Kinderpardon en schaamteloos cynisme

Contrapunt
Sytze Faber

Ongeveer zevenhonderd in ons land verankerde vluchtelingenkinderen zullen (met hun ouders) toch niet worden uitgezet. Dankzij een onverwachte bekering van de CDA-top boekte het goede in onze samenleving wat vooruitgang. Hoera.

Het had heel wat voeten in de aarde, terwijl het pardon toch – behalve als er kwaadwilligheid in het spel is – vanzelfsprekend had moeten zijn. Kinderen mogen niet levenslang gedupeerd worden, zoals indertijd NSB-kinderen, wegens al dan niet vermeende fouten van hun ouders. Waarom konden de kinderen zich trouwens in ons land wortelen?

Spiegel

Een belangrijke oorzaak is dat de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) zijn zaakjes nooit goed op orde heeft gehad. Het duurt, na de aanmelding, tegenwoordig nog ongeveer anderhalf jaar voordat de asielaanvraag daadwerkelijk opgestart wordt. Het laat zich gemakkelijk raden hoe stroperig het vervolg van de procedure verloopt. Er is, zoals een en andermaal is vastgesteld, een chronisch personeelstekort bij de IND en de bedrijfsvoering is gebrekkig. Te weinig kwantiteit, te weinig kwaliteit. Politici hebben dit jaar in jaar uit laten geworden. Ze moeten eens in de spiegel kijken.

Het gaat bovendien niet aan, waar ultraorthodoxe nationalisten een handje van hebben, ouders te verwijten als ze een beroep doen op rechtsgangen die de Nederlandse rechtsstaat biedt. Daarvoor zijn die er toch?

Uiteindelijk viel de pardonkinderen gelukkig gerechtigheid ten deel. De manier waarop laat echter ernstige tekenen van moreel publiek verval zien. In de strijd om het goede in de samenleving wat vooruit te helpen en om het betere ik van mensen wat meer tot gelding te laten komen, is met het verlenen van het pardon een veldslag gewonnen. Maar de oorlog? Het schaamteloze cynisme waarmee de pardondeal wordt omgeven doet huiveren.

Compensatie

De vermaarde politicus en schrijver Cicero wees er in de eerste eeuw voor Christus al op, dat regels de complexe werkelijkheid nooit helemaal kunnen dekken. Daardoor kan het hoogste recht ontaarden in het grootste onrecht. Om dat te voorkomen hebben veel bestuurders een zogenaamde discretionaire bevoegdheid. Dat is het recht om in een concreet geval naar eigen inzicht een besluit te nemen omdat toepassing van de regels onrechtvaardig zou uitpakken. Opeenvolgende bewindspersonen van Migratie en Vluchtelingenzaken hebben op grond van hun discretionaire bevoegdheid honderden vluchtelingen een verblijfstatus verleend. Genade voor recht. Dit was de VVD al lang een doorn in het oog.

Voor de uiteindelijke instemming met het kinderpardon wordt de VVD beloond met de overheveling van de discretionaire bevoegdheid van VVD-staatssecretaris Harbers van Vreemdelingenzaken naar de hoofddirecteur van de IND. Dus naar de technocratie, die leeft van regels. Nadat Harbers onlangs gebruik maakte van deze bevoegdheid bij de Armeense kinderen Lili en Howick stonden ze bij de IND dan ook op de achterste benen.

Doel van de voorgenomen bevoegdhedenoverdracht is de barmhartigheid zoveel mogelijk uit het vreemdelingenbeleid te persen. Ook op een andere, nog brutere manier.

Wereldwijd zijn 68 miljoen mensen op de vlucht. Het leeuwendeel wordt opgevangen in de eigen regio. De omstandigheden zijn er vaak erbarmelijk. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, de Unhcr, zoekt voor 1,2 miljoen van hen een vestigingsplaats. Ze lijden ernstig aan handicaps of complexe medische aandoeningen, zijn minderjarige wezen of lopen extra gevaar. In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III werd afgesproken dat ons land jaarlijks 750 van hen zal opnemen. Ter ‘compensatie’ van het blijven van de pardonkinderen wordt dat aantal teruggeschroefd naar vijfhonderd. Het ethos van dit gesjacher met de meest kwetsbaren onder de kwetsbaren beneemt de politiek toch elk respect en aanzien?