Regeren als het goed gaat: dat is pas moeilijk

De Haagse week
Henk van der Laan

Het is natuurlijk een goede vraag: waarom zou het voor dit kabinet wel een probleem worden om te regeren zonder meerderheid in de Eerste Kamer terwijl het vorige kabinet dat uitstekend lukte? Even terug naar 2012, toen het tweede kabinet-Rutte aantrad. Dat kabinet, van VVD en PvdA, had al vanaf de installatie geen senaatsmeerderheid. Dat zou wel los lopen, dachten de coalitiepartijen. Na enkele maanden kregen ze toch koudwatervrees, en smeedden met oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP een akkoord.

Dat ging goed, zelfs nadat deze constructie in 2015 bij de nieuwe Eerste Kamer ook geen meerderheid meer had. De echte grote wetgeving was immers al geregeld. Bovendien bleek het CDA, dat niet mee wilde doen met deze ‘constructieve oppositie’, de kabinetsplannen in drie kwart van de gevallen te steunen.

Er waren genoeg redenen waarom deze constructie effectief was. Het kabinet combineerde een centrum-linkse partij, PvdA, en een centrumrechtse partij, de VVD. De andere vier partijen lagen inhoudelijk precies daar waar VVD en PvdA elkaar in het compromis vonden. Bovendien zijn SGP en ChristenUnie nooit echte dwarsliggers en de D66-leider van toen, Alexander Pechtold, wilde laten zien dat zijn partij ook bereid was om verantwoordelijkheid te nemen (eigenlijk had hij gewoon mee willen doen aan het kabinet).

Nog belangrijker was dat in 2012 het land in een economische crisis was en al die partijen – en eigenlijk ook het CDA – mee wilden doen om die crisis het hoofd te bieden. Opeens was iedereen bereid om heilige huisjes te slopen om het begrotingstekort terug te dringen. De VVD was na jaren opeens bereid om de bijl in de hypotheekrenteaftrek te zetten en de PvdA schrok niet terug voor het slopen van sociale werkvoorzieningen en het verhogen van de AOW-leeftijd. Onder de economische druk werd alles vloeibaar.

Weinig externe druk

Dat is het probleem van het huidige kabinet: er is weinig externe druk om door te pakken. Er is geld om te besteden en iedereen heeft een eigen paradepaardje dat hiermee gevoed kan worden. Wordt het geld besteed aan A, dan zal de oppositie zich vragen waarom niet aan B. En gaat er geld naar B, dan vindt de oppositie het niet genoeg.

Daarnaast bestaat de huidige oppositie uit partijen die ofwel links, ofwel rechts van het kabinet staan. En die zich dus niet, zoals bij het vorige kabinet, midden tussen de coalitiepartijen bevinden. Wil het kabinet steun krijgen van bijvoorbeeld GroenLinks en PvdA dan moeten VVD en CDA nog meer concessies doen dan ze al deden omwille van hun huidige partners D66 en ChristenUnie. En andersom geldt dit als het kabinet zou gaan lonken naar PVV en Forum voor Democratie, al is de kans daarop wel kleiner.

Je ziet GroenLinks en PvdA nu zulke hoge eisen stellen dat je wel ziet aankomen dat er geen compromis komt. En waarom zouden GroenLinks en PvdA ook? Het water staat Nederland niet tot de lippen, dus ze kunnen niet van onverantwoordelijk gedrag worden beticht als ze het kabinet niet te hulp schieten. En waarom zouden ze: iedereen die met Rutte in zee gaat, verliest de verkiezingen. Dan kan je beter na verkiezingen en formatie veel meer zetels en plannen binnenhalen. Want daar zitten zowel PVV, Forum als GroenLinks natuurlijk op te azen.