De eenheidsmystiek van Grün en Boff ontbeert het kritische moment

Tjerk de Reus

De zorgen die mensen voelen bij het klimaat, betekenen niet alleen iets voor politiek en beleid, maar ook voor de theologie. Hoe verhouden God, mens en kosmos zich tot elkaar, vragen Anselm Grün en Leonardo Boff zich af.

Wij zijn de plaats waar Gods heerlijkheid opvlamt voor de hele kosmos’, schrijft Anselm Grün (1945) in het boek God in alles. Hij is samen met Leonardo Boff (1938) auteur van dit boek, waarin de focus ligt bij de verhouding God, mens en natuur.

Een actuele kwestie, want voor veel mensen is de natuur een probleem geworden. De toekomst van de planeet geeft kopzorgen en vervult ons met somberheid. We beseffen dat de natuurlijke werkelijkheid ons kan ontvallen. Antarctica smelt, diersoorten sterven uit, de aarde verdroogt. Tegelijk beschikken we over technologische middelen waarmee we in de natuur kunnen ingrijpen, bijna zonder begrenzing. Zijn we in ons eigen zwaard gevallen?

Op een fundamenteler niveau lijken we vervreemd te raken van wie we zijn, als mensen die ‘uit de aarde genomen’ zijn – of je dat nu Bijbels of evolutionair bekijkt. Wie kan de mens nog zijn, als de natuur een probleem is geworden?

Ethisch en betrokken

Het is niet meer dan logisch dat in de theologie, evenals in de filosofie, over deze vragen wordt nagedacht. In de filosofie hebben we in Nederland Koo van der Wal, die in zijn Nieuwe vensters op de werkelijkheid (2012) schrijft over natuurfilosofie, op een ethische en betrokken manier. Voor wat betreft de theologie publiceerde H.W. de Knijff al in 1995 zijn Tussen woning en woestijn, over ‘milieuzorg als aspect van de christelijke cultuur’. En zo zijn er meer voorbeelden.

Het is dus geen onontgonnen terrein waarop Anselm Grün en Leonardo Boff zich bewegen in hun gezamenlijke boek God in alles. Het is een gelegenheidsboek, waarin de beide auteurs de vraag beantwoorden ‘waar en hoe God te vinden en te ervaren is’. Maar vooral dankzij Boff, die zich intensief bezighoudt met het verband tussen ecologie en theologie, is het een boek geworden waarin telkens het woord ‘kosmos’ valt. Grüns bijdrage beslaat de eerste helft van het boek, die van Boff de tweede helft.

Anselm Grün heeft een spirituele inslag en schrijft dan ook, zoals in al zijn boeken, over de mens in relatie tot anderen en ook in relatie tot God. Het gaat dan over het hart, over de stille ruimte in ons binnenste waarin God te vinden is en over de vrede die dat oplevert. Maar innerlijke vrede resulteert ook in een nieuwe levenshouding die recht doet aan de medemens. Daar hoort ook natuur bij, benadrukt hij hier.

Panentheïsme

De mens leeft in samenhang met alles wat leeft. Die verbinding is de liefde. En de liefde is God. Theologisch markeert Grün zijn positie met het begrip ‘panentheïsme’. Dit is een term die veel klinkt en nog zal klinken in het kader van de bezinning op kosmologie, ecologie en theologie. Panentheïsme staat voor het idee dat de hele werkelijkheid ‘in God’ bestaat. God is overal ‘in’, zou je ook kunnen zeggen, maar wel met de kanttekening dat Hij tegelijk groter is dan de aardse werkelijkheid.

In elk geval wordt hiermee gezegd dat God niet ver weg is en niet buiten onze werkelijkheid staat. De klassieke Bijbelse vindplaats voor deze gedachte is een uitspraak van de apostel Paulus, die in een discussie met de Grieken in Athene stelde: ‘In God leven wij, bewegen wij, zijn wij’. Dit betekent voor Grün dat we naar een ecologische spiritualiteit toe moeten, waarin we beseffen dat de goddelijke liefde ook de levenloze natuur doordringt en tot harmonie brengt.

Ook voor Leonardo Boff is de aanwezigheid van God in alles, op basis van Paulus’ uitspraak tegenover de Grieken, een fundamentele gedachte. Hij bouwt erop voort in zijn theologische kosmologie, bijvoorbeeld door te stellen dat de fundamentele wet van het universum neerkomt op ‘synergie’, ‘solidariteit’, wederkerigheid’ en ‘samenwerking’. Het is opvallend dat Boff dit niet bedoelt als opdracht voor de mens, dus als moreel principe. Hij ziet deze waarden verankerd in de puur materiële natuurlijke werkelijkheid.

Samenwerking

Ook Grün denkt in die lijn, als hij stelt dat niet de onderlinge competitie (survival of the fittest) de evolutie heeft bepaald, maar juist samenwerking tussen organismen. Het gaat volgens beiden dus om verbinding en wederkerigheid, en die staan in de hier gepresenteerde visie min of meer gelijk aan de liefde en dus aan de goddelijke aanwezigheid.

Volgens Grün is het helemaal niet gek als een mens die van deze kosmische liefde is vervuld, door wilde dieren met rust gelaten wordt. Op zo’n moment is God daadwerkelijk ‘in alles’, zoals de boektitel luidt, en dat kan niets anders dan harmonie opleveren.

Wie bekend is met de kruisbestuiving tussen christelijke theologie en evolutionair denken, zal niet vreemd opkijken dat hier ook verwezen wordt naar de katholieke auteur Pierre Teilhard de Chardin, met zijn ‘kosmische mystiek’.

Identificaties

In het denken dat door Grün en Boff gepresenteerd wordt, vallen heel veel dingen gemakkelijk samen. Het is theologie met massieve identificaties: God en werkelijkheid, mens en liefde, kosmos en harmonie. Of dit wenselijk is voor heldere theologische afwegingen is de vraag. Wat Grün en Boff betreft is de ganse werkelijkheid vervuld met goddelijke liefde, van de zojuist ontdekte asteroïde Ultima Thule tot de vulkaan Krakatau, die onlangs nog een tsunami in Indonesië veroorzaakte.

Daarbij lijkt het lastig om het verwijt van zweverigheid te kunnen pareren als er dingen genoteerd worden in deze sfeer: ‘Wanneer wij verrukt naar de ontelbare sterren kijken, zijn zij het die zichzelf door onze ogen kunnen zien.’

Denken over God, mens en kosmos is zonder meer relevant, maar dan zou in de lijn van Paulus’ kosmologie, zoals omschreven in zijn brieven, ook het kritische moment meegenomen moeten worden. Naast liefde en wederkerigheid is er demonie, zijn er ‘machten’ en andere narigheid.

Jezus Christus is in ‘doodsstrijd’ tot aan het einde van de wereld, schreef ooit de natuurwetenschapper Blaise Pascal. Over dergelijke noties wordt hier heel snel heengestapt, in een poging om alles met alles te laten samenvallen, in een eenheidsmystiek die zich heel moeizaam verhoudt tot de christelijke traditie.

God in alles. Alsem Grün & Leonardo Boff. Berne Media. 16,90 euro