingszorg Noord Nederland hebben we gespreksgroepen voor verwanten, maar ook kinderen van verslaafde ouders. Ik mag een dagdeel bij die groep zitten. De jongeren in de groep hebben ouders die verslaafd zijn. Ze doen gezellige activiteiten en hebben gesprekken over de dingen die ze leuk en minder leuk vinden. Een van de jongeren, Tim van zestien jaar oud, rookt. De rest van de groep is jonger en gaat niet in de pauzes naar buiten om te roken. Als het weer pauze is gaat de jongen buiten staan roken.

Roken

Als Tim binnenkomt zegt een van de kinderen, Leon, dat hij net zo stinkt als zijn vader. „Ik ben je vader niet joh.” En hij geeft een vriendelijke klap op de schouder van de ander. „Zullen we het over roken hebben?” zegt de begeleidster. „Ja, laten we dat doen”, zeggen een paar in de groep.

Het gesprek opent met een opsomming wie ervaring heeft in roken, meeroken en wat we daar van vinden. Zonder uitzondering steken alle jongeren hun hand op. Ze hebben allemaal wel eens gerookt, sommigen al rond hun zevende levensjaar. Dan sommen de jongeren de voordelen van het roken en niet-roken op. Een van de voordelen, waar hartelijk om gelachen wordt, is dat als vader buiten gaat roken het binnen in huis met moeder gezelliger is. De nadelen zijn dat je er ziek van wordt en eerder doodgaat. Het wordt stil. Tim schuifelt onrustig heen en weer. Voelt steeds of zijn baaltje shag nog in zijn borstzak zit. Leon kijkt Tim indringend aan. „Wil je echt eerder dood Tim? Wil je stikken… zo, ihhhhh”, Leon grijpt zichzelf bij zijn keel en maakt een piepend geluid.

„Nee, ik wil niet eerder dood, maar vind het gewoon lekker. Ik heb alles onder controle. Je moet je er gewoon niet mee bemoeien. Als ik weer ga voetballen, ga ik minderen. Maar dan ga ik wel een periode balen, is niet makkelijk joh. Maar ik zal een keer moeten stoppen, ik denk voor mijn twintigste.” Zonder dat Tim het waarschijnlijk aanstipte wandelt hij door de fasen van Kübler-Ross heen: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding.

Parallel

De groep trekt een parallel met hun ouders. „Mijn ouders hebben ook lang gerookt, maar zijn nu van alle verslavingen af”, zegt er een. Leon geeft aan dat zijn vader astma heeft en niet meer kan roken. De jongelui geven aan dat het tijd kost, tijd om door de fasen van erkenning tot daadwerkelijk stoppen met de verslaving, heen te gaan.

Na afloop van de bijeenkomst wordt Tim opgehaald door zijn vader, op een scooter. Ze roken eerst samen een shaggie. Ik hoor Tim nog net tegen zijn vader zeggen dat ze het over roken hebben gehad. De vader reageert kort. „Ik heb er geen problemen mee, laat ze dit niet ook van me afpakken, maar ga straks samen met je moeder stoppen op mijn eigen tijd en manier.” Van ontkenning tot aanvaarding, ergens doorlopen we allemaal die fasen. Tim en zijn vader. Dit betekent dat we geduld moeten opbrengen, hen moeten ondersteunen die met een verslaving worstelen en proberen er mee te stoppen, dat gaat meestal niet van de ene op de andere dag.

Hoe zit het met onze verslavingen, onze soms diep verborgen verkeerde gewoontes waar we tot onze spijt en schaamte aan vast zitten? In welke fase zitten wij; ontkenning, woede, onderhandelen, depressie of dichtbij de aanvaarding? Durf jij zelf al te rouwen om een vertrouwde, maar tegelijk verkeerde vriend?

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG.